51 eLecture HP 10 Stress, Fear and Illness
52 eLecture HP 11 Social Processes
53 eLecture HP 12 Acceptance of Illness
Week 5 1
eLecture HP 10 Stress, Fear and Illness
Om de reacties van mensen te begrijpen in het
‘leren om een ziekte te hebben’ of een ‘fysiek
trauma’, kan een situatie geconceptualiseerd
worden als een crisis.
Het hebben van een ziekte leidt namelijk tot
veranderingen in verschillende aspecten van de
realiteit van een persoon.
Allereerst in je identiteit; je gaat bijvoorbeeld van
een gezond en sterk persoon, naar een afhankelijke patient. Ten tweede in je omgeving; je bent
mogelijk minder thuis en meer in het ziekenhuis. Ten derde in je sociale rollen; mogelijk kan je nu je
vaderrol minder goed op je nemen, of je rol als werknemer. Ten vierde in je sociale support; van het
anderen helpen en met anderen zijn, naar het anderen vragen om hulp. En ten vijfde in je
toekomstperspectief; van een geplande carrière als bijvoorbeeld politieagent, ga je nu mogelijk naar
een carrière als een kantoorbaan, of je bent erg onzeker in wat je toekomstperspectief nog is.
Verder hebben mensen vaak weinig ervaring met de nieuwe situatie waarin ze belanden. Hierdoor is
het vaak onvoorspelbaar en gaat het gepaard met veel onzekerheden. Wat gaat er bijvoorbeeld
gebeuren in de korte toekomst? Ondanks deze ervaren onzekerheid moeten mensen wel vaak snelle
keuzes maken over belangrijke zaken, zoals over medicaties of behandelvormen.
Deze laatste situatie kan ook worden begrepen als
een stressvolle situatie waarin de ziekte een
‘stressor’ is.
Hierin zijn er 2 appraisal processen:
1. Hoe erg is het?
Het zoekproces naar hoe erg het is kan
leiden tot een geschatte beoordeling van
de consequenties en hoe negatief deze
zullen zijn.
2. Wat kan ik doen?
Het zoekproces naar wat de patient zelf kan doen leidt tot een geschatte inschatting van wat
men kan doen om de negatieve consequenties te vermijden of te verminderen. Dit leidt tot
een beoordeling van persoonlijke controle over de stressor (de ziekte) met de consequenties.