Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Antwoorden

Werkgroepopdrachten week 6

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
6
Geüpload op
31-10-2017
Geschreven in
2016/2017

De antwoorden van de opdrachten van deze week, inclusief aantekeningen gemaakt tijdens de werkgroep.

Voorbeeld van de inhoud

Week 6
Het onderzoek ter terechtzitting en bewijs
Literatuur en jurisprudentie
Keulen/Knigge 2016
 Hoofdstuk 2: §2.4 en §2.6.4
 Hoofdstuk 13
 Hoofdstuk 14 m.u.v. § 14.3.2 en 14.3.3

Jurisprudentiebundel
 HR 30 juni 2009, NJ 2009, 495 (Bedreiging in Gouda)
 HR 26 januari 2010, NJ 2010, 512 (Bedreiging in asielzoekerscentrum)
 HR 19 maart 2013, NJ 2013, 193 (Geen gelegenheid horen getuige)

Leeswijzer
Het Wetboek van Strafvordering kent in Titel VI van Boek II (artikel 268 e.v.) een uitvoerige
regeling van het onderzoek ter terechtzitting. Daarin wordt onder meer bepaald dat de
terechtzitting openbaar is, dat de rechter de personalia van de verdachte controleert en hem op
zijn zwijgrecht wijst, dat de officier van justitie de tenlastelegging voordraagt, dat de
verdachte door de rechtbank wordt gehoord etc. Het onderzoek ter terechtzitting kent ook
regels voor het oproepen en horen van getuigen. De officier van justitie kan getuigen ter
terechtzitting oproepen. De rechter kan ambtshalve getuigen oproepen. Daarnaast is de
verdachte bevoegd getuigen te doen oproepen. Hij dient hiervoor wel een verzoek te doen aan
de officier van justitie. Deze is overigens niet verplicht de door de verdachte opgegeven
getuigen daadwerkelijk op te roepen. In de wet is een aantal weigeringsgronden opgenomen.
Mocht de officier van justitie weigeren, dan kan de verdachte het verzoek alsnog richten tot de
rechtbank. De rechtbank kan eveneens weigeren op basis van dezelfde weigeringsgronden die
de officier van justitie tot zijn beschikking heeft. Een andere mogelijkheid is dat de verdachte
getuigen meebrengt naar de zitting. Het uitgangspunt is dat verschenen getuigen worden
gehoord, hoewel de rechter ook in een dergelijk geval weigeringsgronden tot zijn beschikking
heeft. Zoals in Inleiding Strafrecht aan de orde is geweest, worden getuigen in de praktijk lang
niet altijd daadwerkelijk op de terechtzitting gehoord. Getuigen die een verklaring hebben
afgelegd in het vooronderzoek hoeven – sinds het De auditu-arrest – tijdens het onderzoek ter
terechtzitting in beginsel namelijk niet nogmaals te worden gehoord.
Nadat het onderzoek ter terechtzitting is gesloten, trekt de rechtbank zich terug in raadkamer
om te beraadslagen over het te wijzen vonnis (zie ook week 8). De rechter is bij zijn vonnis in
verschillende opzichten beperkt. Het onmiddellijkheidsbeginsel brengt mee dat de rechter het
vonnis wijst aan de hand van materiaal dat tijdens het onderzoek ter terechtzitting naar voren
is gekomen. Op basis van artikel 350 Sv dient de rechter te beslissen of het feit bewezen kan
worden. In Nederland kennen we een negatief wettelijk bewijsstelsel. Dat betekent dat de
rechter alleen gebruik mag maken van de bewijsmiddelen die in de wet zijn opgesomd (artikel
339 e.v. Sv). Daarnaast moet de rechter ook de overtuiging hebben gekregen dat de verdachte
het tenlastegelegde feit heeft begaan. Verder heeft de wetgever een aantal bewijsminima
geformuleerd, zoals de regel ‘één getuige is geen getuige.’ De rechter mag dus niet
veroordelen als het door de wet voorgeschreven minimum aan bewijs niet voorhanden is,
zelfs als de rechter de persoonlijke overtuiging heeft dat de verdachte het feit heeft begaan.

