1 Visie op professionaliteit
Sociaal technologisch model
- We moeten nadruk leggen op ware en onmiddellijk via de zintuigen (empirisch) te
toetsen uitspraken over verandering.
- Uitspraken moeten op rationele, objectieve en kritische wijze zijn getoetst, willen ze
wetenschappelijk zijn.
- Het is belangrijk dat feiten en normen zo veel mogelijk van elkaar worden gescheiden.
- Er moet bij voorkeur gebruikgemaakt worden van empirisch-analytische methoden van
wetenschappelijk onderzoek, zoals ook gebruikelijk in de natuurwetenschappen.
Persoonsgericht model
- Kennis is altijd waard gebonden, normatief.
- Wetenschap is medeverantwoordelijk voor de praktijk. Zij dient een bijdrage te leveren
aan de ontplooiing van de mens en aan verdere humanisering van de samenleving.
- De nomologische wetenschapsopvatting maakt mensen tot studieobject en doet de
menselijke subjectiviteit geweld aan.
- Om de mens werkelijk als een zinvol geheel te leren kennen, moeten we subjectieve
bronnen van kennis juist zo veel mogelijk inschakelen. Ook intuïtie is een belangrijke
bron van kennis.
- De professional is primair kwalitatief onderzoeker. Hij legt accent op intuïtief-holistisch
onderzoek, dat nooit geheel waardenvrij is, waarin accent ligt op dubbele hermeneutiek
en waarin de onderzoeker ook altijd zichzelf in zijn relatie tot de respondenten mee
onderzoekt. Geen spiegeling aan de methode van de natuurwetenschappen.
Maatschappijkritisch model
- Achter de zogenaamde objectieve feiten van de wetenschap zitten vaak politieke keuzes,
ingegeven door belangen en beïnvloed door machtsverhoudingen.
- We moeten de subjectiviteit en de betrokkenheid van de professional bij het onderzoek
niet uitschakelen, maar expliciet maken en daarmee controleerbaar.
- De wetenschap is geen neutrale en onpartijdige instantie, maar onderdeel van het
politieke en economische krachtenveld in de maatschappij.
- De wetenschap is afhankelijk van de heersende economische en politieke belangen.
- De wetenschap dient een bijdrage te leveren aan de emancipatie van mens en
samenleving door stelling te kiezen voor de belangen van de minder machtigen in de
samenleving met het oog op gelijkwaardige maatschappelijke verhoudingen.
- Veel waarde moeten we hechten aan de verbinding tussen theorie en praktijk. Daarom is
het belangrijk om gebruik te maken van actie- of handelingsonderzoek.
- Het is belangrijk om ‘dialectisch’ te denken. Dit is een kritisch en dynamisch denken in
termen van stelling (these) en tegenstelling (antithese) en dat van daaruit zoekt naar
verbinding (synthese). Deze samenhang wordt weer creatief verworpen door een nieuwe
tegenstelling op te roepen, enzovoort. Tegenstellingen en conflicten worden in positieve
zin gezien als de motor van persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke vooruitgang.
, 2 Visie op de mens
Sociaal technologisch model
- Het is belangrijk de mens aan te spreken als een rationeel wezen.
- Belangrijk is de aanpassing van individuen aan de snelle ontwikkelingen in de
samenleving.
Persoonsgericht model
- De mens is een zingevend en cultuur scheppend wezen. Het is inhumaan om dit
(inter)subjectieve uit te (willen) schakelen.
- De mens is van nature niet slecht. Hij heeft een natuurlijke neiging tot groeien en zich
ontplooien. We moeten op zoek gaan naar de gezonde mens.
- Menselijk gedrag krijgt betekenis door de innerlijke bedoelingen waarmee het wordt
verricht.
- De mens is één ongedeeld geheel van lichaam en geest, van verstand en gevoel, van
verleden, heden en toekomst, van individu en sociaal wezen (holistische visie).
Maatschappijkritisch model
- Een mens is geen losstaand individu; hij is van meet af aan een maatschappelijk wezen en
moet worden opgevoed tot democratisch burger.
- Zelfsturing wordt vaak gehanteerd als een ideologie.
- Mens en samenleving vormen één geheel.
- De interacties tussen mensen worden niet alleen bepaald door ideële (bewuste
handelingen en bedoelingen), maar ook door materiële factoren (historisch gegroeide
situaties, posities en belangen).
- De mogelijkheden voor zelfbepaling kunnen structureel zodanig beperkt zijn dat alleen
verzet tegen deze (structurele) dwangpositie een mens volledig kan bevrijden. Deze
individuele vrijheid tot verzet kan geen enkel individu volledig worden ontnomen.