Hoofdstuk 1: Diversiteitsbenaderingen en superdiversiteit
1.2 Hoe kijk jij naar diversiteit?
Voor de wijze waarop diversiteitsfactoren mensen beïnvloeden kijk je naar hun:
- overtuigingen en waarnemingen
- identiteit en imago
- beleving van de sociale context
- gezondheids- en ziekteopvattingen
- gezondheidsgedragingen en sociale omgangsvormen
- actief burgerschap
Op basis van deze bevindingen kun je gaan onderzoeken welke interventies passend en mogelijk zijn.
- Om welke diversiteitsfactoren gaat het eigenlijk? Etniciteit, klasse, leeftijd, religie, gender,
seksuele voorkeur.
- Op welke manier zijn deze verschillen onafhankelijk te beschouwen en in welke mate zijn ze
met elkaar te verwerven?
- Met welke machtsdynamiek gaan de verschillen gepaard?
Onze waarneming vindt plaats vanuit ons eigen referentiekader dat we ontlenen aan onze sociale
context; bestaat uit omstandigheden waarin wij leven en geleefd hebben, groeperingen en netwerken
waartoe wij behoren, en wat we vanuit onze achtergrond hebben meegekregen.
Bij een referentiekader gaat het ook om de gemeenschappelijke ervaringen van meerdere mensen in
ongeveer dezelfde sociale situatie. Dit vormt de sociale bril of de culturele lens waardoor de leden van
een groepering of samenleving de dingen op ongeveer dezelfde wijze zien en interpreteren. Een
referentiekader is niet onveranderlijk of stabiel.
‘meervoudige ik’; constante wisselwerking met de omgevingen waarin we ons bevinden en bevonden
hebben.
1.3 Meervoudig kijken
De context waarbinnen je in een sociaal-werksituatie ondersteuning geeft heeft steeds invloed op de
manier waarop je werkt. Deze context bestaat uit;
- De leefwereld van de cliënt en de sociale context van de werkrelatie (microniveau).
- De betrokken organisatie(s) en de wereld van de organisatieverbanden (meso-niveau).
- De grotere, maatschappelijke context van het werkveld (macroniveau).
Dit betekend dat je oog moet hebben voor de sociale invloeden van alle partijen en ze moet kunnen
bewerken tot een optimale vorm van samenwerking waarbij alle deelnemers invloed hebben op het
proces en resultaat ervan.
Verbindende dialoog: zowel aandacht voor de interne diversiteit van de cliënt, de interne diversiteit
van jezelf en de complexe sociale context waarin de relatie zich afspeelt.
, 1.4 Diversiteitsbenaderingen
Vijf benaderingen die goed kunnen worden gebruikt bij de reflectie op het diversiteitsbeleid en het
omgaan met diversiteit binnen je eigen praktijk/opleiding.
Deficitbenadering: inhalen van achterstanden
- Mensen in achterstandssituatie hebben tekorten of vertonen gebreken.
- Behoeven daarom extra hulp; dienen kans om hun achterstand weg te werken.
- Intentie voor rechtvaardige verdeling van onze verworvenheden.
- Nieuwkomers hebben zich de waarden en normen van de organisaties niet eigen gemaakt,
zelfregie, kennis van werkverhouding, voldoende vaardigheden (taal).
- Activiteiten om achterstand in te halen; cursussen, voorlichting, bijscholing.
Differentiebenadering: overbruggen van culturele verschillen
- Culturele verschillen
- Verschillen worden erkend en dienen overbrugd te worden; interculturele communicatie,
cultuur kennis en begrip voor de ander.
- Respect voor elkaar en vertrouwen dat men spanningen kan verminderen door begrip.
- Zwakte: cultuurrelativisme; het ontbreekt aan kritisch inzicht en het ter discussie stellen van
waarden en normen die botsen met de universele rechten van de mens.
- Zwakte: nadruk op de verschillen en het negeren van de overeenkomsten.
- Zwakte: cultuur determinisme: het eenzijdig verklaren van iemands gedrag en opvattingen
vanuit één dimensie van iemands identiteit.
Discriminatiebenadering: tegengaan van uitsluiting en paternalisme
- Discriminatie, uitsluiting en marginalisatie door dominante groepen.
- Denken in termen van rechtvaardigheid, gelijkwaardige behandeling.
- Zwakte: het vermijden van kritiek op de doelgroepen door de focus op hun slachtofferschap.
- Zwakte: de eenzijdige reductie van mensen tot groepskenmerken: zwart-wit denken.
Doelgroepbenadering: drie-in-een gecombineerd
- Combinatie van drie voorgaande benaderingen.
- Gericht op vooraf vastgestelde doelgroep.
- Zwakte: geen oog hebben voor verscheidenheid binnen de doelgroepen. Ongewilde
uitsluiting van mensen die niet tot de doelgroep behoren maar wel dezelfde behoeften of
belangen hebben.
Diversiteitsbenadering: verschillen en overeenkomsten tussen mensen onderkennen
- Overstijgt het denken in groepen die tegenover elkaar staan (homo-hetero, allochtoon-
autochtoon).
- De verscheidenheid in de brede betekenis van het woord, ofwel al datgene waarin mensen
van elkaar verschillen.
- Verschillen niet bij voorbaat problematisch maar gewoon en vooral kansrijk.
- Oog hebben voor overeenkomsten.
1.5 Intersectionaliteit: kruispuntdenken