Samenvatting Bedrijfskunde
Jaar: 1- Blok: 3
,Bedrijfskunde
Bijzonderheden H1:
Vakgebieden uit paragraaf 1.2.3. niet leren, wel lezen om voorbeelden te kunnen benoemen.
Competenties van de bedrijfskundige uit paragraaf 1.3.1. en beroepen alleen lezen.
Hoofdstuk 1 – Wat is een bedrijf?
1.1.1. Organisatie, bedrijf en onderneming.
Een organisatie is een menselijke samenwerking die doelgericht is en als blijvend bedoeld is.
Organisaties die goederen en/of diensten verkopen of handel drijven met het doel deze op een
afzetmarkt te verkopen noemen we een bedrijf.
Onderscheiding van bedrijf met en zonder winstoogmerk:
Bedrijven zonder winstoogmerk (Non-profit instellingen) streven naar levering van goederen
en/of diensten voor algemeen nut tegen de laagst mogelijke offers, bijvoorbeeld een
ziekenhuis.
Bedrijf met winstoogmerk streven naar winst (onderneming). De onderneming realiseert op
eigen kracht een opbrengst voor zijn producten en/of diensten die hoger is dan de kosten van
het maken of leveren ervan.
1.1.2. Bedrijven zijn organisaties
Een bedrijf is in de kern een organisatie. Een bedrijf kan gezien worden als een menselijke
samenwerkingsverband dat doelgericht en blijvend is. Deze omschrijving omvat vier belangrijke
kernmerken, waarvan het belangrijk is deze uit te werken, omdat dit exact aangeeft waar het in
organisaties om draait:
1. De mens in de organisatie;
2. De samenwerking in een organisatie;
3. Doelgerichtheid binnen een organisatie;
4. Continuïteit in een organisatie.
Ad 1 De mens in de organisatie
In het boek worden organisaties en bedrijven bestudeerd waarin mensen actief zijn.
Ad 2 De samenwerking in een organisatie
Het gegeven dat mensen in organisaties zo goed en handig mogelijk met elkaar moeten
samenwerken, is een van de interessantste opgaven voor de bedrijfskunde. De mens begon ooit
samen te werken met anderen, omdat de ervaring leerde dat je in een samenwerkingsverband meer
kan bereiken dan individueel.
Synergie-effect: het resultaat van het totale samenwerkingsverband is groter dan een
optelling van de resultaten van de individuele prestaties.
Ad 3 Doelgerichtheid binnen een organisatie
Een organisatie is altijd opgericht met een bepaald doel. Organisatiedoelen kunnen veranderen, maar
om de eenheid binnen de organisatie te bewaren, zullen er altijd één of meer gezamenlijke doelen
aanwezig moeten zijn.
,Ad 4 Continuïteit in een organisatie
Een vierde belangrijk kernmerk van een organisatie is het blijvende karakter ervan. Onder normale
condities streven de leden ernaar de organisatie te continueren. Een onderneming blijft investeren
om in de toekomst te blijven bestaan. De bedrijfskunde gaat meestal uit van het zogenoemde going-
concern-gedachte. Dit betekent dat je bij het nemen van managementbeslissingen uitgaat van de
continuïteit van de het bedrijf.
Het grootste deel van bedrijfskunde gaat over het organiseren van bedrijven die (voorlopig) blijven
bestaan. Vandaar dat binnen de bedrijfskunde als interne hoofdoelstellingen voor bedrijven geldt: het
voortbestaan van het bedrijf. De externe hoofddoelstellingen van bedrijven is het voorzien in een
(maatschappelijke) behoefte.
1.1.3. De eenvoudige werking van een bedrijf
Bedrijven worden opgericht met een bepaalde doelstelling. Om die doelstelling te realiseren zal input
verandert moeten worden in output. Zo zou je het omzettingsproces door een koffiezetapparaat als
volgt kunnen omschrijven: koffiepoeder, water, een filterzakje en voldoende elektriciteit leiden – als
alles goed gaat – tot een kan warme koffie. Dit is ook op bedrijven van toepassing en wordt het
transformatieproces genoemd. Hieronder is het proces schematisch weergegeven.
Bij het schematisch overzicht van het transformatieproces is niet aangegeven hoe input tot de juiste
output wordt getransformeerd. Dit noemt men ook wel een blackboxbenadering. Men beschouwt
het bedrijf als een zwarte doos waarbij alleen gezien kan worden wat er ingaat en wat er uitkomt.
, 1.2. Wat is bedrijfskunde?
In deze paragraaf gaan we ons richten op het toelichten van het begrip bedrijfskunde. Het begrip
wordt aan de hand van een aantal kenmerken uitgewerkt, die uiteindelijk één allesomvattende
definitie van bedrijfskunde geven.
