Aging
1: INSIGHTS INTO THE AGEING MIND: A VIEW FROM COGNITIVE NEUROSCIENCE (Hedden & Gabrieli,
2004)
Er wordt veel onderzoek gedaan naar het verloop van cognitieve functies met leeftijd. sommige
cognitieve functies blijven redelijk stabiel, terwijl andere juist sterk afnemen. Het is lastig om normale
verouderingseffecten te onderscheiden van problematische of pathologische. Onderzoek doen naar het
verloop van cognitieve functies is ook moeilijk omdat leeftijd niet een variabele is die experimenteel de
manipuleren is. daarom zijn alle resultaten altijd correlationeel. De cross-sectionele onderzoeken die
gedaan worden zijn goedkoper dan longitudinaal onderzoek, maar brengen nadelen met zich mee
(cohort verschillen). En uiteindelijk blijft het moeilijk om precies te zien welke neurale veranderingen aan
welke cognitieve verandering te relateren is, omdat er vaak veel veranderingen tegelijk plaatsvinden.
Gedragswetenschap heeft drie mogelijke patronen onderscheiden:
Levenslange afname (verwerkingssnelheid, werkgeheugen, etc.)
Afname laat in het leven (vaak geoefende taken of taken met betrekking tot je kennis)
Redelijke levenslange stabiliteit (emotionele verwerking, autobiografisch geheugen, etc.)
Cognitieve neurowetenschap heeft zich bezig gehouden met het identificeren van de onderliggende
neurale netwerken van cognitieve functies.
Over het algemeen neemt de synaptische dichtheid geleidelijk aan af vanaf 20 jaar. Hierdoor heeft men
steeds minder grijze massa. Deze afname is natuurlijk en zou rond de leeftijd van 130 jaar oud het niveau
van de gemiddelde Alzheimer patiënt bereiken.
Er is een kijk op veroudering gebaseerd op twee componenten:
Veranderingen in het fronto-stratiale systeem = normale veroudering
o Afname in dopamine, serotonine en noradrenaline
o Afname van functie en volume van PFC
o Veranderingen in witte stof in frontale gebieden met gevolgen voor geheugen
Veranderingen geassocieerd met Alzheimer
o Vermindering van volume in sommige delen van de cortex
o Aantasting van de hippocampus
Milde cognitieve beperking (MCI) is een tussenfase tussen normale veroudering en dementie. Mensen
ervaren dan verschillende klachten en kenmerken van pathologische veroudering, maar voldoen nog niet
aan de criteria voor Alzheimer. Deze mensen hebben grotere kans om Alzheimer te ontwikkelen, maar
dit hoeft niet het geval te zijn. Door de kenmerkende veranderingen in de hersenen te monitoren, kan
een arts voorspellen welke mensen wel of niet Alzheimer zullen gaan krijgen.
De PFC ondergaat de meeste veranderingen met leeftijd. het is geschat dat vanaf de leeftijd van 20 jaar
oud, het functioneren elk jaar met vijf procent verminderd. Over het algemeen gaan de laterale delen
het meest achteruit, maar mensen met Alzheimer laten meer achteruitgang zien in andere gebieden van
de PFC. Door dit te monitoren, kan men ook eerder achterhalen wie Alzheimer aan het ontwikkelen is.
Ook de witte stof in de hersenen wordt met leeftijd aangetast. In de PFC en anteriore corpus callosum
wordt de meeste achteruitgang gezien. Zowel de dichtheid verminderd als de hoeveelheid
, beschadigingen neemt toe. Door middel van DTI techniek kan dit in kaart worden gebracht. Door de
afname van de witte stof, kan de PFC minder goed communiceren met andere hersenstructuren. Dit is in
het gedrag van ouderen goed terug te zien.
De hippocampus en mediale temporele kwab zijn belangrijk voor declaratief geheugen. Bij normale
veroudering vinden er maar zeer kleine veranderingen plaats mettertijd en blijven grote delen zelfs
onaangetast, maar wanneer iemand Alzheimer heeft zie je veel meer veranderingen. MRI onderzoek
zorgt ervoor dat men steeds meer kan ontdekken over de hippocampus.
