Cirkel van O&O
Driehoek tussen ouder, kind en omgeving; basis voor andere modellen, visies en interventies
waarmee gewerkt wordt met gezinnen. Transactioneel model
Kind gericht: ontwikkeling stimuleren
Opvoedergericht: opvoeding ondersteunen
Omgevingsgericht: omgevingsfactoren beïnvloeden
Goede opvoedondersteuning bieden
• Kennis: wat werkt, ontstaan van problemen:
kennis over ontwikkelingsbehoeften,
opvoedcapaciteit van ouders, gezins- en
omgevingsfactoren.
• Dialoog met ouders en kinderen: afstemmen
op behoeften en mogelijkheden
- motivatie en sterke kanten naar boven
halen
• Oplossingsgericht werken: concrete doelen die
aansluiten bij sterke kanten van ouders/kids
• Sociaal netwerk betrekken: eigen
krachtconferentie of familienetwerkberaad
• Deskundigheid van hulpverlener
Empowerment (eigen kracht) =
Je in staat voelen iets te bereiken wat niet zo vanzelfsprekend voor je is.
• Vergroten van de invloed van mensen
- Sociale inclusie
- Participatie
- Eigen kracht
Als professional ben je nog steeds even belangrijk, je hebt alleen een andere rol. Je bent niet meer
de uitvoerder, maar meer de overzichthouder en eindverantwoordelijke (coach, die volgt waar
mogelijk en stuurt waar nodig of als daarom gevraagd wordt door de ouders).
Definities?!
• Participatie
• Sociale inclusie
• Eigen kracht
• Zelfregie
• Zelfredzaamheid
• Eigen verantwoordelijkheid
• Waar ligt het initiatief?
• Waar moet het initiatief liggen?
Opvoedvragen
Aan wie stellen ouders vragen? Eerst partner/netwerk,
naar school, vervolgens komen ze bij ons.
• Cognitieve
Ouders ervaren een spanning tussen elkaar en anderen, of tussen hun ideaal en de
werkelijkheid als het gaat om het streven naar autonomie, assertiviteit, sociaal gevoel of
prestatie.
- Vallen onder de opvoedingsdoelen en -oriëntaties van ouders: welke doelen stellen zij
zichzelf, welke eigenschappen willen zij dat hun kinderen later bezitten.
- Bij dit soort vragen is het belangrijk in te gaan op de intenties/doelen van ouders
1
, • Gedragsmatige
Ouders focussen sterk op een specifieke dimensie van het opvoeden, of kennen maar een
beperkt aantal opvoedtechnieken en merken dat die tekortschieten.
- Welke strategieën hanteren ouders bij het opvoeden? Welke opvoedvaardigheden
kennen ze en passen ze toe?
- Informationele steun speelt hierbij een belangrijke rol
• Affectieve (beleving)
Ouders vinden het opvoeden moeilijker dan gedacht en hebben soms het gevoel de
opvoeding te weinig in de hand te hebben. Ze voelen zich dan niet altijd competent
genoeg.
- Gaat over de beleving. Zijn ouders tevreden met hoe het gaat of ervaren zij veel
stress? Hoe is het met hun zelfvertrouwen?
- Waarderingssteun en emotionele steun spelen hierbij een belangrijke rol.
Voorbeeld antwoord op een opvoedvraag (empowermentgerichte benadering)
U kunt uw dochtertje het beste helpen door haar niet te pushen om te praten wanneer ze verlegen
is, of door haar in het middelpunt te zetten in situaties – of bij mensen – waarvan u weet dat ze
dat eng vindt. Maak er verder geen punt van.
Laat uw dochtertje wél merken dat u haar helpt, wanneer een situatie moeilijk voor haar is. Bied
haar veiligheid. Want vanuit een veilig gevoel zal ze stapje voor stapje steeds meer durven. Stel uw
eisen niet te hoog, maar pas ze aan haar aan, en complimenteer haar met de stapjes die ze doet.
Niet te uitbundig, maar meer vanuit uw vertrouwen in haar dat ze deze stap kan maken.
Dus: erger u niet aan haar verlegen gedrag, maar help haar. En vooral: heb geduld!
Positief zijn, mogelijk aangeven dat het normaal leeftijdsadequaat gedrag is, en wat ze ermee kan
doen, ook naar de kinderen toe; alles op een positieve manier uitleggen waarom iets niet/wel mag.
Opvoeden
• Opvoedingsvragen en – vraagstukken
• Micro
• Meso
• Macro
• Privaat of publiek? (is het privaat? Een privé aangelegenheid, of is dit iets publieks? Wat
ons allemaal aangaat?)
Micro-invloeden
• Het kind
• De ouder
• Het gezin
Meso-invloeden
• Het sociale netwerk
• Familie, vrienden, buren
• School, kdv, psz
Macro-invloeden
• De maatschappij, politiek, media, wetgeving
• Waarom bemoeit bijvoorbeeld een overheid zich met de opvoeding?
Vraagverlegenheid
= terughoudendheid/angst om hulp te vragen.
Het feit dat (ouders) het moeilijk vinden/is om hulp te vragen, moeilijk is om een vraag te stellen.
Acceptatieschroom
= Moeilijk om aangeboden hulp of antwoorden op vragen te accepteren.
Verplichtingsangst
= het gevoel dat je als hulpverlener een bepaalde verantwoordelijkheid draagt, op het moment als
je een professionele connectie draagt binnen een gezin. Angst voor betrokkenheid, het goede willen
doen en daar onzeker over zijn. Maar meeste angst voor verantwoordelijkheid. Spanningsveld aan
de ene kant je werk willen doen als professional; en zoeken naar hoe doe ik dit op de beste manier.
Als het mis gaat; en het niet zo gaat als ik wil; wat dan? Die spanning is verplichtingsangst.
2