De volgende stellingen zullen worden uitgewerkt:
Bedrijfskunde gaat over bedrijven
De bedrijfsomgeving is belangrijk in de bedrijfskunde
Bedrijfskunde is multidisciplinair
Bedrijfskunde is interdisciplinair
Bedrijfskunde is een wetenschap
Bedrijfskunde is een kunde
1.2.1. bedrijfskunde gaat over bedrijven
De bedrijfskunde is het vakgebied dat zich bezighoudt met het op de juiste wijze organiseren, in
elkaar zetten, en regelen van bedrijven. Het aandachtsgebied van dit vak is bedrijven en
bedrijfsvoering.
1.2.2. de bedrijfsomgeving is belangrijk in de bedrijfskunde
De vraag hoe de omgeving van het bedrijf in elkaar zit is binnen de bedrijfskunde belangrijk. Met
omgeving wordt daarbij gedoeld op elementen buiten het bedrijf die echter wel van invloed zijn op
de werking van het bedrijf, bijvoorbeeld klanten, overheid en vakbonden. Het bedrijf zal zich
enerzijds moeten aanpassen aan de omgeving, maar zal anderzijds ook proberen de omgeving te
beïnvloede, bijvoorbeeld door het maken van reclame voor eigen producten en/of diensten.
1.2.3. bedrijfskunde is multidisciplinair (Niet leren, wel voorbeelden kunnen noemen)
Bedrijfskunde kun je zien als een overkoepelend vakgebied dat waar nodig andere vakgebieden
combineert. De bedrijfskunde brengt op zichzelf staande vakken samen omdat een op te lossen
bedrijfsprobleem vaak niet toe te spitsen is op één vakgebied. Daarom spreek je van het
multidisciplinaire karakter van bedrijfskunde. De volgende vakgebieden spelen binnen de
bedrijfskunde een rol:
Bedrijfseconomie: Hierbinnen komt de werking van financiën binnen bedrijven aan de orde,
bijvoorbeeld kennis over het berekenen van kostenprijzen.
Bedrijfspsychologie: Dit bestudeert het gedrag van mensen binnen een bedrijf en geeft
adviezen over effectieve inzet van de menselijke factor. Vragen zoals ‘’Welk type personeel
past het beste bij een bedrijf?’’ spelen een rol.
Technologieleer: Een modern bedrijf bedient zich van vele soorten techniek, bijvoorbeeld IT,
de kennis daarvan ligt bij technologen.
Inkoopkunde: Voordat een bedrijf iets kan verkopen heeft het eerst goederen en diensten
ingekocht. Inkopen is een vak, met bijbehoren theorie.
Marketing & Sales: Dit vakgebied geeft inzicht in de wijze waarop bedrijven het meest
succesvol hun producten en diensten kunnen verkopen, en de vraag naar hun producten
kunnen verhogen.
Jaar: 1- Blok: 3
,Bedrijfskunde
Bijzonderheden H1:
Vakgebieden uit paragraaf 1.2.3. niet leren, wel lezen om voorbeelden te kunnen benoemen.
Competenties van de bedrijfskundige uit paragraaf 1.3.1. en beroepen alleen lezen.
Hoofdstuk 1 – Wat is een bedrijf?
1.1.1. Organisatie, bedrijf en onderneming.
Een organisatie is een menselijke samenwerking die doelgericht is en als blijvend bedoeld is.
Organisaties die goederen en/of diensten verkopen of handel drijven met het doel deze op een
afzetmarkt te verkopen noemen we een bedrijf.
Onderscheiding van bedrijf met en zonder winstoogmerk:
Bedrijven zonder winstoogmerk (Non-profit instellingen) streven naar levering van goederen
en/of diensten voor algemeen nut tegen de laagst mogelijke offers, bijvoorbeeld een
ziekenhuis.
Bedrijf met winstoogmerk streven naar winst (onderneming). De onderneming realiseert op
eigen kracht een opbrengst voor zijn producten en/of diensten die hoger is dan de kosten van
het maken of leveren ervan.
1.1.2. Bedrijven zijn organisaties
Een bedrijf is in de kern een organisatie. Een bedrijf kan gezien worden als een menselijke
samenwerkingsverband dat doelgericht en blijvend is. Deze omschrijving omvat vier belangrijke
kernmerken, waarvan het belangrijk is deze uit te werken, omdat dit exact aangeeft waar het in
organisaties om draait:
1. De mens in de organisatie;
2. De samenwerking in een organisatie;
3. Doelgerichtheid binnen een organisatie;
4. Continuïteit in een organisatie.
Ad 1 De mens in de organisatie
In het boek worden organisaties en bedrijven bestudeerd waarin mensen actief zijn.
Ad 2 De samenwerking in een organisatie
Het gegeven dat mensen in organisaties zo goed en handig mogelijk met elkaar moeten
samenwerken, is een van de interessantste opgaven voor de bedrijfskunde. De mens begon ooit
samen te werken met anderen, omdat de ervaring leerde dat je in een samenwerkingsverband meer
kan bereiken dan individueel.
Synergie-effect: het resultaat van het totale samenwerkingsverband is groter dan een
optelling van de resultaten van de individuele prestaties.
