11.1 – Vaste en variabele kosten – pag. 242
We kunnen kosten op basis van de relatie met de productieomvang indelen in een tweetal
hoofdgroepen: vaste kosten en variabele kosten.
Vaste kosten/constante kosten (fixed costs): veranderen niet als de productie toe- of
afneemt. Vb: de huurkosten van een bedrijfspand zijn onafhankelijk van de hoeveelheid
producten die in het pand geproduceerd wordt.
Variabele kosten (variabale costs): veranderen als de productie varieert. Vb: de
grondstofkosten van een chipfabriek nemen toe als er meer chips worden gemaakt.
Afschrijvingskosten zijn vaste kosten als de slijtage van het duurzame productiemiddel
ontstaat door tijdsverloop. Wanneer de slijtage van het productiemiddel vooral bepaald wordt
door het gebruik dat ervan gemaakt wordt en niet zozeer door tijdsverloop, zijn de kosten
variabel.
Variabele kosten
Wanneer kosten recht evenredig variëren met de omvang van de productie, is er sprake van
proportioneel variabele kosten (proportionally variable costs). in de praktijk vaak zo,
omdat per product dezelfde kosten worden gemaakt.
Wanneer de kosten verhoudingsgewijs minder sterk toenemen dan de productie, spreken we
van degressief variabele kosten (degressively variable costs). Dit is vaak het geval als bij
een relatief laag niveau de productie wordt opgevoerd. Degressief variabele kosten hebben
tot gevolg dat de kosten per eenheid product een dalend verloop vertonen. kan ontstaan
wanneer bij uitbreiding van de productie kostenbesparingen worden gerealiseerd door een
betere efficiency (het leereffect).
Bij een zeer hoge productieomvang wordt vaak een progressief verloop van de variabele
kosten aangetroffen. De totale variabele kosten stijgen dan relatief sneller dan de
geproduceerde hoeveelheid, waardoor de kosten per eenheid toenemen. Progressief
variabele kosten (progressively variable costs) zijn bijvoorbeeld het gevolg van de extra
kosten bij overwerk of het moeten inhuren van (duurdere) uitzendkrachten.
Tabel 1: Gedrag van vaste en variabele kosten bij een toename van de productieomvang
Totale kosten Kosten per eenheid
Vaste kosten Blijven gelijk Dalen
Proportioneel variabele kosten Stijgen Blijven gelijk
Degressief variabele kosten Stijgen Dalen
Progressief variabele kosten Stijgen Stijgen
Vaste of contante kosten
Vaste kosten zijn kosten die in de betreffende periode niet veranderen als de
productiehoeveelheid een wijziging ondergaat. Ze kunnen wel door andere oorzaken
veranderen. Het criterium voor vaste kosten is dus uitsluitend de relatie tussen de hoogte
van de kosten en de hoogte van de productie. Deze kosten zijn vast omdat de kosten
worden veroorzaakt door de aanwezige productiecapaciteit, die op korte termijn niet kan
worden uitgebreid of ingekrompen. Vaste kosten worden ook wel eens capaciteitskosten
genoemd, omdat de omvang van de capaciteit bepalend is voor het niveau van de vaste
kosten.
Wanneer de periode die in beschouwing wordt genomen voldoende lang is, zijn de vaste
kosten wel beïnvloedbaar, omdat op lange termijn de capaciteit kan worden aangepast.
Vaste kosten zijn dus alleen echt vast, als we er vanuit gaan dat het productieniveau zich
bevindt binnen de op de korte termijn geldende capaciteitsgrenzen van de onderneming,
binnen de relevantie productie-interval (relevant production range).
Naast de genoemde typen van kostengedrag, bestaan ook trapsgewijs variabele kosten
(step variable costs). Hiervan is sprake als productiemiddelen slechts beperkt deelbaar zijn,
maar op korte termijn in de benodigde hoeveelheid kunnen worden ingezet. De kosten zijn
1
, dan in een beperkt productie-interval vast en stijgen boven de interval naar een nieuw
niveau, waardoor een discontinu verloop ontstaat binnen het relevante productie-interval. Zie
figuur 11.4 pag. 246.
Totale kosten
Wanneer kosten deels vast en deels variabel zijn, noemen we het gemengde kosten (mixed
costs). Zie figuur 11.6 pag. 247.
11.2 – Break-evenanalyse – pag. 250
Wanneer naast de kosten als functie van de productieomvang, ook de omzet in dezelfde
grafiek wordt opgenomen is de relatie tussen kosten, omzet en winst te zien.
Het break-evenpunt is het punt waarop de totale opbrengsten precies gelijk zijn aan de totale
kosten.
Het onderzoek naar de relatie van omzet, totale kosten en winst met de
productieomvang/afzet en het bepalen van het break-evenpunt, heet break-evenanalyse.
Hierbij is het onderscheid tussen variabele en vaste kosten van essentieel belang.
De dekkingsbijdrage (contribution margin) is het verschil tussen de verkoopprijs en de
variabele kosten per eenheid.
Voor de break-evenafzet geldt:
Totale opbrengst = totale kosten
Afzet x Verkoopprijs = Vaste kosten + Afzet + Variabele kosten per eenheid
Afzet x Verkoopprijs – Afzet x Variabele koten per eenheid = Vaste kosten
Afzet x (Verkoopprijs – Variabele kosten per eenheid) = Vaste kosten
De break-evenanalyse kan ook nuttig zijn bij het onderzoeken van de consequenties van
beleidsbeslissingen die men overweegt te nemen.
Om de break-evenanalyse op eenvoudige wijze te kunnen uitvoeren, moet aan drie
uitgangspunten worden voldaan:
1. Lineariteit van kosten en opbrengsten Bij een break-evenanalyse wordt er vanuit
gegaan dat kosten en omzet een lineair verloop hebben.
2. Eén soort product.
3. Productie = afzet
De veiligheidsmarge (safety margin) geeft het percentage aan waarmee de afzet maximaal
mag afnemen om niet onder het break-evenniveau te komen. Het geeft dus een speling aan
en heeft een signaalfunctie. Het percentage wordt als volgt berekend:
Veiligsheidsmarge = (Huidige afzet – Break-evenafzet) / Huidige afzet
11.3 – De hefboomwerking van de kostenstructuur – pag. 255
De profitvolumechart is een grafische presentatie van de samenhang tussen winst en
bedrijfsdrukte. Het laat geen afzonderlijke opbrengsten- en kostenlijnen zien, maar een
winstlijn. Deze winstlijn begint bij een verlies ter grootte van de vaste kosten. De helling van
de lijn wordt bepaald door de dekkingsbijdrage per eenheid. De helling van de lijn geeft een
indicatie van de hefboomwerking van de kostenstructuur (operating leverage). Hoe steiler de
winstlijn, hoe groter de invloed van een afzetverandering op de winst.
Het indifferentiepunt (indifference point) is het punt waarbij de productieomvang waarbij de
kosten (en de winst) van beide producttechnieken hetzelfde zijn, wanneer er een
overschakeling is tussen een productietechniek.
Hoofdstuk 12 – Kostencalculaties – pag. 265
12.1 – Integrale kostprijs en normale bezetting – pag. 266
2