KOB1
Samenvatting H4
Totale kosten en gemiddelde kosten
Bij proportioneel variabele kosten zijn gemiddelde kosten per eenheid een vast bedrag, altijd. Constante
kosten zijn ook wel capaciteitskosten, ze worden gemaakt om capaciteit productiecapaciteit ter beschikking
te stellen. Deze hebben geen invloed op capaciteit, waardoor kosten per eenheid lager worden als
productie toeneemt.
Bij degressief variabel nemen variabele kosten af bij hogere productie. Bij progressief nemen deze toe.
Kwamtumkortingen die van leveranciers worden verkregen, kunnen bijvoorbeeld zorgen voor degressiviteit.
Verwachte bezetting en normale bezetting
Totale kosten / hoeveelheid output = variabele kosten/ hoeveelh outp + const. kosten / hoeveelh output
Kostprijs vastleggen obv productiegrootte die op basis is van constante kosten: production denominator
level. Begrote productiecapaciteit is basis voor kostprijsberekening.
Als werkelijke productie afwijkt van begrote productie moet correctie worden gemaakt wegens onder- of
overdekking van vaste kosten. Deze correctie wordt het bezettingsresultaat genoemd. Berekening is:
Bezettingsresultaat = (werkelijke bezetting -/- gekozen bedrijfsdrukte) x in kostprijs opgenomen tarief voor dekking constante kosten
Nadeel production denominator level: kostprijs kan verkeerd signaal afgeven aan bedrijfsleiding over vast
te stellen verkoopprijs. Als vraag afneemt en dus productie, stijgen constante kosten per eenheid. Leiding
kan denken om verkoopprijs te verhogen. Hierdoor neemt vraag af en zal productie nog verder afnemen.
Met nog hogere constante kosten per eenheid tot gevolg. Er is dan procyclische werking van kostprijs.
Daarom uitgaan van normale bezetting. Dit is gemiddelde bezetting voor lange termijn.
Integrale kostprijs en differentiële kostprijs
Integrale kostprijs omvat naast constante en variabele kosten ook opportunity costs (kosten van misgelopen
opbrengst). Integrale kostprijs biedt minimale verkoopprijs. Uit verkoopopbrengsten dienen alle kosten
goedgemaakt te worden.
Voor incidentele orders geldt dat deze winstgevend zijn als ten minste de extra kosten hiervoor worden
goedgemaakt. Kostprijsberekening die op deze extra kosten is gebaseerd is differentiële kostprijs.
Bij incidentele orders geldt dat de reguliere orders de constante kosten moeten dekken.
Normale bezetting en capaciteitsbepaling
Constante kosten zijn capaciteitskosten. Capaciteit wordt bepaald door grootte van pand, maximaal aantal
te produceren artikelen, maximaal te rijden kilometers door taxi etc.
Onderneming zal grootte van productiecapaciteit afstemmen om normale bezetting, de gemiddelde
bezetting op lange termijn.
Ondernemingen die groei verwachten kiezen dus voor capaciteit die eerst niet volledig wordt benut.
Capaciteit voortdurend naar boven halen is duur. Indien actuele bezettingsgraad lager is dan beschikbare
capaciteit is sprake van initiële overcapaciteit.
Benodigde reservecapaciteit
Productiemiddelen dienen periodiek te worden onderhouden of te worden gerepareerd, zodat enige
reservecapaciteit nodig is. Meeste machines en vervoersmiddelen zijn inzetbaar voor maximaal 80% van
theoretische capaciteit.
Seizoensinvloeden
Hiervan is sprake als zich voorzienbare, maar niet door onderneming beïnvloedbare, fluctuaties van afzet in
tijd voordoen. Bij seizoensinvloeden kunnen ook per week of per dag zijn.
Samenvatting H4
Totale kosten en gemiddelde kosten
Bij proportioneel variabele kosten zijn gemiddelde kosten per eenheid een vast bedrag, altijd. Constante
kosten zijn ook wel capaciteitskosten, ze worden gemaakt om capaciteit productiecapaciteit ter beschikking
te stellen. Deze hebben geen invloed op capaciteit, waardoor kosten per eenheid lager worden als
productie toeneemt.
Bij degressief variabel nemen variabele kosten af bij hogere productie. Bij progressief nemen deze toe.
Kwamtumkortingen die van leveranciers worden verkregen, kunnen bijvoorbeeld zorgen voor degressiviteit.
Verwachte bezetting en normale bezetting
Totale kosten / hoeveelheid output = variabele kosten/ hoeveelh outp + const. kosten / hoeveelh output
Kostprijs vastleggen obv productiegrootte die op basis is van constante kosten: production denominator
level. Begrote productiecapaciteit is basis voor kostprijsberekening.
Als werkelijke productie afwijkt van begrote productie moet correctie worden gemaakt wegens onder- of
overdekking van vaste kosten. Deze correctie wordt het bezettingsresultaat genoemd. Berekening is:
Bezettingsresultaat = (werkelijke bezetting -/- gekozen bedrijfsdrukte) x in kostprijs opgenomen tarief voor dekking constante kosten
Nadeel production denominator level: kostprijs kan verkeerd signaal afgeven aan bedrijfsleiding over vast
te stellen verkoopprijs. Als vraag afneemt en dus productie, stijgen constante kosten per eenheid. Leiding
kan denken om verkoopprijs te verhogen. Hierdoor neemt vraag af en zal productie nog verder afnemen.
Met nog hogere constante kosten per eenheid tot gevolg. Er is dan procyclische werking van kostprijs.
Daarom uitgaan van normale bezetting. Dit is gemiddelde bezetting voor lange termijn.
Integrale kostprijs en differentiële kostprijs
Integrale kostprijs omvat naast constante en variabele kosten ook opportunity costs (kosten van misgelopen
opbrengst). Integrale kostprijs biedt minimale verkoopprijs. Uit verkoopopbrengsten dienen alle kosten
goedgemaakt te worden.
Voor incidentele orders geldt dat deze winstgevend zijn als ten minste de extra kosten hiervoor worden
goedgemaakt. Kostprijsberekening die op deze extra kosten is gebaseerd is differentiële kostprijs.
Bij incidentele orders geldt dat de reguliere orders de constante kosten moeten dekken.
Normale bezetting en capaciteitsbepaling
Constante kosten zijn capaciteitskosten. Capaciteit wordt bepaald door grootte van pand, maximaal aantal
te produceren artikelen, maximaal te rijden kilometers door taxi etc.
Onderneming zal grootte van productiecapaciteit afstemmen om normale bezetting, de gemiddelde
bezetting op lange termijn.
Ondernemingen die groei verwachten kiezen dus voor capaciteit die eerst niet volledig wordt benut.
Capaciteit voortdurend naar boven halen is duur. Indien actuele bezettingsgraad lager is dan beschikbare
capaciteit is sprake van initiële overcapaciteit.
Benodigde reservecapaciteit
Productiemiddelen dienen periodiek te worden onderhouden of te worden gerepareerd, zodat enige
reservecapaciteit nodig is. Meeste machines en vervoersmiddelen zijn inzetbaar voor maximaal 80% van
theoretische capaciteit.
Seizoensinvloeden
Hiervan is sprake als zich voorzienbare, maar niet door onderneming beïnvloedbare, fluctuaties van afzet in
tijd voordoen. Bij seizoensinvloeden kunnen ook per week of per dag zijn.