Inhoudsopgave:
,Hoofdstuk 1: Diagnostiek en therapie..................................................................................................... 1
Hoofdstuk 2: Cytologie/histologie ........................................................................................................... 4
Hoofdstuk 3: Ziekteoorzaken .................................................................................................................. 6
Hoofdstuk 4: Afweer ............................................................................................................................... 9
Diagnostische toets ............................................................................................................................... 13
Hoofdstuk 5: Algemene tumorleer........................................................................................................ 15
Hoofdstuk 6: Inleiding farmacologie: .................................................................................................... 18
Diagnostische toets: .............................................................................................................................. 24
Hoofdstuk 7: Respiratie (ademhaling) ................................................................................................... 28
Hoofdstuk 8: Hart en vaten ................................................................................................................... 37
Diagnostische toets: .............................................................................................................................. 44
Hoofdstuk 9: Bloed ................................................................................................................................ 47
Hoofdstuk10: Zenuwstelsel/neurologie ................................................................................................ 54
Diagnostische toets: .............................................................................................................................. 62
Hoofdstuk 12: Huid, thermobalans en wonden .................................................................................... 65
Hoofdstuk 13: Spijsvertering/digestivus ............................................................................................... 69
Diagnostische toets: .............................................................................................................................. 74
Hoofdstuk 14: Vochtbalans/uitscheiding .............................................................................................. 76
Bijlage: ................................................................................................................................................... 82
Medicijngroepen ................................................................................................................................... 82
Hoofdstuk 1 t/m4 .................................................................................................................................. 84
Hoofdstuk 1: Diagnostiek en therapie
Pagina 1 van 85
,1. Uitleggen wat speciële anamnese, algemene anamnese en heteroanamnese in houden.
Speciële anamnese: Wat, Waar en Wanneer van de hoofdklacht besproken.
Algemene anamnese: Allergie, afwijkingen, behandelingen, contactpersonen, drugs en eten.
Heteroanamnese: Familie geeft gegevens over de patiënt. (Coma, Dementie en Handicaps)
Speciële anamnese is voor de hoofdklacht en de algemene anamnese is voor ziektegeschiedenis.
2. Onderdelen van lichamelijk onderzoek beschrijven
3. Inspectie: kijken
4. Percussie: kloppen
5. Auscultatie: luisteren
6. Palpatie: betasten voelen
7. Uitleggen hoe een arts tot een (differentiaal) diagnose komt
Door middel van lichamelijk onderzoek tot een rijtje ziekten komen met de meest waarschijnlijke
bovenaan. Op de spoedeisende hulp wordt veel differentiaal diagnostiek verricht.
8. Uitleggen wat er onderzocht wordt bij hematologisch en klinisch chemisch onderzoek
1. Hb. Ht en ery’s informeren vooral over rode bloedcellen, onder andere van belang voor
zuurstoftransport.
1. APTT, INR en trombocyten infomeren over de stolling.
2. CRP en leuko’s informeren over ontsteking.
3. ASAT. ALAT en bilirubine informeren over de lever.
4. Na+, K+, creat en ureum informeren over nierfunctie.
5. Glucosebepaling kan suikerziekte opsporen.
6. Urinesediment informeert vooral over infecties.
7. Een ECG geeft informatie over hartritme en hartspier.
9. Voorbeelden geven van verschillende therapievormen: preventieve, operatieve, conservatieve,
curatieve, palliatieve, causale en symptomatische en substitutie behandelingen.
Preventieve Voorkomen van de ziekte
Pagina 2 van 85
, Operatieve Snijden en vasthechten -> iets veranderen aan de patiënt
Conservatieve De overige behandelingen ( medicijnen, voorlichtingen)
Curatieve Genezing
Palliatieve Verzachten van ongeneselijk lijden
Causale Gericht op vinden van de oorzaak
Symptomatische Verminderen van de symptomen
Substitutie behandelingen
10.Kan met behulp van liggingsaanduidingen de ligging van diverse organen, botten en spieren
beschrijven
Pagina 3 van 85