Aantekeningen alle
vakken module 1
VAKKEN ZIJN: PSYCHOLOGIE, SOCIOLOGIE EN METHODIEK.
Winkelaar, Wies
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Psychologie.......................................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Sociologie........................................................................................................................12
Hoofdstuk 3: Methodiek.......................................................................................................................21
, Hoofdstuk 1: Psychologie
Belangrijke begrippen
Metacognitie= de kennis die mensen hebben van hun eigen denkprocessen en hun vermogen om
hun cognitie te monitoren. Weten van jezelf waar je grenzen liggen en wat je bijvoorbeeld wel of niet
leuk vind of waar je op reageert.
Egocentrisch = een toestand waarbij het eigen ik in het middelpunt staat en waarin de wereld puur
vanuit de eigen invalshoek wordt bezien. Denken vanuit jezelf en er soms ook van uit gaan dat
anderen precies hetzelfde (moeten) denken.
o Imaginair image; het idee dat (fictieve) toeschouwers net zoveel aandacht aan het gedrag
van de adolescent besteden als zij zelf. Bijvoorbeeld denken dat als een puistje op je hoofd
zit iedereen daar naar gaat kijken net zoals jij zelf.
o Persoonlijke fabels; ze zijn ervan overtuigd dat datgene wat met hen gebeurt uniek en
bijzonder is en met niemand anders gebeurt. Ook denken adolescenten dat zij niet getroffen
kunnen worden door de risico’s die anderen bedreigen. (zelfmedelijden)
Biopsychsociaal model = Psychologie, biologie en sociaal samen (hebben allenmaalinvloed op elkaar)
Jean Piaget (1896-1980)
Ontwikkeling psycholoog van de cognitieve ontwikkeling
Formeel-Operationele fase (abstract denken) begint in de puberteit, abstract denken wordt
ontwikkeld in de laatste fase uit de theorie van Piaget. Abstract denken= Voorstellingen maken van
wat er zou gebeuren.
Fases theorie van Piaget
- 0 t/m 2 is de sensomotorische fase
Kinderen zijn vooral bezig met het ontwikkelen van zintuigen. Cognitieve
- 2 t/m 7 pre-operationele fase
Eenvoudige cognitieve schema’s gevormd door waarneming met zintuigen en die worden
ook alleen herkend met waarnemingen. Kinderen gaan ook cognitieve schema’s over zich zelf
maken en gaan magisch denken
- 7 t/m 12 concreet operationele fase
Magisch denken verdwenen. Logisch redeneren begint zich te ontwikkelen.
- 12+ formeel operationele fase
Cognitieve schema’s maken van meer abstracte begrippen. Begrip zonder waarnemingen ( ze
kunnen zich dingen voorstellen). Logisch redenen ontwikkelt zich verder en beter.
Hersen ontwikkeling
- Frontale cortex (Plannen, concentreren en lange termijn geheugen) en de communicatie
tussen hersendelen gaan zich erg ontwikkelen in de puberteit.
- Hormonen beïnvloeden beloningsgebied en emoties waardoor die niet volledig stabiel zijn bij
jongeren. En hierdoor zoeken jongeren ook vaak naar beloningen voor dingen die ze doen.
vakken module 1
VAKKEN ZIJN: PSYCHOLOGIE, SOCIOLOGIE EN METHODIEK.
Winkelaar, Wies
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Psychologie.......................................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Sociologie........................................................................................................................12
Hoofdstuk 3: Methodiek.......................................................................................................................21
, Hoofdstuk 1: Psychologie
Belangrijke begrippen
Metacognitie= de kennis die mensen hebben van hun eigen denkprocessen en hun vermogen om
hun cognitie te monitoren. Weten van jezelf waar je grenzen liggen en wat je bijvoorbeeld wel of niet
leuk vind of waar je op reageert.
Egocentrisch = een toestand waarbij het eigen ik in het middelpunt staat en waarin de wereld puur
vanuit de eigen invalshoek wordt bezien. Denken vanuit jezelf en er soms ook van uit gaan dat
anderen precies hetzelfde (moeten) denken.
o Imaginair image; het idee dat (fictieve) toeschouwers net zoveel aandacht aan het gedrag
van de adolescent besteden als zij zelf. Bijvoorbeeld denken dat als een puistje op je hoofd
zit iedereen daar naar gaat kijken net zoals jij zelf.
o Persoonlijke fabels; ze zijn ervan overtuigd dat datgene wat met hen gebeurt uniek en
bijzonder is en met niemand anders gebeurt. Ook denken adolescenten dat zij niet getroffen
kunnen worden door de risico’s die anderen bedreigen. (zelfmedelijden)
Biopsychsociaal model = Psychologie, biologie en sociaal samen (hebben allenmaalinvloed op elkaar)
Jean Piaget (1896-1980)
Ontwikkeling psycholoog van de cognitieve ontwikkeling
Formeel-Operationele fase (abstract denken) begint in de puberteit, abstract denken wordt
ontwikkeld in de laatste fase uit de theorie van Piaget. Abstract denken= Voorstellingen maken van
wat er zou gebeuren.
Fases theorie van Piaget
- 0 t/m 2 is de sensomotorische fase
Kinderen zijn vooral bezig met het ontwikkelen van zintuigen. Cognitieve
- 2 t/m 7 pre-operationele fase
Eenvoudige cognitieve schema’s gevormd door waarneming met zintuigen en die worden
ook alleen herkend met waarnemingen. Kinderen gaan ook cognitieve schema’s over zich zelf
maken en gaan magisch denken
- 7 t/m 12 concreet operationele fase
Magisch denken verdwenen. Logisch redeneren begint zich te ontwikkelen.
- 12+ formeel operationele fase
Cognitieve schema’s maken van meer abstracte begrippen. Begrip zonder waarnemingen ( ze
kunnen zich dingen voorstellen). Logisch redenen ontwikkelt zich verder en beter.
Hersen ontwikkeling
- Frontale cortex (Plannen, concentreren en lange termijn geheugen) en de communicatie
tussen hersendelen gaan zich erg ontwikkelen in de puberteit.
- Hormonen beïnvloeden beloningsgebied en emoties waardoor die niet volledig stabiel zijn bij
jongeren. En hierdoor zoeken jongeren ook vaak naar beloningen voor dingen die ze doen.