1. Beschrijven wat onder preconceptiezorg wordt verstaan:
- Voor optimale preventie is het belangrijk om al in de periode voor de bevruchting een
aantal maatregelen te nemen. Juist in de eerste 3 maanden van de zwangerschap vindt
de aanleg van organen plaats en kan schade optreden die later niet meer te herstellen is.
- Een belangrijke preventiemaatregel, het gebruik van foliumzuur, moet 4 weken voor de
bevruchting gestart worden. Een groot deel van het effect dat foliumzuur heeft op het
voorkomen van een neuraalbuisdefect gaat verloren wanneer begonnen wordt met
innemen als de zwangerschap al is opgetreden.
2. De normale zwangerschap beschrijven: duur, lichamelijke veranderingen, de prenatale
screening – 20 weken echo en de verloskundige zorg daarbij:
Tijdens de prenatale ontwikkeling ontstaat uit één enkele cel uiteindelijk een zuigeling
van 3 tot 4 kg. De periode waarin de prenatale ontwikkeling plaatsvindt, wordt de
periode van gestatie, of zwangerschap genoemd. De gestatie duurt 9 maanden en vind in
de uterus (baarmoeder) plaats. Voor het gemak wordt de prenatale ontwikkeling meestal
in drie trimesters ingedeeld, die elk 3 maand duren:
Het eerste trimesters is de periode van de embryonale en vroege foetale
ontwikkeling. Tijdens deze periode ontstaan alle belangrijke orgaanstelsels.
In het tweede trimester vindt vooral de ontwikkeling van organen en
orgaanstelsels plaats tot deze bijna zijn volgroeid. De lichaamsverhoudingen van
de foetus veranderen, en tegen het einde van de tweede trimester is duidelijk
een menselijke vorm te herkennen.
Het derde trimester wordt gekenmerkt door een snelle groei van de foetus.
Vroeg in het derde trimester worden de meeste van de belangrijkste
orgaanstelsels volledig functioneel. Een zuigeling die één of zelfs twee maanden
te vroeg geboren wordt, heeft een redelijke kans te overleven.
De belangrijkste veranderingen die plaatsvinden in de orgaanstelsels van de moeder zijn:
De ademhalingssnelheid neemt toe en het ademvolume neemt toe.
Het volume van het moederlijk bloed wordt groter.
De behoefte aan voedingsstoffen neemt met 20 tot 30 procent toe.
De glomerulaire filtratiesnelheid stijft met ongeveer 20 procent.
De baarmoeder wordt enorm veel groter.
De melkklieren worden groter en beginnen melk af te geven.
De prenatale screening is om te screenen op het Downsyndroom (kansbepaling) en de 20
wekenecho op aangeboren afwijkingen.
3. De embryogenese beschrijven:
Kort na de gastrulatie in week 3, komt het lichaam van het embryo los van de
kiemschijf en begint het lichaam en de inwendige organen van het embryo zich te
vormen. De vorming van het embryo wordt embryogenese genoemd.
Embryogenese begint wanneer door plooiing, differentiatie en groei van het
embryo een uitstulping ontstaat, de hoofdplooi, die in de amnionholte uitsteekt
(week 3).
Soortgelijke verplaatsingen leiden tot het ontstaan van een staartplooi (week 4).
Embryogenese is een kritiek periode omdat hier fundamenten gemaakt worden
voor verdere ontwikkeling van de organen (organogenese).
, Medische kennis leerdoelen week 2:
1. Een aantal belangrijke aandoeningen die de zwangerschap kunnen verstoren of door
zwangerschap kunnen ontstaan beschrijven, zoals hypertensie, (pre)- eclampsie, HELLP en
bloedgroep en resus antagonisme:
- Zwangerschapshypertensie:
Bij herhaling hoger dan 140/90 mmHg.
Na de 20ste zwangerschapsweek: ‘pregnancy induces hypertension’(PIH).
Pre-existente hypertensie: reeds voor de zwangerschap bestaande hypertensie.
- Pre-eclampsie:
Zwangerschapshypertensie en eiwitverlies in de urine.
- Eclampsie:
Trekkingen/insulten meestal samengaand met pre-eclampsie of HELLP.
- HELLP:
Bloedafbraak, leverfunctiestoornissen en afbraak bloedplaatjes.
- Bloedgroep:
- Resus antagonisme:
Een aandoening waarbij de rode bloedcellen van de baby afgebroken worden
door de antistoffen (afweerstoffen) van de moeder.
2. De normale bevalling beschrijven:
- Ontsluiting:
Een paar dagen voor de geboorte kan de cervix al 1 of 2 cm opengaan. Weeën
nemen aan het eind van de zwangerschap toe doordat de placenta minder uterus
verslappend progesteron produceert en de hypofyse juist meer weeën