, Trefwoorden
 Onderzoek ter terechtzitting
 Oproepen en horen van getuigen
 Weigeringsgronden horen getuigen
 Onmiddellijkheidsbeginsel
 Negatief-wettelijk bewijsstelsel
 Rechterlijke overtuiging
 Bewijsminima

Zelfstudievragen
1. Op welk moment vangt het onderzoek ter terechtzitting aan?
2. Op welke gronden kan de officier weigeren om een door de verdachte opgegeven getuige
op te roepen?
3. Wat wordt bedoeld met een negatief wettelijk bewijsstelsel?
4. Gedurende het onderzoek ter terechtzitting komt een proces-verbaal ter sprake met daarin
een verklaring van een bij de rechter-commissaris gehoorde getuige. Als welk wettig
bewijsmiddel zou u dit proces-verbaal kwalificeren?
5. Benoem drie wettelijke regels die zien op bewijsminima.
6. Benoem de uitzondering op de regel ‘één getuige is geen getuige’.

Werkgroepopdrachten
Opdracht 1: Casus Citroën Picasso

Leon heeft een enigszins bijzondere hobby. Hij bespuit auto’s met graffiti. Aanvankelijk
haalde hij auto’s van de sloop, maar de laatste tijd bespuit Leon ook ongevraagd auto’s van
anderen met graffiti. Volgens Leon doet hij de bezitters van de auto daarmee een gunst: elke
auto ziet er – dankzij de artistieke aanleg van Leon – na afloop uniek uit. Op een dag is hij
druk bezig om de Citroën van Liesbeth (kenteken: LI-ES-01) te bewerken, als agent Ismaël
hem bezig ziet. Ismaël vraagt wat Leon aan het doen is. Leon legt daarop uit dat hij Liesbeth
een plezier doet door haar auto te versieren. Het wordt Ismaël al snel duidelijk dat Leon geen
toestemming heeft van Liesbeth om haar auto met graffiti te bespuiten. Ismaël houdt Leon aan
ter zake van zaaksbeschadiging (artikel 350 Sr). Tijdens het verhoor op het bureau door de
politie bekent Leon de auto te hebben ‘beschadigd’. Van dit verhoor wordt door verbalisant
Ismaël een proces-verbaal opgemaakt. In nog een proces-verbaal relateert Ismaël dat hij heeft
waargenomen dat Leon de auto met kenteken LI-ES-01 met graffiti aan het bespuiten was.
Liesbeth komt later nog op het bureau om aangifte te doen van beschadiging van haar auto
met kenteken LI-ES-01: een haar onbekende persoon heeft, zonder haar toestemming, haar
auto met graffiti bespoten. Het verwijderen van de graffiti is niet mogelijk. Het overspuiten
van de auto is duurder dan de dagwaarde van de auto.

De officier van justitie dagvaardt Leon voor vernieling (art. 350 sr). Ter terechtzitting voert
de raadsman aan dat Leon de vragen bij het verhoor verkeerd heeft begrepen en dat hij zijn
aldaar afgelegde verklaring intrekt.

Ga er bij het beantwoorden van de vragen vanuit dat het politieverhoor geheel conform de
daarvoor geldende regels heeft plaatsgevonden. Ga er voorts van uit dat het met graffiti
bespuiten van een auto gekwalificeerd kan worden als ‘beschadiging’ (art. 350 Sr).

Documentinformatie

Geüpload op
31 oktober 2017
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2016/2017
Type
Antwoorden
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

€3,74
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
julialeeflang1
4,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
julialeeflang1 Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
4
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
4
Documenten
10
Laatst verkocht
6 jaar geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen