Voorbeeld: Individuen die sensation seeking vertonen, kunnen zich
bezighouden met illegale activiteiten zoals drugsgebruik of roekeloos
rijgedrag.
Kritiek: Het verband tussen sensation seeking en criminaliteit is
complex en kan worden beïnvloed door andere factoren.
PEN-model (Eysenck):
Belangrijkste concepten: Eysenck's PEN-model stelt dat
persoonlijkheidskenmerken zoals Psychoticisme, Extraversie en
Neuroticisme kunnen bijdragen aan crimineel gedrag.
Voorbeeld: Een individu met hoge scores op psychotisme kan
vatbaarder zijn voor agressief gedrag.
Kritiek: Sommige critici beweren dat persoonlijkheidskenmerken
slechts een deel van de verklaring zijn voor criminaliteit en dat sociale
factoren ook van belang zijn.
Big Five (Digman):
Belangrijkste concepten: Het Big Five-model evalueert persoonlijkheid
op basis van vijf dimensies: Openheid, Consciëntieusheid, Extraversie,
Aangenaamheid en Neuroticisme.
Voorbeeld: Individuen met lage Consciëntieusheid (lage zelfdiscipline)
kunnen meer geneigd zijn tot impulsieve misdrijven.
Kritiek: Het verband tussen deze persoonlijkheidsdimensies en
criminaliteit is complex en niet volledig duidelijk.
Zelfcontrole (Gottfredson & Hirschi):
Belangrijkste concepten: Deze theorie stelt dat een gebrek aan
zelfcontrole een belangrijke factor is bij crimineel gedrag. Mensen met
lage zelfcontrole zijn impulsiever en minder geneigd om hun impulsen
te beheersen.
Voorbeeld: Individuen met lage zelfcontrole kunnen zich bezighouden
met onwettige activiteiten zonder na te denken over de gevolgen.
Kritiek: Er is discussie over hoe zelfcontrole wordt gemeten en hoe het
zich verhoudt tot andere factoren die criminaliteit beïnvloeden.
2. Sociaal Leren:
Observationeel Leren (Bandura):
bezighouden met illegale activiteiten zoals drugsgebruik of roekeloos
rijgedrag.
Kritiek: Het verband tussen sensation seeking en criminaliteit is
complex en kan worden beïnvloed door andere factoren.
PEN-model (Eysenck):
Belangrijkste concepten: Eysenck's PEN-model stelt dat
persoonlijkheidskenmerken zoals Psychoticisme, Extraversie en
Neuroticisme kunnen bijdragen aan crimineel gedrag.
Voorbeeld: Een individu met hoge scores op psychotisme kan
vatbaarder zijn voor agressief gedrag.
Kritiek: Sommige critici beweren dat persoonlijkheidskenmerken
slechts een deel van de verklaring zijn voor criminaliteit en dat sociale
factoren ook van belang zijn.
Big Five (Digman):
Belangrijkste concepten: Het Big Five-model evalueert persoonlijkheid
op basis van vijf dimensies: Openheid, Consciëntieusheid, Extraversie,
Aangenaamheid en Neuroticisme.
Voorbeeld: Individuen met lage Consciëntieusheid (lage zelfdiscipline)
kunnen meer geneigd zijn tot impulsieve misdrijven.
Kritiek: Het verband tussen deze persoonlijkheidsdimensies en
criminaliteit is complex en niet volledig duidelijk.
Zelfcontrole (Gottfredson & Hirschi):
Belangrijkste concepten: Deze theorie stelt dat een gebrek aan
zelfcontrole een belangrijke factor is bij crimineel gedrag. Mensen met
lage zelfcontrole zijn impulsiever en minder geneigd om hun impulsen
te beheersen.
Voorbeeld: Individuen met lage zelfcontrole kunnen zich bezighouden
met onwettige activiteiten zonder na te denken over de gevolgen.
Kritiek: Er is discussie over hoe zelfcontrole wordt gemeten en hoe het
zich verhoudt tot andere factoren die criminaliteit beïnvloeden.
2. Sociaal Leren:
Observationeel Leren (Bandura):