Hoorcollege 1.2 Anatomie & Fysiologie Tractus Digestivus
De voedselweg van voedsel in de vaste vorm: Mond, slokdarm (3 seconden), maag
(1-3 uur), dunne darm (2-6 uur), dikke darm (12-48 uur).
Gladula is de Latijnse benaming voor een klier.
Glandula salivaria (speekselklieren)
Glandula parotis (oorspeekselklier)
Glandula submandibularis (onderkaakspeekselklier, onderkaaksklier) 6
Glandula sublingualis (ondertongspeekselklier, ondertongsklier) 5
Mondholte (cavum oris)
Zintuiglijke analyse van het voedsel
Mechanische verwerking: Tanden, tong en gehemelte
Bevochtiging van voedsel door slijm in speeksel
Begin van vertering door enzymen in speeksel
Nasopharynx: De neus- keelholte, met name het gedeelte dat gelegen is achter het
zachte gehemelte.
Oropharynx: Deel van de keelholte, dat achterin de mondholte begint.
Laryngopharynx: Het strottenhoofd.
Trachea: De luchtpijp.
Oesophagus: De slokdarm.
, Keelholte / farynx en (ver)slikproces
Functies
1. Orale fase (buccale fase): Samendrukken bolus (geheel van door te slikken
voedsel of vloeistof) en entree keelholte.
2. Faryngeale fase: Optillen van het strottenhoofd, buigen van epiglottis
(strottenklepje), sluiten glottis (combinatie van de stembanden en de ruimte
ertussen).
3. Oesofageale fase: Peristaltiek duwt bolus (geheel van door te slikken voedsel
of vloeistof) naar de maag.
4. 4de stap: Bolus (geheel van door te slikken voedsel of vloeistof) komt maag
binnen.
Palatum molle: Zachte gehemelte
Palatum durum: Harde gehemelte
Oesophagus
De voedselweg van voedsel in de vaste vorm: Mond, slokdarm (3 seconden), maag
(1-3 uur), dunne darm (2-6 uur), dikke darm (12-48 uur).
Gladula is de Latijnse benaming voor een klier.
Glandula salivaria (speekselklieren)
Glandula parotis (oorspeekselklier)
Glandula submandibularis (onderkaakspeekselklier, onderkaaksklier) 6
Glandula sublingualis (ondertongspeekselklier, ondertongsklier) 5
Mondholte (cavum oris)
Zintuiglijke analyse van het voedsel
Mechanische verwerking: Tanden, tong en gehemelte
Bevochtiging van voedsel door slijm in speeksel
Begin van vertering door enzymen in speeksel
Nasopharynx: De neus- keelholte, met name het gedeelte dat gelegen is achter het
zachte gehemelte.
Oropharynx: Deel van de keelholte, dat achterin de mondholte begint.
Laryngopharynx: Het strottenhoofd.
Trachea: De luchtpijp.
Oesophagus: De slokdarm.
, Keelholte / farynx en (ver)slikproces
Functies
1. Orale fase (buccale fase): Samendrukken bolus (geheel van door te slikken
voedsel of vloeistof) en entree keelholte.
2. Faryngeale fase: Optillen van het strottenhoofd, buigen van epiglottis
(strottenklepje), sluiten glottis (combinatie van de stembanden en de ruimte
ertussen).
3. Oesofageale fase: Peristaltiek duwt bolus (geheel van door te slikken voedsel
of vloeistof) naar de maag.
4. 4de stap: Bolus (geheel van door te slikken voedsel of vloeistof) komt maag
binnen.
Palatum molle: Zachte gehemelte
Palatum durum: Harde gehemelte
Oesophagus