Medische en tandheelkundige vakkennis 1: Biochemie
H 3 Enzymen
Aantekeningen college + samenvatting:
3.1 Enzymen, waarom en hoe?
Spontane reactie: reactie die spontaan verloopt.
Zuurstof en alcohol zijn stabiel, hiervoor is energie nodig om een reactie te laten plaatsvinden.
Activeringsenergie: De hoeveelheid energie die nodig is om de reactie op gang te brengen.
Reacties in ons lichaam:
1. Benodigde tempratuur in ons lichaam is niet hoog om reacties spontaan te laten verlopen.
2. Bij spontane reacties is geen regulatie mogelijk.
Een katalysator versnelt een reactie zonder daarbij zelf aan deel te nemen.
Biologische katalysatoren → versnellen reactie in de levende cel (bio-katalysatoren).
Meeste enzymen zijn geconjugeerde eiwitten, zijn opgebouwd uit;
- Eiwit-gedeelte; het apo-enzym
- Prosthetische groep; het co-enzym (organische moleculen)
↓
Behoren tot water oplosbare vitaminen, vitamine gebrek leidt dus tot
verminderde werking van bepaalde enzymen!!
---Anorganische moleculen: co-factor---
Substraat: stof die door enzym wordt omgezet.
Product: stof die ontstaat uit de chemische reactie.
Voorbeeld; hydrolyse van zetmeel door amylase:
Substraat → enzym → product
zetmeel amylase maltose
Katalysatoren (o.a. enzymen): verlaging de activeringsenergie door binding aan het substraat →
verandering ruimtelijke structuur substraatmolecuul → minder energie vereist voor verbreken
verbinding.
Enzym kan een verbinding verbreken of juist een binding aangaan.
Enzym + substraat → enzym-substraatcomplex
• Vervolgreactie: Enzym-substraatcomplex → enzym + product
Enzym komt vrij; kan binden aan nieuw substraat molecuul.
• Substraat-specifiek: elk enzym herkent één substraat
– Ruimtelijke structuur enzym (eiwit) is bepalend: “sleutel – slot model”
• Werkingsspecificiteit: elk enzym katalyseert één reactie
Exotherme reactie: meer energie afgestaan dan er wordt opgenomen.
Endotherme reactie: minder energie afgestaan dan er wordt opgenomen →toevoer energie nodig.
bv. Door verwarmen
Bestralen met energie-rijk licht (zonlicht)
Koppelen aan exotherme reactie (hydrolyse van ATP- adenosinefosfaat)
H 3 Enzymen
Aantekeningen college + samenvatting:
3.1 Enzymen, waarom en hoe?
Spontane reactie: reactie die spontaan verloopt.
Zuurstof en alcohol zijn stabiel, hiervoor is energie nodig om een reactie te laten plaatsvinden.
Activeringsenergie: De hoeveelheid energie die nodig is om de reactie op gang te brengen.
Reacties in ons lichaam:
1. Benodigde tempratuur in ons lichaam is niet hoog om reacties spontaan te laten verlopen.
2. Bij spontane reacties is geen regulatie mogelijk.
Een katalysator versnelt een reactie zonder daarbij zelf aan deel te nemen.
Biologische katalysatoren → versnellen reactie in de levende cel (bio-katalysatoren).
Meeste enzymen zijn geconjugeerde eiwitten, zijn opgebouwd uit;
- Eiwit-gedeelte; het apo-enzym
- Prosthetische groep; het co-enzym (organische moleculen)
↓
Behoren tot water oplosbare vitaminen, vitamine gebrek leidt dus tot
verminderde werking van bepaalde enzymen!!
---Anorganische moleculen: co-factor---
Substraat: stof die door enzym wordt omgezet.
Product: stof die ontstaat uit de chemische reactie.
Voorbeeld; hydrolyse van zetmeel door amylase:
Substraat → enzym → product
zetmeel amylase maltose
Katalysatoren (o.a. enzymen): verlaging de activeringsenergie door binding aan het substraat →
verandering ruimtelijke structuur substraatmolecuul → minder energie vereist voor verbreken
verbinding.
Enzym kan een verbinding verbreken of juist een binding aangaan.
Enzym + substraat → enzym-substraatcomplex
• Vervolgreactie: Enzym-substraatcomplex → enzym + product
Enzym komt vrij; kan binden aan nieuw substraat molecuul.
• Substraat-specifiek: elk enzym herkent één substraat
– Ruimtelijke structuur enzym (eiwit) is bepalend: “sleutel – slot model”
• Werkingsspecificiteit: elk enzym katalyseert één reactie
Exotherme reactie: meer energie afgestaan dan er wordt opgenomen.
Endotherme reactie: minder energie afgestaan dan er wordt opgenomen →toevoer energie nodig.
bv. Door verwarmen
Bestralen met energie-rijk licht (zonlicht)
Koppelen aan exotherme reactie (hydrolyse van ATP- adenosinefosfaat)