HOORCOLLEGE 1 KRUGERS – FUNDAMENTELE THEMA’S IN DE
PSYCHOLOGIE
Leren: het proces waarbij ervaring/interactie met de omgeving resulteert in
verandering in gedrag
Geheugen: het totale pakket aan ervaringen dat is opgeslagen in ons brein
Geheugen is niet 1 ding:
Er zijn drie stappen in het verwerken van informatie:
1. Encoding: opnemen.acquisitie
2. Consolidation: vastaleggen, verankeren
3. Retrieval: ophalen, herinneren
Retention
Fundamentele thema’s in de psychologie
1. FILOSOFIE EN HET VROEGE DENKEN OVER LEREN EN GEHEUGEN
Plato Aristoteles
Nativist: alle kennis is reeds bij Empiricus: alle kennis is het gevolg van
geboorte aanwezig waarneming of ervaring
Rationalist: logica en intuïtie leiden Data & theorievorming leiden tussen
tot inzicht gevoelens, stimuli en episodes
Geheugen: associaties tussen gevoelens,
stimuli en episodes
Nature Nurture
Aristoteles maakte gebruik van wetten van associatie:
- Nabijheid (Contiguity): zaken die zich dichtbij elkaar in tijd en/of ruimte
afspelen raken geassocieerd
- Frequentie (Frequency): hoe vaker gerelateerde zaken samen ervaren
worden, des te sterker de associatie
- Gelijkvormigheid (Similarity): als twee zaken overeenkomen in vorm of
functie, dan roept de ervaring van de een de ander op
2. DE START VAN DE MODERNE EN EXPERIMENTELE PSYCHOLOGIE
o William James – lijkt op Aristoteles
Grondlegger van de moderne psychologie
, Focus: vorming en handhaving van vaardigheden, gewoonten en
geheugen
Associationism:
Activatie van een deel van een herinnering activeert
geassocieerde elementen
Verbinden van verschillende herinneringen door gedeelde
elementen
o Hermann Ebbinghaus (1850-1909) – start van de experimentele
psychologie
Mathematische formules voor het ontstaan en vergaan van
geheugensporen
Woordenlijst met 3-letterige onzin woorden aanleren. Het bevatte 4
belangrijke onderdelen van een geheugen experiment: leren, delay,
test, herleren.
Interesse in vergeten --> hoe geheugen verslechterd over tijd
Hij plotte een retentie curve; deze meet hoeveel informatie
behouden blijft bij elk punt in tijd tijdens het leren
o Ivan Pavlov (1849-1936): klassieke conditionering
Bestudeerde leerprocessen in dieren
Individu leert een associatie tussen twee stimuli
o Edward Thorndike (1874-1949): instrumentele conditionering
Law of Effect (positieve uitkomt versterkt gedrag, negatief verzwakt
het juist).
Survival of the fittest: succesvolle gedragingen blijven behouden,
andere sterven uit
3. BEHAVIORISME
Behaviorisme = een denkrichting die stelt dat de psychologie zich moet
beperken tot de
studie van waarneembaar gedrag en niet moet proberen om niet-
waarneembare mentale
processen af te leiden
o John Watson: grondlegger van het behaviorisme
Gedrag is bepaald door ‘automatic motor habits’ en niet sterk
afhankelijk van stimuli
Bestudeer alleen observeerbaar en meetbaar gedrag, negeer
cognitieve invloeden
o B.F. Skinner (1904-1990): radicaal behaviorisme
= extreme vorm van behaviorisme dat stelt dat bewustzijn en vrije wil illusies
zijn en dat zelfs zogenoemde hogere cognitieve functies slechts complexe sets
van stimulus response associaties zijn
Skinner box = een operante leeromgeving: stimulus – respons wordt
naar gekeken.
