Goederenrecht gaat over de verkrijging en verlies van goederen en over de vraag wat je mag doen
met de goederen die je hebt. De meest belangrijke vragen in goederenrecht gaan om eigendom: hoe
wordt je eigenaar? Hoe bepaal je wie eigenaar is en hoe raak je eigendom kwijt? Eigendom wordt een
absoluut recht genoemd. Eerder hadden we al relatieve rechten gezien; deze zijn uitsluitend van
toepassing en van belang voor bepaalde personen in een hele specifieke rechtsrelatie (bijvoorbeeld
tussen de betrokkenen bij een onrechtmatige daad – de schade kun je alleen verhalen bij de dader,
niet bij elk willekeurig persoon in Nederland – of bij een verbintenis uit overeenkomst). Absolute
rechten, daarentegen, kun je inroepen tegenover iedereen (denk aan eigendom; het maakt niet uit wie
je fiets steelt/aanraakt/repareert/leent/etc.: jij kunt altijd een beroep doen op je recht op die fiets als
eigenaar).
Absolute rechten: zijn tegenover iedereen in te roepen (in tegenstelling tot relatieve rechten); volgen
altijd de zaak of het goed waarop ze gevestigd zijn (zaaksgevolg); hebben voorrang op relatieve
rechten (dus rechten uit een ovk); oude absolute rechten hebben voorrang op nieuwe; en alle absolute
rechten zijn limitatief opgesomd (dus meer zijn er niet):
- Eigendom
- Erfdienstbaarheid
- Erfpacht deze kunnen alleen op zaken gevestigd worden
- Opstal
- Appartementsrecht
- Vruchtgebruik
- Pand deze kunnen zowel op zaken als op vermogensrechten gevestigd worden
- Hypotheek
- Auteursrecht
- Octrooirecht dit zijn rechten op geestesproducten (gaan we verder niet op in)
- Merkenrecht
- Recht op handelsnaam
Eigendom: Het meest omvattende recht wat je op een zaak (let op: bij een vermogensrecht ben je
geen eigenaar maar rechthebbende) kunt hebben, wordt alleen beperkt door:
- Rechten van anderen (bijvoorbeeld een huurder)
- Wettelijke voorschriften (bijvoorbeeld de onteigeningswet)
- Ongeschreven recht: hinder (door onrechtmatige daad) en/of misbruik van het
eigendomsrecht (eigendom wordt alleen maar gebruikt met het doel schade toe te brengen,
zodanig dat het onevenredig is).
Erfdienstbaarheid: Recht van overpad: bijvoorbeeld persoon met huis + tuin heeft geen aansluiting op
de openbare weg, dus de bewoner moet altijd over het erf van een ander om naar de weg te gaan. In
ruil hiervoor wordt jaarlijks een vergoeding betaald. Deze vergoeding heet retributie.
Erfpacht: Het houden van een onroerende zaak (let op het verschil tussen eigenaar-bezitter-houder:
hier gaat het dus niet om bezitten of in eigendom hebben!). De houder van de onroerende zaak kan
deze zaak dus niet overdragen. De eigenaar is geen bezitter (dus een bloot eigenaar). De vergoeding
die hiervoor betaald wordt heet canon. Denk aan een stuk grond wat gebruikt wordt als moestuin.
Opstal: Eigendom hebben van een onroerende zaak (bijvoorbeeld een vakantiehuisje of een loods)
die op de grond staat die eigendom is van een ander persoon. Als er geen recht van opstal was, zou
die loods of dat vakantiehuisje automatisch eigendom worden van de eigenaar van de grond door
natrekking.