De ontwikkeling in de tweede 6 maanden (6-12 maanden) kijkt naar stranger, A = kijkt weg en M = kijkt naar moeder, huilen vaak niet en zijn meer
- Het sociale gedrag wordt steeds meer georganiseerd rond belangrijkste verzorger met een accepterend naar de onbekende.
doelgerichtheid die in de vroegere maanden niet werd gezien - Andere coping techniek die opkomt is het doelbewust signaleren naar de verzorger of een
- Ontwikkeling van een speciale band en gevoel van veiligheid bij de aanwezigheid van de beweging maken naar de verzorger wanneer ze worden bedreigd
verzorger à dit is een van de grootste ontwikkelingen in de kindertijd - Emotieregulatie is dyadisch, wordt bereikt door baby en verzorger samen
- Ontwikkelingen in de tweede 6 maanden zijn zo dramatisch dat ze gezien kunnen worden - De veranderingen komen overeen met het bewijs dat rond deze tijd de paden tussen de
als kwalitatieve vooruitgangen cerebrale cortex en het limbische systeem zijn vastgesteld
Emotionele ontwikkeling
- Emotionele reacties komen steeds vaker voor en ze veranderen op een aantal manieren:
o Duidelijk te onderscheiden specifieke emoties ontstaan
o Emotionele reacties worden steeds directer, i.p.v. dat ze tijd nodig hebben om op
te bouwen
o Alle klassieke gezichtsuitdrukkingen van emoties beginnen regelmatig te
verschijnen
- Aan het eind van het eerste jaar kunnen kinderen vorige ervaringen ophalen, uitkomsten
anticiperen en intentioneel gedragen à resultaat: hun emotionele reacties zijn een reactie
op gebeurtenissen met een bepaalde betekenis
- Baby’s laten echte verrassing/verbazing zien
Emotionele reacties op het onbekende
- Rond de 7-10 maanden beginnen baby’s negatief te reageren op onbekenden à deze
‘stranger distress’ blijft zo’n 2-3 maanden aanhouden
- De mate van ‘stranger distress’ varieert van baby tot baby
- Onderzoek toont aan dat distress bij onbekenden niet alleen behoedzaamheid tegenover
onbekende dingen in het algemeen is
- Het is niet alleen nieuwigheid dat een negatieve reactie uitlokt
- Nieuwe gebeurtenissen kunnen angstig of fijn zijn, afhankelijk van hoe veilig de baby zich De vorming van hechting
voelt in een bepaalde context - Hechting is een blijvende emotionele band tussen een kind en zijn verzorger
- Baby’s kunnen van een afstandje lachen naar onbekenden, maar wanneer hij/zij dichterbij - 12 maanden: baby’s willen specifiek worden opgepakt door de verzorger, ze zoeken de
komt en de baby probeert op te pakken kan de baby onrustig worden verzorger wanneer ze van streek zijn en ze zullen eerder nieuwe omgevingen verkennen
- Bekende omgevingen kunnen ‘stranger distress’ verminderen wanneer de verzorger dichtbij is
- ‘Stranger’ distress’ kan ook verminderd worden wanneer de onbekende gebruik maakt van Kenmerken van hechting
bekende formats om te interacteren met het kind (favoriete speelgoed of baby controle - Een signaal dat hechting in opkomst is is distress bij separatie à dit wordt gezien aan het
geven) eind van het eerste jaar in alle/de meeste culturen
- De aanwezigheid en reactie van de verzorger op de situatie heeft ook invloed op de reactie - Rond dezelfde tijd komen groet reacties op à dit zijn positieve reacties van kinderen
van de baby wanneer de verzorger verschijnt, deze reactie is immediate
Emotionele reactie en coping - Laatste kenmerk van hechting is veilige basis gedrag à gedrag waarbij de baby de verzorger
- De vaardigheden voor emotie regulatie breiden enorm uit en de coping technieken worden gebruikt als een veilige basis voor exploratie
steeds subtieler, flexibeler en bruikbaar o Bij dreiging gaan ze terug naar hun veilige basis – de verzorger
1 PROJECT 1: ATTACHMENT AND INITIATIVE