Wat over het algemeen is gevonden in onderzoek naar veroudering is dat er wanneer er sprake is van
afname, veel meer sprake is van variabiliteit en individuele verschillen. Dit is ook heel interessant om
onderzoek naar te doen. Zo kun je kijken hoe genen, levenservaringen en kwetsbaarheid invloed kan
hebben op het verouderingsproces. Ook longitudinale of herhaalde onderzoeken kunnen veel over
veroudering blootleggen. Zo kan gezien worden vanaf wanneer de prestatie op een bepaalde taak begint
af te nemen en welke taken wel constant blijven.
Het artikel geeft vier tips om goed voor het verouderende brein te zorgen:
Blijf jezelf intellectueel uitdagen (onttrek je niet uit belastende omgevingen)
Blijf fysiek actief zodat het hart en de vaten goed onderhouden blijven
Minimaliseer chronische stressoren in je dagelijks leven
Eet een gezond hersendieet
o Vitamine E
o Verschillende vetzuren (vis)
o Antioxidanten
2: The largest human cognitive performance dataset reveals insights into the effects of lifestyle factors
and aging (Sternberg et al., 2013)
De meeste kennis komt naar voren wanneer je onderzoek kan doen met enorme groepen participanten,
maar om veel verschillende redenen gebeurt dit niet veel. Een manier waarop tegenwoordig onderzoek
gedaan kan worden naar de cognitieve ontwikkeling van duizenden mensen, is door middel van het
online platform Lumosity.
Lumositiy is een online platform waar mensen cognitieve beoordeling en training kunnen volgen om hun
cognitieve vaardigheden te verbeteren. Wetenschappers mogen deze data gebruiken om inzichten te
verkrijgen, wat betekent dat ze de data van miljoenen mensen in handen hebben. De gebruikers van de
website leveren hun demografische informatie en kunnen als ze willen ook allerlei enquêtes invullen
over onderwerpen waar onderzoekers in geïnteresseerd zijn.
In het artikel worden twee voorbeelden gegeven van de informatie die door Lumosity naar voren kan
komen.
Het eerste voorbeeld gaat over de connectie tussen gezondheid, levensstijl en cognitieve vaardigheden.
Er zijn veel factoren geïdentificeerd die in relatie staan met ofwel goede cognitieve vaardigheden ofwel
kwetsbaarheid voor bijvoorbeeld dementie. De deelnemers op Lumosity werden gevraagd om een
enquête in te vullen over hun levensstijl en deze gegevens werden gecombineerd met de cognitieve
1: INSIGHTS INTO THE AGEING MIND: A VIEW FROM COGNITIVE NEUROSCIENCE (Hedden & Gabrieli,
2004)
Er wordt veel onderzoek gedaan naar het verloop van cognitieve functies met leeftijd. sommige
cognitieve functies blijven redelijk stabiel, terwijl andere juist sterk afnemen. Het is lastig om normale
verouderingseffecten te onderscheiden van problematische of pathologische. Onderzoek doen naar het
verloop van cognitieve functies is ook moeilijk omdat leeftijd niet een variabele is die experimenteel de
manipuleren is. daarom zijn alle resultaten altijd correlationeel. De cross-sectionele onderzoeken die
gedaan worden zijn goedkoper dan longitudinaal onderzoek, maar brengen nadelen met zich mee
(cohort verschillen). En uiteindelijk blijft het moeilijk om precies te zien welke neurale veranderingen aan
welke cognitieve verandering te relateren is, omdat er vaak veel veranderingen tegelijk plaatsvinden.
Gedragswetenschap heeft drie mogelijke patronen onderscheiden:
Levenslange afname (verwerkingssnelheid, werkgeheugen, etc.)
Afname laat in het leven (vaak geoefende taken of taken met betrekking tot je kennis)
Redelijke levenslange stabiliteit (emotionele verwerking, autobiografisch geheugen, etc.)
Cognitieve neurowetenschap heeft zich bezig gehouden met het identificeren van de onderliggende
neurale netwerken van cognitieve functies.
Over het algemeen neemt de synaptische dichtheid geleidelijk aan af vanaf 20 jaar. Hierdoor heeft men
steeds minder grijze massa. Deze afname is natuurlijk en zou rond de leeftijd van 130 jaar oud het niveau
van de gemiddelde Alzheimer patiënt bereiken.