Beyond freedom and Dignity (1917): bewustzijn en vrije wil zijn
slechts illusies
4. DE COGNITIEVE BENADERING (~1950 - HEDEN)
o Edward Tolman:
, Ratten leerden de spatiele lay out van doolhoven kennen
Cognitieve map (hippocampus)
o Karl Lashley (1890-1958): Engram
= neurale representatie van een geheugenspoor -> zit niet op een plek:
verspreid door het hele brein
Gedistribueerde reppresentatie: sensorische input, gedachten, emoties
o Donald Hebb (1949): fire together, wire together
Geheugen is opgeslagen in “cell assemblies”: groepen neuronen
verspreid door de hersenen die onderling een versterkte connectie
vertonen
Synaptische plasticiteit: als twee cellen samen actief zijn, wordt de
verbinding versterkt
Long-term potentation: gevonden door Bliss & Lomo. (1973):
experimenteel bewijs
Modellen van het geheugen:
Rumelhart and McClelland
Connectionistische modellen:
- “Nodes”
- Uniform
- Ongelabeled
- Gedistribueerde representatie
Concepten verschijnen vanzelf -> bestand tegen schade
HOORCOLLEGE 2 – HERHALENDE STIMULI EN
GEBEURTENISSEN
Habituatie = de afname van de kracht of frequentie van een respons na
herhaalde blootstelling aan een stimulus
- Voorbeeld van de aplysia (zeeslak), met siphon en kieuw terugtrekking
o Voordelen: klein zenuwstelsel (20.000), ze hebben een sterk
reflexrespons, hebben ook hele grote neuronen, elke zeeslak heeft
precies dezelfde hersenen.
Siphon wordt aangeraakt -> sensorisch
neuron S begint te vuren, NT glutamaat
wordt vrijgegeven
Glutatmaatmoleculen diffuseren over
de synaps om de receptoren in
motorneuron M te activeren
Als er genoeg receptoren geactiveerd zijn, zal neuron M vuren, waardoor
de spieren de kieuwen (eventjes) intrekken
Bij herhaaldelijke stimulatie zal neuron S minder glutamaat loslaten,
omdat de blaasjes “gedokt” zijn; ze zitten niet op de goeie plek
PSYCHOLOGIE
Leren: het proces waarbij ervaring/interactie met de omgeving resulteert in
verandering in gedrag
Geheugen: het totale pakket aan ervaringen dat is opgeslagen in ons brein
Geheugen is niet 1 ding:
Er zijn drie stappen in het verwerken van informatie:
1. Encoding: opnemen.acquisitie
2. Consolidation: vastaleggen, verankeren
3. Retrieval: ophalen, herinneren
Retention
Fundamentele thema’s in de psychologie
1. FILOSOFIE EN HET VROEGE DENKEN OVER LEREN EN GEHEUGEN
Plato Aristoteles
Nativist: alle kennis is reeds bij Empiricus: alle kennis is het gevolg van
geboorte aanwezig waarneming of ervaring
Rationalist: logica en intuïtie leiden Data & theorievorming leiden tussen
tot inzicht gevoelens, stimuli en episodes
Geheugen: associaties tussen gevoelens,
stimuli en episodes
Nature Nurture
Aristoteles maakte gebruik van wetten van associatie:
- Nabijheid (Contiguity): zaken die zich dichtbij elkaar in tijd en/of ruimte
afspelen raken geassocieerd
- Frequentie (Frequency): hoe vaker gerelateerde zaken samen ervaren
worden, des te sterker de associatie
- Gelijkvormigheid (Similarity): als twee zaken overeenkomen in vorm of
functie, dan roept de ervaring van de een de ander op
2. DE START VAN DE MODERNE EN EXPERIMENTELE PSYCHOLOGIE
o William James – lijkt op Aristoteles
Grondlegger van de moderne psychologie
, Focus: vorming en handhaving van vaardigheden, gewoonten en
geheugen
Associationism:
Activatie van een deel van een herinnering activeert
geassocieerde elementen
Verbinden van verschillende herinneringen door gedeelde
elementen
o Hermann Ebbinghaus (1850-1909) – start van de experimentele
psychologie
Mathematische formules voor het ontstaan en vergaan van
geheugensporen
Woordenlijst met 3-letterige onzin woorden aanleren. Het bevatte 4
belangrijke onderdelen van een geheugen experiment: leren, delay,
test, herleren.
