Beginselen strafrecht 2016/17 - werkgroepopdrachten week 5
Literatuur (Grondtrekken)
hoofdstuk 3: Opzet en culpa
hoofdstuk 11: Rechterlijk beslissingsmodel (herhaling)
hoofdstuk 16: Strafrechtelijke rechtsvinding
Jurisprudentie die tentamenstof is
HR 19 februari 1963, NJ 1963/512 (Verpleegster)
HR 19 februari 1985, NJ 1985/633 (Aanmerkelijke kans)
HR 15 oktober 1996, NJ 1997/199 (Porsche)
Jurisprudentie die geen tentamenstof is
Rb. Zwolle-Lelystad 21 oktober 2008, ECLI:NL:RBZLY:2008:BG1021 (Brugwachter)
Leerdoelen
Na het bestuderen van de tentamenstof en het volgen van het hoorcollege en de werkgroep is
student tot het volgende in staat:
Het zelf opzoeken van rechterlijke uitspraken
Het onderscheiden van de verschillende gradaties van opzet en schuld
Het onderscheiden van schuld als bestanddeel (culpa) van schuld als element
(verwijtbaarheid)
Het vaststellen of opzet of schuld in een delictsomschrijving voorkomt
Het uitleggen waarop het opzet betrekking moet hebben bij geobjectiveerde
delictsbestanddelen en door het gevolg gekwalificeerde delicten
Het vaststellen of in een casus sprake is van opzet of schuld
Het uitleggen op welke manier een rechter in het algemeen tot een beslissing komt
Het model van rechtsvinding toepassen op de feiten van een casus
Het toepassen van het rechterlijke beslissingsmodel bij opzetdelicten en culpoze delicten
, Vragen over opzet en culpa
1. Johan rijdt in zijn auto over een afgesloten weg. Hij weet dat hij hier niet mag rijden.
Ineens ziet hij voor hem een politieauto staan. Johan brengt zijn auto direct tot stilstand.
Johan heeft nogal wat geldzorgen en een nieuwe bekeuring is wel het laatste waar hij op
zit te wachten. Op het moment dat hij de agent ziet uitstappen en in de richting van zijn
auto ziet lopen besluit hij om er vandoor te gaan. Hij geeft vol gas en schiet vooruit. De
agent kan niet op tijd wegspringen en raakt zwaar gewond. Johan ontkent hij dat hij de
agent heeft willen raken. Zijn enige doel was ontkomen om een bekeuring te voorkomen.
Van welke vorm van opzet of culpa is hier sprake ten aanzien van het letsel van de agent?
a) onbewuste culpa
b) bewuste culpa
c) voorwaardelijk opzet
d) opzet met bedoeling
2. Jules en Ibrahim hebben een langlopende burenruzie. Midden in de winter krijgen de
buren buiten een heftige woordenwisseling. Jules wordt daarop zo kwaad dat hij zijn
honkbalknuppel uit de schuur haalt en Ibrahim daarmee tegen zijn hoofd slaat. Ibrahim
valt op de grond en blijft roerloos liggen. Jules laat Ibrahim in de vrieskou liggen. De
volgende ochtend stelt hij vast dat Ibrahim is overleden. Een arts stelt vast dat de dood is
veroorzaakt door een combinatie van de verwondingen en de kou. Jules wordt vervolgd
wegens doodslag (art. 287 Sr). Ter zitting verklaart hij dat het nooit zijn bedoeling was
om Ibrahim te doden. De rechter gelooft Jules. Mag hij doodslag bewezen verklaren?
NB: geef uw antwoord volgens de methode van rechtsvinding. Deze methode wordt
beschreven in hoofdstuk 16 van Grondtrekken.
Stap 1: mag doodslag door Jules bewezen verklaard worden? Kan er bewezen worden dat
Jules opzettelijk gedood heeft? Arrest HIV -> verschil voorwaardelijke opzet en bewuste
schuld
Stap 2: art. 287 -> opzettelijk. Jules zegt dat het nooit zijn bedoeling was Ibrahim te
doden en de rechter gelooft hem, dan is er geen sprake van opzettelijk doden. Jules heeft
de aanmerkelijke kans aanvaard dat Ibrahim dood zou kunnen gaan want hij heeft er niks
aan gedaan om hem nog te helpen.
Stap 3: om iets doodslag te kunnen noemen moet er sprake zijn van opzettelijk doden.
Jules geeft aan dat hij Ibrahim niet wilde doden en de rechter gelooft hem, er is in dit
geval dan geen sprake van opzettelijk doden dus doodslag mag niet bewezen verklaard
worden. Ja hij mag doodslag bewezen verklaren. De (voorwaardelijke) opzet is bewezen
verklaard.
3. Bij de Rechtbank Amsterdam staat een arts terecht die ervan wordt verdacht honderden
patiënten opzettelijk ernstig ziek te hebben gemaakt, waarvan tientallen zijn overleden.
Veel mensen zijn daar woedend over. Als het gepantserde gedetineerdenbusje met
daarin de arts aankomt bij het gerechtsgebouw, wordt het ontvangen door een
woedende menigte. Daarin bevindt zich Gerard. Hij heeft een kleine vuurwerkbom bij
zich, die hij op het gedetineerdenbusje gooit en die daar ontploft. Door de ontploffing
wordt wat lak van het dak van het busje weggeslagen. De inzittenden raken niet gewond.
