5-09-17
HC 1. Privaatrecht
Structuur en indeling van het Burgerlijk Wetboek
1. Privaatrecht en vermogensrecht
2. Onderscheid goederenrecht en verbintenissenrecht
- Absolute en relatieve rechten
- Prioriteit en gelijkwaardigheid
- Dwingend en aanvullend recht
3. Opbouw burgerlijk wetboek
1. Privaat- en vermogensrecht
Privaatrecht: Personen met hun vermogen en dat wat zij aan rechten en plichten
kunnen hebben
- Personenrecht: hoe wij als mens functioneren in het recht.
1. Personen en familierecht: over hoe je aan je naam bent gekomen,
trouwen en vermogen, geld en vermogen, moeder en vader bij kind
geboren.
2. Rechtspersonen: juridische constructies die in het recht precies
hetzelfde functioneren als de mens bv, nv, stichting, vereniging
- Vermogensrecht
1. Goederenrecht: gaat over rechten ten aanzien van een goed, relatie
tussen personen en een goed, bijv. hoe je eigenaar bent van je laptop.
Zaken (‘dingen’ en vorderingen) en vermogensrechten (auteursrecht,
vorderingen)
2. Verbintenissenrecht: gaat over rechten jegens een persoon, bijv.
huurovereenkomst. Twee personen staan in een juridische verhouding
tot elkaar. Bronnen van verbintenissen zijn de wet (omvallen
standbeeld met schadevergoeding) en overeenkomst (ze gaan
verplichtingen met elkaar aan omdat ze het zelf willen)
, 2. Onderscheid tussen goederen- en verbintenissenrecht
Goederenrecht Verbintenissenrecht
Absolute rechten: jegens iedereen Relatieve rechten: gelden alleen in de
inroepbaar, bijv. auteursrecht relatie tussen de personen die erbij
betrokken zijn, bijv. huurovereenkomst.
Exclusief en gevolg doordat het tegen Uitzonderingen: Er zijn rechten die je
iedereen inroepbaar is blijven goederen niet tegen iedereen kan gebruiken.
en zaken altijd jouw eigendom waar het Pand verkocht waarin je huurt,
ook heen gaat, bijv. als mijn spullen huurovereenkomst met oude eigenaar
ergens heen gaan nog eigendom maar de huurder wordt door de wet
beschermd. Uitzondering op de regel
dat een verbintenis alleen tussen die
twee partijen gelden.
Prioriteit: het oudere recht is sterker Gelijkwaardigheid
t.o.v. het nieuwere recht. Bijv. bij het Alle verbintenissen zijn gelijkwaardig
uitlenen van een boek. (even sterk), bijv. het lenen van 100
euro bij twee personen,
gelijkwaardigheid qua rang
uitzondering bij iets twee keer verkopen,
voorrang voor de eerste koper. Maar als
koper twee hem al heeft is het niet meer
geldig.
Veel dwingend recht: doordat het Veel aanvullend recht: omdat het tussen
absolute rechten zijn. Het moet zoals twee personen gaat, maakt het voor de
het in de wet staat en anders geldt het omstanders niet zo veel uit wat de
niet. verbintenis inhoudt. Het
verbintenissenrecht is veel vrijer. Je
mag de verbintenissen zelf een beetje
vormgeven. Er zijn ook regels in de wet.
Wil je het anders doen dan kan dat. Er
zijn belangrijke uitzonderingen,
ingegrepen in het aanvullende karakter
als de partijen niet eerlijk kunnen
onderhandelen. Alles mag als je maar
gebalanceerd kan onderhandelen.
Voorbeeld van oneerlijk onderhandelen
is het onderhandelen tussen werknemer
en werkgever, werknemer is
afhankelijker van de werkgever dus
daar is er dwingend recht.
Herkennen in de inhoudsopgaven van het bw
, 3. Opbouw burgerlijk wetboek
Goed onder de knie krijgen trefwoordenregister niet gebruiken maar de
inhoudsopgave gebruiken.
Burgerlijk wetboek
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonen
3. Vermogensrecht in het algemeen: titel 3.1 tot 3.3 en 3.11
Goederenrecht: titel 3.4 – 3.10
4. Erfrecht: wat gebeurt er als een persoon overlijdt.
5. Zakelijke rechten: regels die alleen voor zaken gelden
6. Verbintenissenrecht
Algemeen: titel 6.1 en 6.2
Verbintenissen uit de wet: titel 6.3 en 6.4 schadevergoeding. Rechtmatige
daden: helpen bij ongeval en de helper lijdt schade, toch recht op
schadevergoeding.
