1. EBP bestaat uit drie principes, welke?
A. Verwachtingen en waarden van de patiënt, terugbetaling van de verzekering, bewijs van
onderzoek
B. Terugbetaling van de verzekering, praktijkervaring van de therapeut en bewijs van
onderzoek
C. Verwachtingen en waarden van de patiënt, praktijkervaring van de therapeut en bewijs
van onderzoek
2. Volgens Sackett, EBP is gebaseerd op 5 stappen, de eerste stap is:
A. Dat je bepaald welke bronnen er zijn om informatie over je patiënt te vinden
B. Dat je de prognose, diagnose en therapie van je patiënt in een beantwoordbare vraag
stelt
C. A en B zijn fout
3. Plagiaat is:
A. Onderzoek op dezelfde manier herhalen om het eerdere onderzoek te bevestigen
B. Een onderzoeks-samenvatting, zoals je die in de databanken vindt
C. Iemands werk kopiëren zonder goedkeuring
4. Parafraseren betekend letterlijk iemands tekst kopiëren, bijvoorbeeld bij het geven van
een betekenis of een citaat.
A. Juist
B. Onjuist
5. Bibliografische gegevens van een bron bevatten:
A. Namen auteurs, geboortedatum auteurs, titel publicatie
B. Namen auteurs, titel publicatie, editie nummer
C. Namen auteurs, publicatiejaar, woonplaats auteurs
6. Stelling: boeken geven de meest waardevolle informatie over een diagnose, prognose en
therapie in vergelijking met andere bronnen
A. Juist, het is namelijk gecontroleerd en geven de meest up-to-date informatie
B. Onjuist, de informatie kan ‘oud’ en dus niet meer relevant zijn
C. Onjuist, de informatie is niet gecontroleerd
7. Stelling: informatie van een website met advertenties is betrouwbaarder dan informatie
van een website zonder advertenties
A. Juist
B. Onjuist
1
, 8. Als er een RCT is gebruikt, weet je iets van het level of evidence. Welke van onderstaande
stellingen is juist?
A. Het level of evidence is afhankelijk van de meetmethoden van de variabelen
B. Het level of evidence is A2 of B
C. Het level of evidence is C of D
9. “Is de empty-can test beter dan een röntgenfoto wanneer je een schouderklacht
onderzoekt?” Dit is een voorbeeld van:
A. Een therapeutische vraag
B. Een diagnostische vraag
C. Een prognostische vraag
10. Wanneer je systematisch bronnen zoekt voor informatie is het nuttig om de PICO
methode te gebruiken, waarom?
A. Het geeft je inzicht in het type databanken waar je de juiste informatie kan zoeken
B. Het helpt in het correct formuleren van een antwoordbare vraag
C. Het maakt duidelijk voor wie de informatie nuttig kan zijn
11. Voor de onderzoeksvraag “Geeft FES (Functional ElectroStimulation) bij een CVA een
sneller herstel van de handfunctie dan Constraint Induced Therapy?” geldt het volgende:
A. P van PICO is hier: sneller herstel van de handfunctie
B. O van PICO is hier: sneller herstel van de handfunctie
C. O van PICO is hier: CVA
12. Het zoeken van synoniemen is een stap in het zoeken van informatiebronnen. Wat bereik
je hiermee?
A. Zoektermen voor je onderzoek
B. Exclusiecriteria van je onderzoek
C. Een verkleining van je zoekveld
13. Wanneer je wetenschappelijke artikelen zoekt kan je verschillende databanken
gebruiken zoals PubMed en Cochrane Library. Deze databanken hebben dezelfde
artikelen
A. Juist
B. Onjuist
14. De PEDro databank bevat alleen fysiotherapie-specifieke literatuur
A. Juist
B. Onjuist
2