2
Literatuur (Grondtrekken)
hoofdstuk 3: Opzet en culpa
hoofdstuk 11: Rechterlijk beslissingsmodel (herhaling)
hoofdstuk 16: Strafrechtelijke rechtsvinding
Jurisprudentie die tentamenstof is
HR 19 februari 1963, NJ 1963/512 (Verpleegster)
HR 19 februari 1985, NJ 1985/633 (Aanmerkelijke kans)
HR 15 oktober 1996, NJ 1997/199 (Porsche)
Jurisprudentie die geen tentamenstof is
Rb. Zwolle-Lelystad 21 oktober 2008, ECLI:NL:RBZLY:2008:BG1021 (Brugwachter)
Leerdoelen
Na het bestuderen van de tentamenstof en het volgen van het hoorcollege en de werkgroep is
student tot het volgende in staat:
Het zelf opzoeken van rechterlijke uitspraken
Het onderscheiden van de verschillende gradaties van opzet en schuld
Het onderscheiden van schuld als bestanddeel (culpa) van schuld als element
(verwijtbaarheid)
Het vaststellen of opzet of schuld in een delictsomschrijving voorkomt
Het uitleggen waarop het opzet betrekking moet hebben bij geobjectiveerde
delictsbestanddelen en door het gevolg gekwalificeerde delicten
Het vaststellen of in een casus sprake is van opzet of schuld
Het uitleggen op welke manier een rechter in het algemeen tot een beslissing komt
Het model van rechtsvinding toepassen op de feiten van een casus
Het toepassen van het rechterlijke beslissingsmodel bij opzetdelicten en culpoze delicten
, Vragen over opzet en culpa
1. Johan rijdt in zijn auto over een afgesloten weg. Hij weet dat hij hier niet mag rijden.
Ineens ziet hij voor hem een politieauto staan. Johan brengt zijn auto direct tot stilstand.
Johan heeft nogal wat geldzorgen en een nieuwe bekeuring is wel het laatste waar hij op
zit te wachten. Op het moment dat hij de agent ziet uitstappen en in de richting van zijn
auto ziet lopen besluit hij om er vandoor te gaan. Hij geeft vol gas en schiet vooruit. De
agent kan niet op tijd wegspringen en raakt zwaar gewond. Johan ontkent hij dat hij de
agent heeft willen raken. Zijn enige doel was ontkomen om een bekeuring te voorkomen.
Van welke vorm van opzet of culpa is hier sprake ten aanzien van het letsel van de agent?
a) onbewuste culpa
b) bewuste culpa
c) voorwaardelijk opzet
d) opzet met bedoeling
2. Jules en Ibrahim hebben een langlopende burenruzie. Midden in de winter krijgen de
buren buiten een heftige woordenwisseling. Jules wordt daarop zo kwaad dat hij zijn
honkbalknuppel uit de schuur haalt en Ibrahim daarmee tegen zijn hoofd slaat. Ibrahim
valt op de grond en blijft roerloos liggen. Jules laat Ibrahim in de vrieskou liggen. De
volgende ochtend stelt hij vast dat Ibrahim is overleden. Een arts stelt vast dat de dood is
veroorzaakt door een combinatie van de verwondingen en de kou. Jules wordt vervolgd
wegens doodslag (art. 287 Sr). Ter zitting verklaart hij dat het nooit zijn bedoeling was
om Ibrahim te doden. De rechter gelooft Jules. Mag hij doodslag bewezen verklaren?
NB: geef uw antwoord volgens de methode van rechtsvinding. Deze methode wordt
beschreven in hoofdstuk 16 van Grondtrekken.
Stap 1: mag doodslag door Jules bewezen verklaard worden? Kan er bewezen worden dat
Jules opzettelijk gedood heeft? Arrest HIV -> verschil voorwaardelijke opzet en bewuste
schuld
Stap 2: art. 287 -> opzettelijk. Jules zegt dat het nooit zijn bedoeling was Ibrahim te
doden en de rechter gelooft hem, dan is er geen sprake van opzettelijk doden. Jules heeft
de aanmerkelijke kans aanvaard dat Ibrahim dood zou kunnen gaan want hij heeft er niks
aan gedaan om hem nog te helpen.
Stap 3: om iets doodslag te kunnen noemen moet er sprake zijn van opzettelijk doden.
Jules geeft aan dat hij Ibrahim niet wilde doden en de rechter gelooft hem, er is in dit
geval dan geen sprake van opzettelijk doden dus doodslag mag niet bewezen verklaard
worden. Ja hij mag doodslag bewezen verklaren. De (voorwaardelijke) opzet is bewezen
verklaard.
3. Bij de Rechtbank Amsterdam staat een arts terecht die ervan wordt verdacht honderden
patiënten opzettelijk ernstig ziek te hebben gemaakt, waarvan tientallen zijn overleden.
Veel mensen zijn daar woedend over. Als het gepantserde gedetineerdenbusje met
daarin de arts aankomt bij het gerechtsgebouw, wordt het ontvangen door een
woedende menigte. Daarin bevindt zich Gerard. Hij heeft een kleine vuurwerkbom bij
zich, die hij op het gedetineerdenbusje gooit en die daar ontploft. Door de ontploffing
wordt wat lak van het dak van het busje weggeslagen. De inzittenden raken niet gewond.
2