G MIC21T
2023-2024
,Inhoudsopgave
PROKARYOTEN........................................................................................................................................3
HET CYTOPLASMATISCH MEMBRAAN (CPM)....................................................................................................3
CELWAND................................................................................................................................................4
STRUCTUREN BUITEN DE CELWAND VAN PROKARYOTEN CELLEN.............................................................................5
INTERNE COMPONENTEN VAN PROKARYOTISCHE CELLEN......................................................................................6
EUKARYOTEN..........................................................................................................................................7
HET CYTOPLASMATISCH MEMBRAAN (CPM)....................................................................................................8
PROTEINESTRUCTUREN BINNEN EUKARYOTEN....................................................................................................9
MEMBRAANGEBONDEN ORGANELLEN BIJ EUKARYOTEN.....................................................................................11
MICROSCOPIE........................................................................................................................................13
DIFFERENTIËLE KLEURING...........................................................................................................................14
BACTERIËN............................................................................................................................................15
TAXONOMIE...........................................................................................................................................15
IDENTIFICATIEMETHODE OP BASIS VAN FENOTYPE............................................................................................16
IDENTIFICATIE OP BASIS VAN HET GENOTYPE...................................................................................................18
KARAKTERISERING VAN DE STAM VERSCHILLEN................................................................................................18
BENADERINGEN VAN CONTROLE..................................................................................................................20
FYSIEKE METHODE OM M.O. EN VIRUSSEN DE VERNIETIGEN OF TE VERWIJDEREN.....................................................20
KLASSEN VAN KIEMDODENDE CHEMICALIËN....................................................................................................22
SCHIMMELS...........................................................................................................................................24
MICROBIOLOGISCHE GROEI...................................................................................................................25
MILIEUFACTOREN DIE INVLOED HEBBEN OP DE MICROBIOLOGISCH GROEI...............................................................26
VERSCHILLENDE SOORTEN CULTUUR MEDIUMS................................................................................................27
MICROBIOLOGISCH METABOLISME.......................................................................................................29
METABOLISME........................................................................................................................................29
CENTRALE METABOLISCHE ROUTES...............................................................................................................31
ALGEMENE EIGENSCHAPPEN VAN VIRUSSEN.........................................................................................34
1
,BACTERIOFAGEN......................................................................................................................................34
BACTERIËLE GENREGULATIE........................................................................................................................39
MOLECULAIRE KLONING............................................................................................................................41
AANGEBOREN IMMUUNSYSTEEM.........................................................................................................43
PRINCIPES VAN INFECTIEZIEKTEN..................................................................................................................44
ANATOMIE, FYSIOLOGIE EN ECOLOGIE..................................................................................................47
KENMERKEN VAN ANTIMICROBIËLE MEDICIJNEN..............................................................................................48
MICROBIOLOGIE VAN AFVALWATERZUIVERING.....................................................................................52
DRINKWATERBEHANDELING EN TESTEN................................................................................................53
FACTOREN DIE DE GROEI VAN MICRO-ORGANISMEN BEÏNVLOEDEN IN VOEDINGSMIDDELEN..............55
MICRO-ORGANISMEN IN DE PRODUCTIE VAN VOEDSEL EN DRANKEN..................................................55
2
, Prokaryoten
Het cytoplasmatisch membraan (CPM)
- Betekenis: een dunne delicate structuur die het cytoplasma omringt en de grens van de
cel definieert.
- Structuur: een fosforlipidenlaag ingebed met eiwitten
Fosforlipiden zijn in tegenovergestelde lagen gerangschikt zodat de hyrofobe staarten
naar binnen wijzen, en de hydrofiele koppen naar buiten gericht zijn en vrijelijk in
wisselwerking staan met waterige oplossingen.
De eiwitten ingebed in het membraan hebben verschillende functies:
Fungeren als selectieve poorten voedingsstoffen de cel in kunnen &
afvalstoffen de cel uitkunnen
Sensoren voor omgevingscondities en voorzien de cel van mechanisme om
de omgeving te monitoren en zich eraan aan te passen
Sommige zijn enzymen die essentiële chemische reacties katalyseren
De eiwitten verplaatsen zich voortdurend is noodzakelijk voor
membraanfuncties
- Permeabiliteit van cytoplasmatisch membraan
CPM is selectief permeabel = alleen bepaalde stoffen kunnen passeren
Moleculen die vrij door de dubbele fosforlipidenlaag heen gaan zijn bijv.
gassen, kleine hydrofobe verbindingen & water
Sommige cellen hebben aquaporines porievormende eiwitten die specifiek
water doorlaten
Cellen hebben transportsystemen om bepaalde andere moleculen door het
membraan heen te verplaatsen
Diffusie = het verplaatsen van moleculen van een gebied met een hoge concentratie
naar een gebied met een lage concentratie, totdat het evenwicht is bereikt
Osmose = diffusie van water
Treedt op wanneer de concentratie opgeloste stoffen aan twee zijden van het
membraan ongelijk zijn
Water beweegt langs zijn concentratiegradiënt van een hoge waterconcentratie
naar een lage waterconcentratie
- CPM speelt een grote rol bij het transformeren van energie omzetten van de energie
van voedsel of zonlicht in ATP
Bij eukaryoten vindt dit plaats in membraangebonden organellen
De meeste prokaryoten hebben een reeks eiwitcomplexen die onderdeel zijn van hun
energietranformatieporeces = elektronentransportketen (ETC)
Protonen uit de cel worden verplaatst ontstaat een elektrochemisch
gradiënt over het membraan (positief geladen) worden direct buiten het
membraan geconcentreerd hydroxide ionen blijven achter in de cel
3