11, 12 + §3.2 en §3.3
, STvanLE
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Fysieke distributie: denken aan toegevoegde waarde ......................................................... 3
1.1 Trends in distributielogistiek ....................................................................................................... 3
1.2 De toegevoegde-waardeketen .................................................................................................... 3
1.3 Deelsystemen distributielogistiek ............................................................................................... 3
1.4 Kosten fysieke distributie ........................................................................................................... 4
1.5 Integraal concept distributielogistiek .......................................................................................... 5
Hoofdstuk 2: Productkarakteristieken ...................................................................................................... 5
2.1 Productkarakteristieken in ‘enge’ zin........................................................................................... 5
2.2 Waardedichtheid en verpakkingsdichtheid .................................................................................. 6
2.3 Productkarakteristieken in ruime zin ........................................................................................... 7
2.4 Typologie van goederenstroom ................................................................................................... 8
2.5 Classificatie van distributiebeslissingen (tabel wel kennen) .......................................................... 8
Hoofdstuk 4: Kostenbeheersing ................................................................................................................ 8
4.2 Activity Based Costing ....................................................................................................................... 8
4.3 Vergelijking met de geldstroombenadering ........................................................................................ 9
4.4 Direct product profitability ................................................................................................................ 9
4.5 Systematiek kostenbeheersing .......................................................................................................... 9
Hoofdstuk 5: Beheersing in pijplijnen ..................................................................................................... 10
5.1 Beheersing van internationale supply chains .................................................................................... 10
5.2 Pijplijndoorlooptijden in de praktijk................................................................................................. 11
5.3 Incoterms ....................................................................................................................................... 11
5.4 Het pijplijnbeheersingsproces.......................................................................................................... 11
5.5 Douaneaspecten ............................................................................................................................. 12
9.3 Multimodaal en synchromodaal transport ....................................................................................... 12
3.3 Tactische economic trade-offs: transport ......................................................................................... 13
Hoofdstuk 7: Distributiecentra ................................................................................................................ 13
7.1 Plaats van het distributiecentrum in de logistieke grondvorm ........................................................... 14
7.2 Soorten distributiecentra ................................................................................................................ 14
7.3 Vestigingsplaatskeuze: het zwaartepuntmodel................................................................................. 14
7.4 Selectiefactoren en gewogenfactorscoremethode ............................................................................ 15
7.5 Outsourcing van magazijnen............................................................................................................ 16
3.2 Strategische economic trade-offs: direce of indirecte distributie ....................................................... 17
Hoofdstuk 8: Materials handling ............................................................................................................. 18
8.1 Magazijnactiviteiten........................................................................................................................ 18
8.2 Opslagmethodieken en hulpwerktuigen........................................................................................... 19
8.4 Warehousemanagementsysteem (WMS) ......................................................................................... 20
8.5 Voicepicking in magazijnen.............................................................................................................. 20
Hoofdstuk 11: Europese distributielogistiek ........................................................................................... 20
11.1 Europese distributielogistiek ......................................................................................................... 20
11.2 Europese productie en inkoop ....................................................................................................... 21
11.3 Voorraden in Europa ..................................................................................................................... 21
11.4 Magazijnen in Europa .................................................................................................................... 22
11.5 Europees traffic management ........................................................................................................ 22
Hoofdstuk 12: Uitbesteden distributielogistiek....................................................................................... 23
12.1 Trends in logistieke dienstverlening ............................................................................................... 23
12.2 Value Added Logistics .................................................................................................................... 23
12.3 Besluitvorming bij uitbesteden ...................................................................................................... 24
12.4 Het break-evenmodel .................................................................................................................... 25
Overige aantekeningen ........................................................................................................................... 26
2
, STvanLE
Hoofdstuk 1: Fysieke distributie: denken aan toegevoegde waarde
1.1 Trends in distributielogistiek
• Er zijn een aantal trends op het gebied van distributielogistiek, namelijk:
1 Verstedelijking: dit heeft invloed op bevoorrading in kleinere eenheden in steden
2 Vergrijzing: de bevolking heeft invloed op bestedingspatronen, dus nu komt er meer aandacht voor
gezondheid en zorg
3 Producten worden diensten: consumenten formuleren hun verwachtingen en wensen steeds duidelijker,
vaak met termen zoals: snelheid, betrouwbaarheid en duidelijkheid.
o Verder gaan de producten ook langer mee door nieuwe software/modules.
4 Consument en technologie: consumenten adopteren snel nieuwe technologieën.
o Deze nieuwe technologieën beïnvloeden het koopgedrag van klanten.
o Klanten willen op elk moment kunnen bestellen
5 Globalisering: de internationale concurrentie tussen bedrijven neemt toe door wereldwijde handel.
Concurrentie en markten zijn niet langer bepaald door landsgrenzen.
6 Verschuiving van economische macht: in de BRIC-landen is een koopkrachtige middenklasse ontstaan. Er
is daar toenemende welvaart en die landen zullen in 2040 bepalend zijn
7 Aandacht voor duurzaamheid en gezondheid: consumenten zijn zich bewust van het milieu en hebben
ook eisen daarvoor.
