THEORIETOETS BLOK 2 2007-2008 Toets 1 JUIST - ONJUIST J/O
MEDISCH-BIOLOGISCH
1Als weefsel ontstoken is, moet er sprake zijn van een ziekteverwekker (bv virus O
of bacterie).
2Bij een schouder impingement is er sprake van het inklemmen van weefsel J
tussen het acromion / proc.coracoideus en het caput humeri.
3De glycosaminoglycanen (GAG’s) die de viscositeit van de synovia bepalen, O
worden geproduceerd door de chondrocyten.
4De meerderheid van de patiënten met een frozen shoulder herstelt vanzelf J
binnen drie jaar.
5Kalkafzetting in rotator cuff spieren is een oorzaak van een tendinitis calcarea. J
6Substance P zorgt voor inibitie van neuronen in het ruggenmerg. O
7Osteofyten bij artrose zijn een oorzaak van bewegingsbeperkingen van de J
cervicale wervelkolom.
8De arcus anterior van de atlas articuleert met de dens. J
9Koorts ontstaat door een relatieve overactiviteit van de parasympaticus. O
10In het geval van tendinose zal de samenhang tussen de collageen vezels J
verminderen.
11Fractuurgenezing van compact bot verloopt traag omdat zich op deze plek O
geen cellen bevinden.
12Onder niet-pathologische omstandigheden zijn osteoblasten bij kinderen J
actiever dan osteoblasten bij 80 jarigen.
13Pannus bij reumatoide arthritis draagt bij aan de genezing van de ontsteking. O
14Doordat reumatoide arthritis een auto-immuun aandoening is, zijn de O
ontstekingsreacties hierbij relatief mild.
15Diabetes is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van een frozen J
shoulder.
16Pijnsignalen van scherpe, acute pijn worden naar het centrale zenuwstelsel O
vervoerd via C-vezels.
17Extreme rek van kapsels en banden prikkelt nocisensoren. J
18Cross links tussen tropocollageen zijn ongevoelig voor immobilisatie. O
19De m. supraspinatus behoort tot de rotator cuff spieren. J
20Tijdens de genezing van een ongecompliceerde fractuurr, bij gezonde jonge O
patiënten, is na drie weken de vorming van hard callus voltooid.
, 21Een Colles fractuur is een fractuur van het distale deel van de ulna. O
22Reumatoide arthritis is een aandoening waarbij antigeen-antlichaam J
complexen een rol spelen.
23Granulatieweefsel bevat fijne collageen vezeltjes. J
24De belasting van hyalien kraakbeen komt de voeding van de chondrocyten J
ten goede.
25De viscositeit van synovia is onafhankelijk van de beweging van het gewricht. O
26Capsula en hyalien kraakbeen bevatten per vierkante millimeter evenveel O
nocisensoren.
27De ligamenta alaria spelen een rol bij het op zijn plaats houden van de dens. J
28Compressie van de a. vertebralis is levensbedreigend. O
29Proteoglycaan aggregaten absorberen druk. J
30Chondroitine sulfaat is een glycosamoniglycaan (GAG). J
31Bij tendinose gaat de kwaliteit van de aanhechting van de pees aan de spier O
harder achteruit dan de kwaliteit van de aanhechting van de pees aan het bot.
32Daling van de oestrogeen spiegel in het bloed, doet de mineralen dichtheid O
van het bot toenemen.
33Als het orthosympatische deel van het zenuwstelsel langere tijd overactief is J
leidt dit tot weefselafbraak.
34Het autonome zenuwstelsel zorgt er mede voor dat er energie beschikbaar J
komt voor weefselherstel.
35Bij het ouder worden worden de disci intervertebralis dikker. O
36Het fibreuze kraakbeen van de disci verandert niet bij het ouder worden. O
37Ja knikken is vooral een functie van het atlanto-occipitale gewricht. J
38Kraakbeen destructie is een lange termijn gevolg van reumatoide arthritis. J
39Een van de kenmerken van reumotoide arthritis is een heftige J
ontstekingsreactie in de capsula.
40De de grootste opstijgende pijnbaan is de tractus spinoreticularis. O
GEDRAG & COMMUNICATIE
1Het begrip “respect” valt binnen het model van Trijntje Roggen onder J
humaniteit.
2“Alle gedrag is communicatie” is een onderdeel van het concept Trijntje J
Roggen.
