Management en organisatie
Organisatiekunde: is de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van gedrag van
en in organisaties en de wijze waarop organisaties bestuurd kunnen worden.
Management (als proces): is het optimaal doen samenwerken van mensen en middelen om
een bepaald doel te bereiken.
Voor organiseren hanteren we eenzelfde definitie.
Manager: is een persoon die sturing geef aan processen, mensen en middelen om een
bepaald doel te bereiken.
Organisatie: Samenwerkingsverband van mensen die bepaalde doelen willen bereiken.
Bedrijf: Organisatie die goederen of diensten produceert en daarmee voorziet in een
maatschappelijke behoefe
Onderneming: Bedrijf met als belangrijkste doelstelling het maken van winst.
Profit organisaties: Gericht op winst. De winstdoelstelling is een voorwaarde voor de
continuïteit. Facebook, Starbucks, Google, Royal Dutch Shell
Non-profit organisaties: Gericht op maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld op het gebied van
kunst, educatie, politiek, onderzoek of ontwikkelingshulp. Gemeente, bibliotheek, ziekenhuis
ministerie.
Rechtsvorm: is de juridische wijze waarin natuurlijke personen, rechtspersonen of
combinaties daarvan samenwerken voor een gemeenschappelijk doel of belang.
o Rechtsvormen voor natuurlijke personen
o Rechtspersonen (rechtsvorm met rechtspersoonlijkheid)
,Historie management
Klassieke organisatietheorieën:
• Scientific Management theorie
o Adam Smith (1723-1790): arbeidsdeling en specialisatie
Arbeidsdeling is het opdelen van een taak in meerdere deeltaken.
Voordelen van arbeidsdeling en specialisatie:
Toename van snelheid en vaardigheid in taken.
Minder tijd nodig voor het wisselen van gereedschappen.
Meer oog voor het verbeteren van werkmethoden.
o Frederick Taylor (1856-1915): standaardisatie en doelmatigheid
In 1911 kwam zijn boek ‘The Principles of Scientific Management’ uit. Hierin omschrijf Taylor
wetten en principes die moeten leiden tot een zo efficiënt mogelijke inrichting van
organisaties.Taylor wilde een maximaal rendement uit het productieproces halen door het
bijna geheel uiteen te rafelen en een vergaande rationalisering door te voeren.
Het verhogen van de efficiëntie van arbeid wordt o.a. gerealiseerd door:
Het toepassen van arbeidsanalyse: tijd- en bewegingsstudies.
Standaardisatie van onderdelen en gereedschappen.
Invoering van prestatiebeloning gericht het stimuleren van het tempo van werken.
Scheiding van planning en uitvoering in de fabriek
• General Management theorie
o Henri Fayol (1841-1925): functies van management
Henri Fayol (1841-1925) was een Frans mijndirecteur. Hij stelde zichzelf de vraag 'hoe beheers
ik het gehele bedrijf vanuit de top, door een logisch opgebouwde ordening van autoriteit en
verantwoording?' Fayol hield zich vooral bezig met de vraag waaruit management nu eigenlijk
moet bestaan.
De vijf functies van management:
1. Plannen: Plannen betref hier het voorspellen en voorzien van noodzakelijke activiteiten
2. Organiseren: Zorgen voor het goed combineren van materialen, gereedschappen, kapitaal
en personeel
3. Opdracht geven: Op basis van de plannen concreet aangeven welke handelingen
uitgevoerd moeten worden
4. Coördineren: Alle acties met elkaar in overeenstemming brengen
5. Controleren: Nagaan of alles volgens plan verloopt, of alles in overeenstemming met de
gegeven opdrachten uitgevoerd wordt.
o Max Weber (1864-1920): bureaucratie
Weber bestudeerde organisatievraagstukken en beschreef een ideaaltype organisatie dat hij
bureaucratie noemde. Hij zag het als superieur ten opzichte van traditionele structuren.
Bureaucratieën zijn immers rationeel en efficiënt en iedereen wordt op gelijke wijze
behandeld.
De ideale bureaucratie wordt gevormd door:
Arbeidsverdeling: Functies worden onderverdeeld in routinematige en duidelijk
beschreven taken.
Hiërarchie van autoriteit: De functies zijn in structuur van baas en ondergeschikte(n)
georganiseerd
Formele werving & selectie: Mensen worden op basis van bekwaamheid voor functies
geselecteerd.
, Promotie & beloning: Promotie en beloning vindt plaats op basis van objectieve criteria
en procedures
Formele regels en voorschrifen: Uitvoering van werkzaamheden vindt plaats volgens een
heel systeem van regels en procedures.
Onpersoonlijkheid: De toepassing van regels is niet gebaseerd op persoonlijkheid.
Oriëntatie op carrière: Managers zijn professionals en geen eigenaar van hun eenheden
• Human Relations theorie
o Elton Mayo (1880-1949): de mens in de organisatie
Hawthorne-experimenten, genoemd naar een vestiging van de Western Electric Company in
Cicero in 1927. Dit betrof een studie naar de beste lichtcondities voor maximale productie.
De resultaten van de studie waren verwarrend. Het management krijgt oog voor het feit dat
de arbeider en zijn productiviteit door meer factoren worden beïnvloed dan alleen financiële
prikkels of fysieke werkomstandigheden.
• Revisionisme
o Revisionisme is een verzamelnaam voor een veelheid van theorieën en modellen met
betrekking tot thema's als motivatie, organisatie en management.
De mens is een zelfbewust en autonoom wezen, gericht op ontplooiing en groei.
De mens heef behoefe invloed uit te oefenen op de eigen werksituatie.
Aandacht besteden aan de eigen belangen van de werknemers verhoogt de motivatie.
o Douglas McGregor (1906-1964)
Het mensbeeld: theorie X en theorie Y