KOB1
Samenvatting H10
Bedrijfswaarde
In onderneming speelt transformatieproces af: inputs worden omgezet in outputs.
Bij industriële onderneming bestaan inputs uit productiemiddelen arbeidskracht, machines, grondstoffen
en prestaties van duurzame productiemiddelen (pand en machines). Outputs bestaan uit halffabricaten en
gerede producten.
Er wordt geïnvesteerd is productiemiddel omdat wordt verwacht dat dit leidt tot waardecreatie:
verkoopwaarde ligt hoger van inkoop of productiewaarde.
Bedrijfswaarde/indirecte opbrengstwaarde = waarde productiemiddelen afgeleid uit waarde van ermee te
vervaardigen en te verkopen goederen of diensten.
Deze waarde bepaald door maken schatting van netto-ontvangsten (verkoopprijs -/- kosten).
Financieringskosten voor investering van duurzaam productiemiddel contant maken. Zie voorbeeld:
Jaar Ontvangsten Uitgaven Netto-ontvangst
1 300.000 200.000 100.000
2 370.000 220.000 150.000
3 410.000 235.000 175.000
4 390.000 230.000 160.000
5 355.000 215.000 140.000
Gemiddelde vermogenskostenvoet is 10%. Bedrijfswaarde van machine in jaar 1 is:
100.000/1,1 + 150.000/1,12 + 175.000/1,13 + 160.000/1,14 + 140.000/1,15 = 542.567
Fabrikant zal machine kopen, want bedrijfswaarde is hoger dan aanschafprijs.
Bedrijfswaarde is schatting, dus subjectief.
Directe optbrengstwaarde
Doordat bedrijfswaarde schatting is, kan het zijn dat deze aan het einde toch niet zo positief is dan werd
gedacht. In dat geval moet keuze worden gemaakt om productiemiddel te verkopen of door te zetten in de
productie. Hierbij dient bedrijfswaarde te worden vergeleken met directe opbrengstwaarde, de prijs dat het
middel oplevert als het wordt verkocht.
Als directe opbrengstwaarde hoger is dan bedrijfswaarde, is het beter om het middel direct te verkopen.
Is directe opbrengstwaarde lager dan bedrijfswaarde, dan kan productie beter worden voortgezet.
Boekwaarde speelt geen rol, want dit zijn kosten uit het verleden. Er is sprake van sunk costs. Boekwaarde
wel invloed op te betalen belasting over winst en invloed heeft op kasstromen.
Bounded rationality: geestelijke vermogens van mens zijn beperkt. Mens kan niet aan alles denken
Gradaties van onzekerheid
Om doel van waardecreatie te bereiken moeten constant beslissingen genomen worden obv inschatting
voor toekomst. Verwachtingen meestal anders dan werkelijkheid, dus sprake van besluitvorming onder
onzekerheid.
Werkelijkheid kan anders uitpakken door omgevingsvariabelen (waar onderneming geen invloed op heeft).
Deze worden ook wel states of nature genoemd. Bijv. weersinvloeden, gemeentelijk horecabeleid etc.
Manier waarmee met onzekerheid wordt omgegaan hangt af van risicohouding. 3 vormen:
- Risicoafkeer: onzekerheid wordt negatief gewaardeerd
- Risici-indifferentie: onzekerheid noch positief noch negatief gewaardeerd
- Risicovoorkeur: onzekerheid positief gewaardeerd
Samenvatting H10
Bedrijfswaarde
In onderneming speelt transformatieproces af: inputs worden omgezet in outputs.
Bij industriële onderneming bestaan inputs uit productiemiddelen arbeidskracht, machines, grondstoffen
en prestaties van duurzame productiemiddelen (pand en machines). Outputs bestaan uit halffabricaten en
gerede producten.
Er wordt geïnvesteerd is productiemiddel omdat wordt verwacht dat dit leidt tot waardecreatie:
verkoopwaarde ligt hoger van inkoop of productiewaarde.
Bedrijfswaarde/indirecte opbrengstwaarde = waarde productiemiddelen afgeleid uit waarde van ermee te
vervaardigen en te verkopen goederen of diensten.
Deze waarde bepaald door maken schatting van netto-ontvangsten (verkoopprijs -/- kosten).
Financieringskosten voor investering van duurzaam productiemiddel contant maken. Zie voorbeeld:
Jaar Ontvangsten Uitgaven Netto-ontvangst
1 300.000 200.000 100.000
2 370.000 220.000 150.000
3 410.000 235.000 175.000
4 390.000 230.000 160.000
5 355.000 215.000 140.000
Gemiddelde vermogenskostenvoet is 10%. Bedrijfswaarde van machine in jaar 1 is:
100.000/1,1 + 150.000/1,12 + 175.000/1,13 + 160.000/1,14 + 140.000/1,15 = 542.567
Fabrikant zal machine kopen, want bedrijfswaarde is hoger dan aanschafprijs.
Bedrijfswaarde is schatting, dus subjectief.
Directe optbrengstwaarde
Doordat bedrijfswaarde schatting is, kan het zijn dat deze aan het einde toch niet zo positief is dan werd
gedacht. In dat geval moet keuze worden gemaakt om productiemiddel te verkopen of door te zetten in de
productie. Hierbij dient bedrijfswaarde te worden vergeleken met directe opbrengstwaarde, de prijs dat het
middel oplevert als het wordt verkocht.
Als directe opbrengstwaarde hoger is dan bedrijfswaarde, is het beter om het middel direct te verkopen.
Is directe opbrengstwaarde lager dan bedrijfswaarde, dan kan productie beter worden voortgezet.
Boekwaarde speelt geen rol, want dit zijn kosten uit het verleden. Er is sprake van sunk costs. Boekwaarde
wel invloed op te betalen belasting over winst en invloed heeft op kasstromen.
Bounded rationality: geestelijke vermogens van mens zijn beperkt. Mens kan niet aan alles denken
Gradaties van onzekerheid
Om doel van waardecreatie te bereiken moeten constant beslissingen genomen worden obv inschatting
voor toekomst. Verwachtingen meestal anders dan werkelijkheid, dus sprake van besluitvorming onder
onzekerheid.
Werkelijkheid kan anders uitpakken door omgevingsvariabelen (waar onderneming geen invloed op heeft).
Deze worden ook wel states of nature genoemd. Bijv. weersinvloeden, gemeentelijk horecabeleid etc.
Manier waarmee met onzekerheid wordt omgegaan hangt af van risicohouding. 3 vormen:
- Risicoafkeer: onzekerheid wordt negatief gewaardeerd
- Risici-indifferentie: onzekerheid noch positief noch negatief gewaardeerd
- Risicovoorkeur: onzekerheid positief gewaardeerd