KOB1
Samenvatting H3
Afval en uitval
Afval maakt deel uit van standaardkostprijs als productieproces deze grondstofverliezen met zich
meebrengt. Uitval wordt in standaardkostprijs meegenomen, als die gegeven de aard van productieproces
onvermijdelijk is.
Leercurve
Bij productieproces kan sprake zijn van leereffecten. Hierdoor kunnen productiekosten na van loop van tijd
dalen, doordat er een handigheid in productieproces komt. Dit zorgt voor hogere productiekosten in de
begincyclus en lagere kosten later in de productiecyclus.
Echter kan dit voor verkeerde beslissingen zorgen. Doordat het in het begin duurder is om te produceren,
kan ervoor gekozen worden het product niet op de markt te brengen, terwijl het later tot hogere winsten
kan leiden. Daarom beter om te werken met 1 standaardkostprijs, die gebaseerd is op het gemiddelde
grondstofverbruik incl. leercurve.
Prijselement
Kostprijs (kp) basis voor verkoopprijs (vp). Vp moet ten minste gelijk zijn aan kostprijs. Voor continuïteit
onderneming dient kp gebaseerd te worden op actuele inkoopprijzen (vervangingswaarde).
Er wordt alleen ruilwinst behaald als onderneming gelijktijdig prijsverschil weet te bewerkstelligen tussen
in- en verkoopmarkt.
Onafhankelijk van ruil zijn er ook voorraadresultaten. Dit zijn volgtijdelijke prijsverschillen op inkoopmarkt
tussen moment van inkoop en moment van verkoop. Wordt gezien als schijnwinsten, want zijn niet
uitkeerbaar.
Tijdselement
Omlooptijd
Bij ondernemen geldt: eerst investeren, dan pas winst maken. Tijd die verloopt tussen investering in
productiemiddel en moment waarop deze investering weer in geldvorm vrijkomt is omlooptijd. Duur van
omlooptijd is voor de 3 soorten inputs verschillend. Investering is pas na jaren terugverdiend.
Voor grondstoffen geldt dat het goedkoper is om grote bulk in een keer te kopen, waardoor omlooptijd
enkele maanden is. Is te verkorten middels JIT-principes. Voor productiefactor arbeid geldt dat omlooptijd
erg kort is, behalve als het gaat om scholingskosten. Die omlooptijd kan aanzienlijk zijn.
Zodra er verschil is tussen investeringsuitgave en moment dat het wordt terugverdiend, moet in kostprijs
rekening worden gehouden met rente.
Bij samengestelde rente wordt rente op rente berekend (10.000 x 1,01^6)
Bij enkelvoudige rente wordt eenmalig rente berekend (10.000 x 1,01)
Echter levert samengestelde rente geen eenduidige rentebedrag op. Als het per week zou worden
berekend zou het rentebedrag nog hoger zijn en als het per dag zou zijn, nog hoger. Dit heet continue
interest. In praktijk meestal gewerkt met discontinue interest.
Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot toenemend belang van interestkosten, door grote
investeringen. Ook is R&D toegenomen.
Het relevante interestpercentage
Ondernemer heeft keuze tussen ev en vv. Vergoeding over ev gebeurt middels dividend en is niet
vastgelegd. Hangt af van prestaties onderneming. Vergoeding over vv is meestal van te voren vastgelegd.
Economisch gezien geen verschil tussen rente over vv en dividend over ev. In kader van kostprijsbepaling
worden beide gezien als kosten.
Bij externe verslaggeving wordt alleen de rente gezien als kosten en het dividend als onderdeel van
winstverdeling. Management accounting scheert alle vermogensverschaffers over 1 kam, terwijl financial
accounting het splitst.
Samenvatting H3
Afval en uitval
Afval maakt deel uit van standaardkostprijs als productieproces deze grondstofverliezen met zich
meebrengt. Uitval wordt in standaardkostprijs meegenomen, als die gegeven de aard van productieproces
onvermijdelijk is.
Leercurve
Bij productieproces kan sprake zijn van leereffecten. Hierdoor kunnen productiekosten na van loop van tijd
dalen, doordat er een handigheid in productieproces komt. Dit zorgt voor hogere productiekosten in de
begincyclus en lagere kosten later in de productiecyclus.
Echter kan dit voor verkeerde beslissingen zorgen. Doordat het in het begin duurder is om te produceren,
kan ervoor gekozen worden het product niet op de markt te brengen, terwijl het later tot hogere winsten
kan leiden. Daarom beter om te werken met 1 standaardkostprijs, die gebaseerd is op het gemiddelde
grondstofverbruik incl. leercurve.
Prijselement
Kostprijs (kp) basis voor verkoopprijs (vp). Vp moet ten minste gelijk zijn aan kostprijs. Voor continuïteit
onderneming dient kp gebaseerd te worden op actuele inkoopprijzen (vervangingswaarde).
Er wordt alleen ruilwinst behaald als onderneming gelijktijdig prijsverschil weet te bewerkstelligen tussen
in- en verkoopmarkt.
Onafhankelijk van ruil zijn er ook voorraadresultaten. Dit zijn volgtijdelijke prijsverschillen op inkoopmarkt
tussen moment van inkoop en moment van verkoop. Wordt gezien als schijnwinsten, want zijn niet
uitkeerbaar.
Tijdselement
Omlooptijd
Bij ondernemen geldt: eerst investeren, dan pas winst maken. Tijd die verloopt tussen investering in
productiemiddel en moment waarop deze investering weer in geldvorm vrijkomt is omlooptijd. Duur van
omlooptijd is voor de 3 soorten inputs verschillend. Investering is pas na jaren terugverdiend.
Voor grondstoffen geldt dat het goedkoper is om grote bulk in een keer te kopen, waardoor omlooptijd
enkele maanden is. Is te verkorten middels JIT-principes. Voor productiefactor arbeid geldt dat omlooptijd
erg kort is, behalve als het gaat om scholingskosten. Die omlooptijd kan aanzienlijk zijn.
Zodra er verschil is tussen investeringsuitgave en moment dat het wordt terugverdiend, moet in kostprijs
rekening worden gehouden met rente.
Bij samengestelde rente wordt rente op rente berekend (10.000 x 1,01^6)
Bij enkelvoudige rente wordt eenmalig rente berekend (10.000 x 1,01)
Echter levert samengestelde rente geen eenduidige rentebedrag op. Als het per week zou worden
berekend zou het rentebedrag nog hoger zijn en als het per dag zou zijn, nog hoger. Dit heet continue
interest. In praktijk meestal gewerkt met discontinue interest.
Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot toenemend belang van interestkosten, door grote
investeringen. Ook is R&D toegenomen.
Het relevante interestpercentage
Ondernemer heeft keuze tussen ev en vv. Vergoeding over ev gebeurt middels dividend en is niet
vastgelegd. Hangt af van prestaties onderneming. Vergoeding over vv is meestal van te voren vastgelegd.
Economisch gezien geen verschil tussen rente over vv en dividend over ev. In kader van kostprijsbepaling
worden beide gezien als kosten.
Bij externe verslaggeving wordt alleen de rente gezien als kosten en het dividend als onderdeel van
winstverdeling. Management accounting scheert alle vermogensverschaffers over 1 kam, terwijl financial
accounting het splitst.