Verbintenissen uit de overeenkomst: titel 6.5.
7. Bijzondere overeenkomsten
A. Bijzondere overeenkomsten ‘oud’
8. Bijzondere overeenkomsten: verkeerssituaties verkeers- en vervoersrecht
9. Intellectuele eigendom, bestaat vooralsnog niet goederenrecht
10. Internationaal privaatrecht: hoe moeten wij omgaan met internationale
gevallen, bijv. een Engelsman rijdt een Duitser aan, het nationaal recht van
welk land hier van toepassing is.
Opbouw
- Boek, titel, afdeling, artikel
- Artikelnummering = ‘boek’: ‘artikel’, bijv. art. 6:162 BW (onrechtmatige
daad)
- Gelaagde structuur: van algemeen tot specifiek. Schakelbepaling: het staat
specifieker maar eigenlijk kan je er meer op toepassen. Misbruik van
bevoegdheid in boek 3 artikel 13 toepassen op het bestuursrecht, met
geen enkel ander doel om de ander te sarren. Artikel 15: 11 t/m 14 valt ook
buiten het vermogensrecht.
Voorbeeld
Koopovereenkomst: je koopt via marktplaats een hamster met kooi
Horen het rad en het waterbuisje in de kooi: bijzondere overeenkomsten. Levering
waarbij de verwachtingen waar worden gemaakt
De hamster kan pas donderdag opgehaald worden, moet de hamster in de
tussentijd nog gevoerd worden: verbintenissenrecht. Tot de aflevering verplicht zorg
te dragen.
Hoe werkt het als je via marktplaats een overeenkomst sluit, wanneer zit je er
samen aan vast verbintenissen uit overeenkomst.
Je bent thuis met de hamster en dat blijkt de hamster een blaasprobleem te
hebben. Kan je nu nog zeggen dat je hem nu niet wil. Kan je van een overeenkomst
af, als er iets mis is met de vorming van je wil: vermogensrecht. Ook bij wel of geen
testament, heel algemeen geregeld in het vermogensrecht.
HC 1. Privaatrecht
Structuur en indeling van het Burgerlijk Wetboek
1. Privaatrecht en vermogensrecht
2. Onderscheid goederenrecht en verbintenissenrecht
- Absolute en relatieve rechten
- Prioriteit en gelijkwaardigheid
- Dwingend en aanvullend recht
3. Opbouw burgerlijk wetboek
1. Privaat- en vermogensrecht
Privaatrecht: Personen met hun vermogen en dat wat zij aan rechten en plichten
kunnen hebben
- Personenrecht: hoe wij als mens functioneren in het recht.
1. Personen en familierecht: over hoe je aan je naam bent gekomen,
trouwen en vermogen, geld en vermogen, moeder en vader bij kind
geboren.
2. Rechtspersonen: juridische constructies die in het recht precies
hetzelfde functioneren als de mens bv, nv, stichting, vereniging
- Vermogensrecht
1. Goederenrecht: gaat over rechten ten aanzien van een goed, relatie
tussen personen en een goed, bijv. hoe je eigenaar bent van je laptop.
Zaken (‘dingen’ en vorderingen) en vermogensrechten (auteursrecht,
vorderingen)
2. Verbintenissenrecht: gaat over rechten jegens een persoon, bijv.
huurovereenkomst. Twee personen staan in een juridische verhouding
tot elkaar. Bronnen van verbintenissen zijn de wet (omvallen
standbeeld met schadevergoeding) en overeenkomst (ze gaan
verplichtingen met elkaar aan omdat ze het zelf willen)
, 2. Onderscheid tussen goederen- en verbintenissenrecht
Goederenrecht Verbintenissenrecht
Absolute rechten: jegens iedereen Relatieve rechten: gelden alleen in de
inroepbaar, bijv. auteursrecht relatie tussen de personen die erbij
betrokken zijn, bijv. huurovereenkomst.
Exclusief en gevolg doordat het tegen Uitzonderingen: Er zijn rechten die je
iedereen inroepbaar is blijven goederen niet tegen iedereen kan gebruiken.
en zaken altijd jouw eigendom waar het Pand verkocht waarin je huurt,
ook heen gaat, bijv. als mijn spullen huurovereenkomst met oude eigenaar
ergens heen gaan nog eigendom maar de huurder wordt door de wet
beschermd. Uitzondering op de regel
dat een verbintenis alleen tussen die
twee partijen gelden.
