18.1 Het zenuwstelsel
Zintuigen receptor;
zenuwstelsel conductor;
spieren effector
Prikkels worden in zintuigen omgezet naar impulsen. Een prikkel is een invloed uit het milieu
op een organisme zoals warmte of smaak. Een impuls is een elektrisch schokje van je
hersenen naar je spieren. Alle zenuwen in je ruggenmerg en je hersenen samen zijn je
centrale zenuwstelsel (CZS). Alle andere zenuwen liggen in je perifere zenuwstelsel (PZS). Een
reflex is een reactie die niet via de hersenen gaat. Het animale zenuwstelsel zorgt voor
bewuste handelingen en het autonome zenuwstelsel zorgt voor onbewuste handelingen.
Vier soorten steuncellen/gliacellen zijn:
- Astrocyten; Voorzien de neuronen van voedingsstoffen, voeren afvalstoffen af en
helpen de homostase te bewaken.
- Oliegondrocyten; Beschermen en versnellen de impulsgeleiding in het CZS.
- Schwanncellen; Beschermen en versnellen de impulsgeleiding in het PZS.
- Gliacyten; Ruimen aangetaste cellen op.
Astrocyten zitten gekoppeld aan het bloedvat voor voeding. Een neuron/zenuwcel is een cel
die is gespecialiseerd in het ontvangen, verwerken en versturen van signalen. Zie Binas-tabel
88A voor de verschillende onderdelen. Er zijn drie soorten neuronen:
- Motorische neuron; Vervoeren impulsen van het CZS naar spieren en klieren.
- Schakelneuron; Dragen impulsen over van het ene op het andere neuron.
- Sensorische neuron; Vervoeren impulsen van de sensoren in het lichaam naar het CZS