Interesse in vergeten --> hoe geheugen verslechterd over tijd
Hij plotte een retentie curve; deze meet hoeveel informatie
behouden blijft bij elk punt in tijd tijdens het leren
o Ivan Pavlov (1849-1936): klassieke conditionering
Bestudeerde leerprocessen in dieren
Individu leert een associatie tussen twee stimuli
o Edward Thorndike (1874-1949): instrumentele conditionering
Law of Effect (positieve uitkomt versterkt gedrag, negatief verzwakt
het juist).
Survival of the fittest: succesvolle gedragingen blijven behouden,
andere sterven uit
3. BEHAVIORISME
Behaviorisme = een denkrichting die stelt dat de psychologie zich moet
beperken tot de
studie van waarneembaar gedrag en niet moet proberen om niet-
waarneembare mentale
processen af te leiden
o John Watson: grondlegger van het behaviorisme
Gedrag is bepaald door ‘automatic motor habits’ en niet sterk
afhankelijk van stimuli
Bestudeer alleen observeerbaar en meetbaar gedrag, negeer
cognitieve invloeden
o B.F. Skinner (1904-1990): radicaal behaviorisme
= extreme vorm van behaviorisme dat stelt dat bewustzijn en vrije wil illusies
zijn en dat zelfs zogenoemde hogere cognitieve functies slechts complexe sets
van stimulus response associaties zijn
Skinner box = een operante leeromgeving: stimulus – respons wordt
naar gekeken.
Beyond freedom and Dignity (1917): bewustzijn en vrije wil zijn
slechts illusies
4. DE COGNITIEVE BENADERING (~1950 - HEDEN)
o Edward Tolman:
, Ratten leerden de spatiele lay out van doolhoven kennen
Cognitieve map (hippocampus)
o Karl Lashley (1890-1958): Engram
= neurale representatie van een geheugenspoor -> zit niet op een plek:
verspreid door het hele brein
Gedistribueerde reppresentatie: sensorische input, gedachten, emoties
o Donald Hebb (1949): fire together, wire together
Geheugen is opgeslagen in “cell assemblies”: groepen neuronen
verspreid door de hersenen die onderling een versterkte connectie
vertonen
Synaptische plasticiteit: als twee cellen samen actief zijn, wordt de
verbinding versterkt
Long-term potentation: gevonden door Bliss & Lomo. (1973):
experimenteel bewijs
Modellen van het geheugen:
Rumelhart and McClelland
Connectionistische modellen:
- “Nodes”
- Uniform
- Ongelabeled
- Gedistribueerde representatie
Concepten verschijnen vanzelf -> bestand tegen schade
HOORCOLLEGE 2 – HERHALENDE STIMULI EN
GEBEURTENISSEN
Habituatie = de afname van de kracht of frequentie van een respons na
herhaalde blootstelling aan een stimulus
- Voorbeeld van de aplysia (zeeslak), met siphon en kieuw terugtrekking
o Voordelen: klein zenuwstelsel (20.000), ze hebben een sterk
reflexrespons, hebben ook hele grote neuronen, elke zeeslak heeft
precies dezelfde hersenen.
Siphon wordt aangeraakt -> sensorisch
neuron S begint te vuren, NT glutamaat
wordt vrijgegeven
Glutatmaatmoleculen diffuseren over
de synaps om de receptoren in
motorneuron M te activeren
Als er genoeg receptoren geactiveerd zijn, zal neuron M vuren, waardoor
de spieren de kieuwen (eventjes) intrekken
Bij herhaaldelijke stimulatie zal neuron S minder glutamaat loslaten,
omdat de blaasjes “gedokt” zijn; ze zitten niet op de goeie plek