VRAGEN:
VRAAG 1
Wanneer is de scheidingsangst het grootst?
A. Als het kind 0 tot 6 maanden oud is.
B. Als het kind 0 tot 12 maanden oud is.
C. Als het kind 12 tot 18 maanden oud is.
D. Als het kind 12 tot 24 maanden oud is.
VRAAG 2
De persoon die zich aan het kind heeft gehecht is de gehechtheidsfiguur.
Waar / Niet waar
VRAAG 3
Waarom is het voor een baby erg stressvol om gescheiden te zijn van de vaste verzorger?
A. De baby heeft nog geen besef van objectpermanentie.
B. De baby leeft in een toestand van adualisme.
C. De baby begrijpt nog niet wat er gebeurd.
D. De baby ervaart angst.
VRAAG 4
Casus:
Jan is 45 jaar oud. Hij vind het moeilijk om relaties aan te gaan. Ook duren zijn de relaties die hij wel aangaat vaak
maar van korte duur. Hij heeft weinig vertrouwen in de ander en loopt weg van eventuele problemen in de relatie.
De gehechtheidsfiguur van jan was waarschijnlijk:
A. Consequent in de verzorging.
B. Inconsequent in de verzorging.
C. Onverschillig en in gedachten verzonken.
D. Niet veel aanwezig.
VRAAG 5
Jan is waarschijnlijk:
A. Veilig gehecht
B. Beginnend gehecht
C. Ambivalent gehecht
D. Vermijdend gehecht
Pagina 1 van 3