Ad 3 Doelgerichtheid binnen een organisatie
Een organisatie is altijd opgericht met een bepaald doel. Organisatiedoelen kunnen veranderen, maar
om de eenheid binnen de organisatie te bewaren, zullen er altijd één of meer gezamenlijke doelen
aanwezig moeten zijn.
,Ad 4 Continuïteit in een organisatie
Een vierde belangrijk kernmerk van een organisatie is het blijvende karakter ervan. Onder normale
condities streven de leden ernaar de organisatie te continueren. Een onderneming blijft investeren
om in de toekomst te blijven bestaan. De bedrijfskunde gaat meestal uit van het zogenoemde going-
concern-gedachte. Dit betekent dat je bij het nemen van managementbeslissingen uitgaat van de
continuïteit van de het bedrijf.
Het grootste deel van bedrijfskunde gaat over het organiseren van bedrijven die (voorlopig) blijven
bestaan. Vandaar dat binnen de bedrijfskunde als interne hoofdoelstellingen voor bedrijven geldt: het
voortbestaan van het bedrijf. De externe hoofddoelstellingen van bedrijven is het voorzien in een
(maatschappelijke) behoefte.
1.1.3. De eenvoudige werking van een bedrijf
Bedrijven worden opgericht met een bepaalde doelstelling. Om die doelstelling te realiseren zal input
verandert moeten worden in output. Zo zou je het omzettingsproces door een koffiezetapparaat als
volgt kunnen omschrijven: koffiepoeder, water, een filterzakje en voldoende elektriciteit leiden – als
alles goed gaat – tot een kan warme koffie. Dit is ook op bedrijven van toepassing en wordt het
transformatieproces genoemd. Hieronder is het proces schematisch weergegeven.
Bij het schematisch overzicht van het transformatieproces is niet aangegeven hoe input tot de juiste
output wordt getransformeerd. Dit noemt men ook wel een blackboxbenadering. Men beschouwt
het bedrijf als een zwarte doos waarbij alleen gezien kan worden wat er ingaat en wat er uitkomt.
, 1.2. Wat is bedrijfskunde?
In deze paragraaf gaan we ons richten op het toelichten van het begrip bedrijfskunde. Het begrip
wordt aan de hand van een aantal kenmerken uitgewerkt, die uiteindelijk één allesomvattende
definitie van bedrijfskunde geven.
De volgende stellingen zullen worden uitgewerkt:
Bedrijfskunde gaat over bedrijven
De bedrijfsomgeving is belangrijk in de bedrijfskunde
Bedrijfskunde is multidisciplinair
Bedrijfskunde is interdisciplinair
Bedrijfskunde is een wetenschap
Bedrijfskunde is een kunde
1.2.1. bedrijfskunde gaat over bedrijven
De bedrijfskunde is het vakgebied dat zich bezighoudt met het op de juiste wijze organiseren, in
elkaar zetten, en regelen van bedrijven. Het aandachtsgebied van dit vak is bedrijven en
bedrijfsvoering.
1.2.2. de bedrijfsomgeving is belangrijk in de bedrijfskunde
De vraag hoe de omgeving van het bedrijf in elkaar zit is binnen de bedrijfskunde belangrijk. Met
omgeving wordt daarbij gedoeld op elementen buiten het bedrijf die echter wel van invloed zijn op
de werking van het bedrijf, bijvoorbeeld klanten, overheid en vakbonden. Het bedrijf zal zich
enerzijds moeten aanpassen aan de omgeving, maar zal anderzijds ook proberen de omgeving te
beïnvloede, bijvoorbeeld door het maken van reclame voor eigen producten en/of diensten.
1.2.3. bedrijfskunde is multidisciplinair (Niet leren, wel voorbeelden kunnen noemen)
Bedrijfskunde kun je zien als een overkoepelend vakgebied dat waar nodig andere vakgebieden
combineert. De bedrijfskunde brengt op zichzelf staande vakken samen omdat een op te lossen
bedrijfsprobleem vaak niet toe te spitsen is op één vakgebied. Daarom spreek je van het
multidisciplinaire karakter van bedrijfskunde. De volgende vakgebieden spelen binnen de
bedrijfskunde een rol:
Bedrijfseconomie: Hierbinnen komt de werking van financiën binnen bedrijven aan de orde,
bijvoorbeeld kennis over het berekenen van kostenprijzen.
Bedrijfspsychologie: Dit bestudeert het gedrag van mensen binnen een bedrijf en geeft
adviezen over effectieve inzet van de menselijke factor. Vragen zoals ‘’Welk type personeel
past het beste bij een bedrijf?’’ spelen een rol.
Technologieleer: Een modern bedrijf bedient zich van vele soorten techniek, bijvoorbeeld IT,
de kennis daarvan ligt bij technologen.
Inkoopkunde: Voordat een bedrijf iets kan verkopen heeft het eerst goederen en diensten
ingekocht. Inkopen is een vak, met bijbehoren theorie.
Marketing & Sales: Dit vakgebied geeft inzicht in de wijze waarop bedrijven het meest
succesvol hun producten en diensten kunnen verkopen, en de vraag naar hun producten
kunnen verhogen.