3De fysiotherapeut begint een anamnesegesprek normaalgesproken met O
MEDISCH-BIOLOGISCH
1Als weefsel ontstoken is, moet er sprake zijn van een ziekteverwekker (bv virus O
of bacterie).
2Bij een schouder impingement is er sprake van het inklemmen van weefsel J
tussen het acromion / proc.coracoideus en het caput humeri.
3De glycosaminoglycanen (GAG’s) die de viscositeit van de synovia bepalen, O
worden geproduceerd door de chondrocyten.
4De meerderheid van de patiënten met een frozen shoulder herstelt vanzelf J
binnen drie jaar.
5Kalkafzetting in rotator cuff spieren is een oorzaak van een tendinitis calcarea. J
6Substance P zorgt voor inibitie van neuronen in het ruggenmerg. O
7Osteofyten bij artrose zijn een oorzaak van bewegingsbeperkingen van de J
cervicale wervelkolom.
8De arcus anterior van de atlas articuleert met de dens. J
9Koorts ontstaat door een relatieve overactiviteit van de parasympaticus. O
10In het geval van tendinose zal de samenhang tussen de collageen vezels J
verminderen.
11Fractuurgenezing van compact bot verloopt traag omdat zich op deze plek O
geen cellen bevinden.
12Onder niet-pathologische omstandigheden zijn osteoblasten bij kinderen J
actiever dan osteoblasten bij 80 jarigen.
13Pannus bij reumatoide arthritis draagt bij aan de genezing van de ontsteking. O
14Doordat reumatoide arthritis een auto-immuun aandoening is, zijn de O
ontstekingsreacties hierbij relatief mild.
15Diabetes is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van een frozen J
shoulder.
16Pijnsignalen van scherpe, acute pijn worden naar het centrale zenuwstelsel O
vervoerd via C-vezels.
17Extreme rek van kapsels en banden prikkelt nocisensoren. J
18Cross links tussen tropocollageen zijn ongevoelig voor immobilisatie. O
19De m. supraspinatus behoort tot de rotator cuff spieren. J
20Tijdens de genezing van een ongecompliceerde fractuurr, bij gezonde jonge O
patiënten, is na drie weken de vorming van hard callus voltooid.
, 21Een Colles fractuur is een fractuur van het distale deel van de ulna. O
22Reumatoide arthritis is een aandoening waarbij antigeen-antlichaam J
complexen een rol spelen.
23Granulatieweefsel bevat fijne collageen vezeltjes. J
24De belasting van hyalien kraakbeen komt de voeding van de chondrocyten J
ten goede.
25De viscositeit van synovia is onafhankelijk van de beweging van het gewricht. O
26Capsula en hyalien kraakbeen bevatten per vierkante millimeter evenveel O
nocisensoren.
27De ligamenta alaria spelen een rol bij het op zijn plaats houden van de dens. J
28Compressie van de a. vertebralis is levensbedreigend. O
29Proteoglycaan aggregaten absorberen druk. J
30Chondroitine sulfaat is een glycosamoniglycaan (GAG). J
31Bij tendinose gaat de kwaliteit van de aanhechting van de pees aan de spier O
harder achteruit dan de kwaliteit van de aanhechting van de pees aan het bot.
32Daling van de oestrogeen spiegel in het bloed, doet de mineralen dichtheid O
van het bot toenemen.
33Als het orthosympatische deel van het zenuwstelsel langere tijd overactief is J
leidt dit tot weefselafbraak.
34Het autonome zenuwstelsel zorgt er mede voor dat er energie beschikbaar J
komt voor weefselherstel.
35Bij het ouder worden worden de disci intervertebralis dikker. O
36Het fibreuze kraakbeen van de disci verandert niet bij het ouder worden. O
37Ja knikken is vooral een functie van het atlanto-occipitale gewricht. J
38Kraakbeen destructie is een lange termijn gevolg van reumatoide arthritis. J
39Een van de kenmerken van reumotoide arthritis is een heftige J
ontstekingsreactie in de capsula.
40De de grootste opstijgende pijnbaan is de tractus spinoreticularis. O
GEDRAG & COMMUNICATIE
1Het begrip “respect” valt binnen het model van Trijntje Roggen onder J
humaniteit.
2“Alle gedrag is communicatie” is een onderdeel van het concept Trijntje J
Roggen.
3De fysiotherapeut begint een anamnesegesprek normaalgesproken met O