Prioriteit: het oudere recht is sterker Gelijkwaardigheid
t.o.v. het nieuwere recht. Bijv. bij het Alle verbintenissen zijn gelijkwaardig
uitlenen van een boek. (even sterk), bijv. het lenen van 100
euro bij twee personen,
gelijkwaardigheid qua rang
uitzondering bij iets twee keer verkopen,
voorrang voor de eerste koper. Maar als
koper twee hem al heeft is het niet meer
geldig.
Veel dwingend recht: doordat het Veel aanvullend recht: omdat het tussen
absolute rechten zijn. Het moet zoals twee personen gaat, maakt het voor de
het in de wet staat en anders geldt het omstanders niet zo veel uit wat de
niet. verbintenis inhoudt. Het
verbintenissenrecht is veel vrijer. Je
mag de verbintenissen zelf een beetje
vormgeven. Er zijn ook regels in de wet.
Wil je het anders doen dan kan dat. Er
zijn belangrijke uitzonderingen,
ingegrepen in het aanvullende karakter
als de partijen niet eerlijk kunnen
onderhandelen. Alles mag als je maar
gebalanceerd kan onderhandelen.
Voorbeeld van oneerlijk onderhandelen
is het onderhandelen tussen werknemer
en werkgever, werknemer is
afhankelijker van de werkgever dus
daar is er dwingend recht.
Herkennen in de inhoudsopgaven van het bw
, 3. Opbouw burgerlijk wetboek
Goed onder de knie krijgen trefwoordenregister niet gebruiken maar de
inhoudsopgave gebruiken.
Burgerlijk wetboek
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonen
3. Vermogensrecht in het algemeen: titel 3.1 tot 3.3 en 3.11
Goederenrecht: titel 3.4 – 3.10
4. Erfrecht: wat gebeurt er als een persoon overlijdt.
5. Zakelijke rechten: regels die alleen voor zaken gelden
6. Verbintenissenrecht
Algemeen: titel 6.1 en 6.2
Verbintenissen uit de wet: titel 6.3 en 6.4 schadevergoeding. Rechtmatige
daden: helpen bij ongeval en de helper lijdt schade, toch recht op
schadevergoeding.
Verbintenissen uit de overeenkomst: titel 6.5.
7. Bijzondere overeenkomsten
A. Bijzondere overeenkomsten ‘oud’
8. Bijzondere overeenkomsten: verkeerssituaties verkeers- en vervoersrecht
9. Intellectuele eigendom, bestaat vooralsnog niet goederenrecht
10. Internationaal privaatrecht: hoe moeten wij omgaan met internationale
gevallen, bijv. een Engelsman rijdt een Duitser aan, het nationaal recht van
welk land hier van toepassing is.
Opbouw
- Boek, titel, afdeling, artikel
- Artikelnummering = ‘boek’: ‘artikel’, bijv. art. 6:162 BW (onrechtmatige
daad)
- Gelaagde structuur: van algemeen tot specifiek. Schakelbepaling: het staat
specifieker maar eigenlijk kan je er meer op toepassen. Misbruik van
bevoegdheid in boek 3 artikel 13 toepassen op het bestuursrecht, met
geen enkel ander doel om de ander te sarren. Artikel 15: 11 t/m 14 valt ook
buiten het vermogensrecht.
Voorbeeld
Koopovereenkomst: je koopt via marktplaats een hamster met kooi
Horen het rad en het waterbuisje in de kooi: bijzondere overeenkomsten. Levering
waarbij de verwachtingen waar worden gemaakt
De hamster kan pas donderdag opgehaald worden, moet de hamster in de
tussentijd nog gevoerd worden: verbintenissenrecht. Tot de aflevering verplicht zorg
te dragen.
Hoe werkt het als je via marktplaats een overeenkomst sluit, wanneer zit je er
samen aan vast verbintenissen uit overeenkomst.
Je bent thuis met de hamster en dat blijkt de hamster een blaasprobleem te
hebben. Kan je nu nog zeggen dat je hem nu niet wil. Kan je van een overeenkomst
af, als er iets mis is met de vorming van je wil: vermogensrecht. Ook bij wel of geen
testament, heel algemeen geregeld in het vermogensrecht.