Economie
Werk en inkomen
§2.2
bij de arbeidsmarkt maken burgers, overheden en instituten afspraken: Collectieve
arbeidsovereenkomst (cao) en het wettelijk minimumloon.
De vraag en aanbodlijnen van de arbeidsmarkt kan verschuiven doordat:
- het aantal schoolverlaters toeneemt
geen sprake van volkomen concurrentie op de arbeidsmarkt, want: het is geen homogeen goed
(opleiding en ervaring verschillen).
Er is bovendien geen vrije toetreding, voor veel beroepen heb je een diploma nodig.
§2.3
het aanbod op de arbeidsmarkt bestaat uit werklozen en de werkenden.
De vraag bestaat uit het aantal openstaande vacatures en vervulde banen.
Als de conjunctuur omhoog gaat aanzuigingseffect(mensen die eerst geen betaalde baan hadden
(huismoeders) gaan nu eerder werken).
Als de conjunctuur omlaag gaat ontmoedigingseffect (tegenovergestelde; mensen gaan minder
snel werken).
Krappe arbeidsmarkt: de vraag naar arbeid overtreft het aanbod.
Ruime arbeidsmarkt: het aanbod overtreft de vraag naar arbeid (veel werklozen).
Factoren die invloed hebben op de omvang van het aanbod op de arbeidsmarkt:
- verandering van de rol van de vrouw (vroeger thuis, nu aan het werk)
- leerplichtige leeftijd
- de pensioengerechtigde leeftijd
- de hoogte van de pensioenen
- mogelijkheden voor kinderopvang
arbeidsmarkt wordt ingedeeld in laaggeschoold werk, midden functies of hooggeschoold werk.
Bijstandsuitkering is de laagste uitkering die Nederland kent (ook wel bekend als sociaal minimum).
§2.4
in een CAO worden afspraken voor een heel bedrijfstak afgelegd:
- primaire arbeidsvoorwaarden (loon en werktijden)
- secundaire arbeidsvoorwaarden (verlof, arbeidsomstandigheden, scholing)
De loonruimte geeft de mogelijke loonsverhoging weer. De voorwaarde is daarbij dat het aandeel
van de winst in de toegevoegd waarde van het bedrijf niet krimpt. (het loon mag dus stijgen, maar
de arbeidsproductiviteit/inflatie moet dan mee stijgen).
De loonruimte is ongeveer gelijk aan de inflatiepercentage + de procentuele stijging van de
arbeidsproductiviteit.
Maar eigenlijk is het:
Indexcijfer voor de arbeidsproductiviteit x de indexcijfer van de inflatie
100
Een algemene loonstijging gericht om de gestegen prijzen bij te houden heet prijscompensatie.
Werk en inkomen
§2.2
bij de arbeidsmarkt maken burgers, overheden en instituten afspraken: Collectieve
arbeidsovereenkomst (cao) en het wettelijk minimumloon.
De vraag en aanbodlijnen van de arbeidsmarkt kan verschuiven doordat:
- het aantal schoolverlaters toeneemt
geen sprake van volkomen concurrentie op de arbeidsmarkt, want: het is geen homogeen goed
(opleiding en ervaring verschillen).
Er is bovendien geen vrije toetreding, voor veel beroepen heb je een diploma nodig.
§2.3
het aanbod op de arbeidsmarkt bestaat uit werklozen en de werkenden.
De vraag bestaat uit het aantal openstaande vacatures en vervulde banen.
Als de conjunctuur omhoog gaat aanzuigingseffect(mensen die eerst geen betaalde baan hadden
(huismoeders) gaan nu eerder werken).
Als de conjunctuur omlaag gaat ontmoedigingseffect (tegenovergestelde; mensen gaan minder
snel werken).
Krappe arbeidsmarkt: de vraag naar arbeid overtreft het aanbod.
Ruime arbeidsmarkt: het aanbod overtreft de vraag naar arbeid (veel werklozen).
Factoren die invloed hebben op de omvang van het aanbod op de arbeidsmarkt:
- verandering van de rol van de vrouw (vroeger thuis, nu aan het werk)
- leerplichtige leeftijd
- de pensioengerechtigde leeftijd
- de hoogte van de pensioenen
- mogelijkheden voor kinderopvang
arbeidsmarkt wordt ingedeeld in laaggeschoold werk, midden functies of hooggeschoold werk.
Bijstandsuitkering is de laagste uitkering die Nederland kent (ook wel bekend als sociaal minimum).
§2.4
in een CAO worden afspraken voor een heel bedrijfstak afgelegd:
- primaire arbeidsvoorwaarden (loon en werktijden)
- secundaire arbeidsvoorwaarden (verlof, arbeidsomstandigheden, scholing)
De loonruimte geeft de mogelijke loonsverhoging weer. De voorwaarde is daarbij dat het aandeel
van de winst in de toegevoegd waarde van het bedrijf niet krimpt. (het loon mag dus stijgen, maar
de arbeidsproductiviteit/inflatie moet dan mee stijgen).
De loonruimte is ongeveer gelijk aan de inflatiepercentage + de procentuele stijging van de
arbeidsproductiviteit.
Maar eigenlijk is het:
Indexcijfer voor de arbeidsproductiviteit x de indexcijfer van de inflatie
100
Een algemene loonstijging gericht om de gestegen prijzen bij te houden heet prijscompensatie.