College 3. Behandelplanning bij parodontitis 1
Sharon Dijkhuizen, Mondzorgkunde jaar 2
Periode 1, studiepunten 3, 60- 3 keuze vragen, 30 over een casus
2 vragen van dit college komt op het tentamen. Leer de reader
Samenvatting, van het college het boek en een definitielijst, college helemaal terug geluisterd
= meerdere malen in het college herhaald/ verteld dat deze stof belangrijk is
**Probeer de kennis te begrijpen en toe te passen. Je krijgt voor de helft van het tentamen
een casus.**
TERMINOLOGIE PARODONTITIS (GOED WETEN)
Prepuberale parodontitits (PP)1 <12 jaar
1
Juveniele parodontitis (JP) 13-20 jaar
1
Post adolecente parodontitis(PAP) 21-35 jaar
1
Adulte parodontitis (AP) >36 Jaar
**Adulte parodontitis komt het ‘’vaakst’’ voor**
Door de verbetering van de zelfzorg en de
preventieprogramma’s kan je concluderen dat het door de
jaren heen beter gaat met de parodontale gezondheid van
de populatie. Wel onthouden dat dit onderzoek een
momentopname is.
In 2013 hebben ze in een Zweeds stadje 600 mensen
geselecteerd. Daarvan hebben ze bij iedereen een gebitsstatus gemaakt. En daaruit werd geconcludeerd dat
in 2013 45% van de mensen een gezonde mond had. 24% van die mensen had enige vorm van gingivitis.
22% had een beginnende vorm van parodontitis en in die groep van 600 mensen had zo’n 9 tot 10% een
vorm van ernstige parodontitis.
In artikelen lees je vaak: de prevalentie van parodontitis
wordt geschat op zo’n 10%.:
De ernstige groep parodontitis blijft schommelen rond de
10% doordat er betere tandheelkundige en zelfzorg het
dentitie langer behouden wordt.
Hoe kan je een diagnose stellen bij een patiënt
o Een pocketstatus maken en de recessies om te
schrijven zodat je het totale verlies van
aanhechting zou kunnen constateren
o Eigenlijk wil je bij elke patiënt solo’s willen van het
gehele dentitie zodat je de mate van afbraak het
best kan beoordelen.
De gouden standaard is: het klinische beeld, een overzicht van verlies van aanhechting (indien dat aanwezig
is) en röntgenfoto’s. Hieruit kan je zeggen of iemand wel of geen parodontitis heeft.
Sharon Dijkhuizen student mondzorgkunde, Inholland jaar 2 periode 1
, Gouden standaard werkt niet in de realiteit
o Kost heel veel tijd en het kost veel geld. En ALARA-principe wordt niet gehanteerd als je bij iedereen
foto’s gaat maken. Op het moment dat het niet nodig is op röntgenopnames te maken moet je het
ook niet doen. Het is dan niet gerechtvaardigd op door de hele mond solo’s te maken als een patiënt
gingivitis heeft. (Bij een gezond persoon ga je geen parodontiumstatus maken (ook niet bij gingivitis)
En kijkende naar de prevalentie (ook al is het maar een moment opname) zie je ook dat er bij een
groot gedeelte bij de patiëntengroep ook echt geen röntgenbeelden nodig hebt. Iemand met een
gezond of een gezond gereduceerd parodontium heeft helemaal geen pocketstatus nodig, omdat er
bij die patiënten geen diepe pockets aanwezig zijn.
Dus om een goede diagnose te stellen (vooral bij parodontitis)
1. Moet je het klinische beeld goed omschrijven en in kaart brengen
2. Moet je een parodontiumstatus maken, met alle verlies van aanhechting hierin (alleen bij 70% van
de patiënten is dat helemaal niet nodig om een parodontiumstatus te maken)
3. En je hebt röntgenbeelden nodig
( in het geval bij een gezond persoon of iemand met gingivitis, is het niet gerechtvaardigd deze
handelingen uit te voeren) Om deze reden heeft de ‘’World Health Organisation’’ een index bepaald
die de behandelbehoefte bij grote populaties kan bepalen. Waardoor je op een snelle manier een
screening kan uitvoeren met de vraag of het nodig is of iemand behandeld wordt en of iemand
parodontitis heeft. En dit is de CPITN-index geworden.
CPITN (COMMUNITY PERIODONTAL INDEX FOR TREATMENT NEEDS
Waar voor wordt de index gebruikt?:
o Bepalen van de behandelbehoefte bij grote
populaties. (wordt niet in de praktijk gebruikt voor
dit doel, wordt nog wel gebruikt om de
prevalentie te meten)
o Snelle, vlugge screening op 6 vlakken per element
o Geïntroduceerd door: de World Health
Organization.
Ontwikkeld in Ainamo et. Al 1982
Instrument:
o Soort pocketsonde met een bolvormig
end (bolvormig end om tandsteen beter
te voelen)
o Kleurt zwart tussen de 3,5 en 5.5 mm)
o Procedure: (net als bij de DPSI) rondom
alle elementen een snelle, vlugge
screening deden. En op het moment dat
je zag dat het zwarte deel verdween dan
werd er een score aangehangen
o Recessies werden niet gemeten (Verlies
van aanhechting ontbreekt in deze
index)
o Dit was de voorloper op de DPSI-score
o Wordt in de praktijk niet meer gebruikt
voor de behandelbehoefte.
Sharon Dijkhuizen student mondzorgkunde, Inholland jaar 2 periode 1