8 Groei van het goederenvervoer
9 Kwetsbaarheid van informatieketens: we hebben steeds meer data die beveiligd moet worden
10 Bedrijfsstrategie
o Make your business more sustainable (meer duurzaam)
o Optimize a shared supply chain (meer bezig zijn met de gehele keten)
o Engage with technology-enabled consumers (klanten worden slimmer)
o Serve the health and wellbeing of consumers (werken aan voedselveiligheid en gezonde producten
voor de consument)
1.2 De toegevoegde-waardeketen
• Fysieke-distributiemanagement: effectieve en efficiënte voortstuwing van goederenstromen tussen
producent en afnemers, zodanig dat goederen op de juiste plaats en op het juiste tijdstip bij de afnemers
aanwezig zijn
• In het ‘waardeketen’-concept worden activiteiten van een onderneming opgesplitst in technische en
economische activiteiten
o Primaire activiteiten: direct gerelateerd aan het vervaardigen van het product
o Ondersteunende activiteiten: hebben betrekking op de inputs en infrastructuur van het bedrijf
(personeel, technologische ontwikkeling, inkoopbeleid etc.)
• De waardeketen van een onderneming is een systeem van onderling afhankelijke activiteiten waartussen
verbindingen bestaan. Er is een verbinding als bepaalde activiteit gevolgen heeft voor de kosten van een
andere activiteit
• Het waardesysteem omvat alle waardeketens in de keten (producent tot distribuant)
• Door de toenemende globalisatie worden producenten geconfronteerd met veranderende markten en
verschuivende wensen van afnemers
o Een goed customer-servicebeleid is noodzakelijk om aan de wensen te voldoen
o Door de komst van value added logistics, kan de producent zich richten op productie
• Dienstverleners krijgen te maken met specialisatie, segmentatie en samenwerking op macroniveau door
de veranderende Europese gemeenschap.
• Naast vereist ondernemerschap zullen ook onderzoek en investeringen nodig zijn om groeipotentie te
effectueren.
1.3 Deelsystemen distributielogistiek
• Logistiek management houdt zich bezig met het besturen en beheersen van de goederenstromen in een
bedrijfskolom.
o Bedrijfskolom: aantal schakels dat een product doorloopt tussen producent-consument
• Hoofddoelstelling: het zodanig op de afnemersmarkt afstemmen van informatie- en goederenstromen dat
tegen optimale kosten aan wensen van afnemers kan worden voldaan
3
, STvanLE
o Wensen: juiste hoeveelheid, juiste plaats, juiste kwaliteit en juiste levertijd
• Gezien vanuit de afnemersmarkt kunnen we 4 deeltrajecten onderkennen binnen de integrale
goederenstroombesturing:
o Distributielogistiek: logistieke traject dat
direct aansluit op de markt
o Productielogistiek: activiteiten om
grondstoffen- en halffabricatenstromen zo
effectief en efficiënt mogelijk door het
productieproces te voeren
o Inkooplogistiek: beheersen van
goederenstromen (+ informatie) vanaf
producenten van grondstoffen tot aan het
productieproces
o Reverse logistics: logistieke beheersing van de retourstromen van producten
• Uiteraard is er ook nog een geldstroom en een informatiestroom
o Deze informatiestromen hebben het karakter van verkeer in 2 richtingen
• De relatie tussen een onderneming en haar leveranciers en afnemers worden dus onderscheiden in
goederenstromen, geldstromen en informatiestromen.
• Fysieke distributie vervult haar taak in samenwerking met andere functies in het bedrijf
o De relatie tussen de functies is belangrijker dan het functioneren van iedere functie apart
• Binnen het fysieke-distributiesysteem kunnen 3 subsystemen worden onderscheiden:
o Voorraadbeheer: beslissingen over voorraad gereed product
o Magazijnproblematiek: beslissing over keuze vestigingsplaats en
activiteiten daarbinnen
o Transportprobleem: keuze modaliteit en route
• De besturing van distributielogistiek moet resulteren in een balans tussen
de 3 deelsystemen
1.4 Kosten fysieke distributie
• De fysieke-distributiekosten bestaan uit: voorraad-, magazijn- en transportkosten
o Voorraadkosten: rente die betaald moet worden over het vermogen dat vastligt in de voorraad
en de kapitaalkosten van de voorraad
▪ Verminderen steeds meer op order produceren
o Magazijnkosten: alle activiteiten binnen het magazijn en dc zoals opslag, intern transport en
verpakking.
▪ Verminderen door cross-docking minder handlingkosten
o Transportkosten: het externe vervoer in de hele gereed-productketen
▪ Trend: frequenter kleine hoeveelheden naar afnemers transporteren (stijgt dus)
o Administratie- en informatiekosten: gebruik van systemen (barcodes, tracking, EDI)
• Als de transportkosten stijgen, dan dalen de voorraadkosten. Er gaat namelijk vaker een vrachtwagen,
waardoor je minder voorraad hebt. Je krijgt hierdoor wel hogere magazijnkosten, want er zijn meer
handlingskosten.
• Het is gebruikelijk om de logistieke kosten uit te drukken als percentage van de productiewaarde of
percentage van de omzet.
• Voor de totale fysieke-distributieketenkosten moeten we de kosten per schakel optellen
• Administratieve kosten gaan omlaag door internet
• Voorraadkosten dalen eerst, omdat het steeds efficiënter wordt
gedaan. Later stijgen die weer, omdat je een extra kanaal krijgt
(website bestellingen).
• Transportkosten gaan omlaag door de brandstofprijs (die ging
omlaag). Later gingen de transportkosten weer omhoog omdat je
meer naar klanten ging rijden
4