Er is een kijk op veroudering gebaseerd op twee componenten:
Veranderingen in het fronto-stratiale systeem = normale veroudering
o Afname in dopamine, serotonine en noradrenaline
o Afname van functie en volume van PFC
o Veranderingen in witte stof in frontale gebieden met gevolgen voor geheugen
Veranderingen geassocieerd met Alzheimer
o Vermindering van volume in sommige delen van de cortex
o Aantasting van de hippocampus
Milde cognitieve beperking (MCI) is een tussenfase tussen normale veroudering en dementie. Mensen
ervaren dan verschillende klachten en kenmerken van pathologische veroudering, maar voldoen nog niet
aan de criteria voor Alzheimer. Deze mensen hebben grotere kans om Alzheimer te ontwikkelen, maar
dit hoeft niet het geval te zijn. Door de kenmerkende veranderingen in de hersenen te monitoren, kan
een arts voorspellen welke mensen wel of niet Alzheimer zullen gaan krijgen.
De PFC ondergaat de meeste veranderingen met leeftijd. het is geschat dat vanaf de leeftijd van 20 jaar
oud, het functioneren elk jaar met vijf procent verminderd. Over het algemeen gaan de laterale delen
het meest achteruit, maar mensen met Alzheimer laten meer achteruitgang zien in andere gebieden van
de PFC. Door dit te monitoren, kan men ook eerder achterhalen wie Alzheimer aan het ontwikkelen is.
Ook de witte stof in de hersenen wordt met leeftijd aangetast. In de PFC en anteriore corpus callosum
wordt de meeste achteruitgang gezien. Zowel de dichtheid verminderd als de hoeveelheid
, beschadigingen neemt toe. Door middel van DTI techniek kan dit in kaart worden gebracht. Door de
afname van de witte stof, kan de PFC minder goed communiceren met andere hersenstructuren. Dit is in
het gedrag van ouderen goed terug te zien.
De hippocampus en mediale temporele kwab zijn belangrijk voor declaratief geheugen. Bij normale
veroudering vinden er maar zeer kleine veranderingen plaats mettertijd en blijven grote delen zelfs
onaangetast, maar wanneer iemand Alzheimer heeft zie je veel meer veranderingen. MRI onderzoek
zorgt ervoor dat men steeds meer kan ontdekken over de hippocampus.
Wat over het algemeen is gevonden in onderzoek naar veroudering is dat er wanneer er sprake is van
afname, veel meer sprake is van variabiliteit en individuele verschillen. Dit is ook heel interessant om
onderzoek naar te doen. Zo kun je kijken hoe genen, levenservaringen en kwetsbaarheid invloed kan
hebben op het verouderingsproces. Ook longitudinale of herhaalde onderzoeken kunnen veel over
veroudering blootleggen. Zo kan gezien worden vanaf wanneer de prestatie op een bepaalde taak begint
af te nemen en welke taken wel constant blijven.
Het artikel geeft vier tips om goed voor het verouderende brein te zorgen:
Blijf jezelf intellectueel uitdagen (onttrek je niet uit belastende omgevingen)
Blijf fysiek actief zodat het hart en de vaten goed onderhouden blijven
Minimaliseer chronische stressoren in je dagelijks leven
Eet een gezond hersendieet
o Vitamine E
o Verschillende vetzuren (vis)
o Antioxidanten
2: The largest human cognitive performance dataset reveals insights into the effects of lifestyle factors
and aging (Sternberg et al., 2013)
De meeste kennis komt naar voren wanneer je onderzoek kan doen met enorme groepen participanten,
maar om veel verschillende redenen gebeurt dit niet veel. Een manier waarop tegenwoordig onderzoek
gedaan kan worden naar de cognitieve ontwikkeling van duizenden mensen, is door middel van het
online platform Lumosity.
Lumositiy is een online platform waar mensen cognitieve beoordeling en training kunnen volgen om hun
cognitieve vaardigheden te verbeteren. Wetenschappers mogen deze data gebruiken om inzichten te
verkrijgen, wat betekent dat ze de data van miljoenen mensen in handen hebben. De gebruikers van de
website leveren hun demografische informatie en kunnen als ze willen ook allerlei enquêtes invullen
over onderwerpen waar onderzoekers in geïnteresseerd zijn.
In het artikel worden twee voorbeelden gegeven van de informatie die door Lumosity naar voren kan
komen.
Het eerste voorbeeld gaat over de connectie tussen gezondheid, levensstijl en cognitieve vaardigheden.
Er zijn veel factoren geïdentificeerd die in relatie staan met ofwel goede cognitieve vaardigheden ofwel
kwetsbaarheid voor bijvoorbeeld dementie. De deelnemers op Lumosity werden gevraagd om een
enquête in te vullen over hun levensstijl en deze gegevens werden gecombineerd met de cognitieve