- Subjectieve(wanneer) en objectieve(waarover) belastingplicht
- Voorwaarden AB en inkomen uit AB
Vennootschapsbelasting
Elke BV moet vennootschapsbelasting betalen. Wat is een BV:
BV is een rechtspersoon (rechten en plichten van natuurlijk persoon), art. 2:175 BW:
- Besloten vennootschap
- Heeft in aandelen verdeeld kapitaal: geen eigen vermogen maar een aandelenkapitaal
- Aandelen zijn niet verhandelbaar op de beurs (dit is bij NV wel het geval)
- Aandelen zijn op naam geregistreerd (bij NV staan deze niet op naam)
- Verschillende functies binnen de BV: directeur, aandeelhouder en werknemers. Vaak heeft
één persoon meerdere functies. Er moet dus steeds worden nagegaan in welke functie de
persoon handelt (welke rol)
Voordelen van een BV ten opzichte van een eenmanszaak of VOF:
- Mogelijkheid om niet privé aansprakelijk gesteld te worden (tenzij de directeur ernstig
schuldig is). Er moeten dan minimaal 2 BV opgericht worden om optimaal aansprakelijkheid
te kunnen afschermen.
o De eerste BV is de holding. Deze heeft het pand, de machines etc.
o De tweede BV is de werkmaatschappij. Deze heeft de klanten, het personeel, de
fysieke winkel. Deze gaat vaak als eerst failliet. Het pand en de machines blijven
hierdoor bestaan.
- Fiscale voordelen bij winsten vanaf ongeveer € 200.000,-
Er zijn twee soorten belastingplichten:
1. Subjectieve belastingplicht: Wie betaalt belasting
2. Objectieve belastingplicht: Waarover moet er belasting betaald worden
Subjectieve belastingplicht
Wanneer ben je belastingplichtig voor de VPB:
Art. 1 zegt: als je wordt genoemd in art 2 of 3 ben je belastingplichtig
- Art. 2: Wanneer je bent gevestigd in Nederland als zijnde NV, BV, open CV, Coöperatie,
stichtingen etc. Maar ook als buitenlandse bedrijven met aandelenkapitaal zich in Nederland
vestigen.
- Art. 3: Wanneer je bent gevestigd buiten Nederland maar een Nederlands inkomen hebt als
zijnde NV, BV etc. (zelf doornemen, letterlijk genoemd).
o Nu ben je alleen voor het bedrag dat in Nederland behaald wordt als winst
belastingplichtig
Art. 4 AWR bepaald de vestiging van een bedrijf:
- Bij natuurlijkpersoon is dit het sociaal en economisch middelpunt
- Bij rechtspersonen is dit het land van waaruit de onderneming wordt bestuurd, oftewel waar
de feitelijke leiding zit.
, Art. 5 + 6, deze bedrijven zijn wél belastingplichtig, maar vervolgens vrijgesteld!
- Stichtingen zijn vrijgesteld, maar moeten wel belasting betalen over de winst die is ontvangen
door het handelen als een onderneming.
Objectieve belastingplicht
Waarover moet je belasting betalen, art. 7:
Lid 1: over belastbaar bedrag
Lid 2: belastbaar bedrag is de belastbare winst verminderd met verrekende verliezen (art 20)
Lid 3: belastbare winst is winst verminderd met de giften (art 16)
Winst = fiscale winst (dus anders dan commerciële winst (winst- & verliesrekening))
Schematisch ziet dit er dan zo uit:
1
Eind eigen vermogen
Begin eigen vermogen (-/-) 2
Onttrekkingen (+) Omzet
Stortingen (-/-) Kosten (-/-)
Commerciële winst
.. fiscale correcties (+/-)
.. ‘’ ‘’
.. ‘’ ‘’
.. ‘’ ‘’
Winst (of fiscale winst)
Giften (-/-)
Belastbare winst
Verrekenen verliezen (-/-)
Belastbaar bedrag
Belangrijk is dat weet over welke term er wordt gesproken. Al deze termen worden toegelicht:
Eind eigen vermogen: deze staat, in tegenstelling tot vorige keren, niet letterlijk op de balans. Alle
reserves op de balans worden bij elkaar opgeteld! (samen met het aandelenkapitaal)
Begin eigen vermogen: hiervoor geldt hetzelfde, als het eind eigen vermogen
Onttrekkingen: alles dat van onder naar boven uit de BV gaat (van de BV naar de DGA). Dit zijn dus
dividend uitkeringen of aandelenkapitaal terugbetaling.
Stortingen: alles dat van boven naar onder in de BV gaat (van de DGA naar de BV). Dit zijn dus
informele kapitaalstortingen.
Omzet: wanneer er een winst- & verliesrekening gegeven is.
Kosten: wanneer er een winst- & verliesrekening gegeven is.
Fiscale correcties:
- Art. 8 VPB bepaald dat sommige (na- en) voordelen van de IB ook van toepassing zijn op de
VBP. Het gaat om deze punten:
o KIA 3.42 IB & 8 VPB
o DIB 3.48 IB & 8 VPB
o Reserves (FOR geldt niet)
HER 3.53 IB & 8 VPB