Anatomie is het vakgebied dat zich bezighoudt me de bouw en de vorm van
het menselijk lichaam. Door middel van anatomie wordt duidelijk dat het
lichaam uit zeer veel onderdelen bestaat, die in meer of mindere mate met
elkaar zijn verbonden.
De fysiologie is het vakgebied dat zich bezighoudt met onderzoek naar de
werking en de functies van het lichaam.
In de anatomie gebruiken ze verschillende soorten aanduidingen om aan te
geven op welke plaats in het lichaam zich iets bevindt. Bij het aangeven van de
plaats ga je uit van de anatomische houding van een persoon. Die ziet er als
volgt uit:
- De persoon staat rechtop
- Hoofd rechtop
- Armen gestrekt langs lichaam
- Handpalm naar voren
- Voeten iets gespreid
Vervolgens gebruik je de volgende aanduidingen:
- Bij grotere structuren:
o Ventraal buikzijde
o Dorsaal rugzijde
- Bij kleinere structuren:
o Anterior voorkant
o Posterior achterkant
- Uitgerekte stelsels (zenuwstelsel)
o Centraal in het midden
o Perifeer aan uiteinde
- Kleinere structuren:
o Superior hoger, boven
o Inferior lager, onder
- Grotere structuren:
o Lateraal zijkant
o Mediaal naar midden
- Ledenmaten:
o Proximaal dichtbij romp
o Distaal ver van de romp
- Niet symetrische structeren:
o Sinister links
o Dexter rechts
o Internus inwendig
o Externus uitwendig
Wervelindeling:
- C1 tm C7 halswervels
- Th1 tm Th12 borstwervels
- L1 tm L5 lendenwervels
,Er zijn naast plaatsaanduidingen ook topografische begrippen die de bewegingen van de
lichaamsdelen aangeven.
- Flexie buigbeweging
- Extensie strekbeweging
- Anteflexie naar voren
- Retroflexie naar achteren
- Adductie naar midden
- Abductie naar buiten
- Exorotatie buitenwaarts
- Endorotatie binnenwaarts
- Subinatie schuin omhoog
- Pronatie schuin omhoog
- Opponeren duim tegenover
- Reponeren duim recht
Het lichaam kan worden ingedeeld in:
- Hoofd
- Romp
- Ledenmaten
Hoofd
Het hoofd is de observatiepost van het lichaam. Doordat je rechtop staat zit je hoofd hoog en kan je
je zintuigen goed gebruiken. De zintuigen zijn: horen, zien, voelen, ruiken en proeven.
Via de zintuigen ontvangen de hersenen informatie uit de buitenwereld. Met deze informatie kunnen
ze comando’s geven aan het lichaam.
Romp
In dit deel van het lichaam houdt zich voornamelijk bezig met de vegatieve functies van het lichaam.
De vegatieve functies van het lichaam zijn: voeding, uitscheiding, bloedsomloop en ademhaling.
Ledenmaten
Vrij massieve en uitstekende delen van het lichaam. Dit zijn de armen en de benen. De ledenmaten
worden verdeeld in de bovenste en onderste extremiteit. De bovenste extremiteit bestaat uit
schoudergordel, armen en handen. De onderste extremiteit bestaat uit bekkengordel, benen en
voeten.
Holtes
Het lichaam kan je ook nog indelen in lichaamsholte:
- Schedelholte + wervelkanaal
- Borstholte
- Buikholte
- Bekkenholte
,Schedelholte + wervelkanaal
Deze 2 staan in combinatie met elkaar. Ze bevatten de volgende onderdelen:
- Centrale zenuwstelsel
- Hersenen
- Hersenvliezen
- Cerebrospinale vloeistof
Borstholte
Wordt omgeven door de borstkas. Deze bestaat uit de ribben, borstbeen, spieren en wervels. In het
begin is hij begrenst door het middenrif. Deze vormt de scheiding tussen de borstholte en de
buikholte.
Mediastinum ruimte tussen de longen. Hier liggen verschillende dingen:
- Hart
- Luchtpijp
- Slokdarm
- Grote bloedvaten
Buikholte
De voorkant en zijkant wordt omgeven door: spieren, bindweefsel en huid. Aan de achterkant is het
nog extra beschermd door de wervelkolom. De volgende organen liggen in de buikholte:
- Maag
- Milt
- Lever
- Alvleesklier
- Dikke darm
- Dunne darm
- Nieren
- Galblaas
- Urinewegen
- Geslachtsorganen
Buikholte
De bekkenholte is opgebouwd uit spieren. Daarnaast bevinden zich de volgende organen:
- Uitgang endeldarm
- Urinewegen
- Vagina
Weefsels
Dekweefsel
Dekweefsel (epitheel) bestaat uit cellen die heel dicht tegen elkaar aan liggen en daardoor een aan
een gesloten laag vormen. Dekweefsel heeft een aantal gemeenschappelijke eigenschappen:
- Er is geen tussencelstof
- Er zitten geen bloedvaten tussen dekweefselcellen (kan moeilijk beschadigen)
- Aan 1 kant is het oppervlak blootgesteld aan omgeving
- Aan de andere kant zit het vast aan een dunne elastische laag basaal membraan ligt
tussen dekweefsel en onderliggende weefsel in dit is meestal bindweefsel
- Kunnen levenslang delen en vernieuwen
, Dekweefsel heeft 3 verschillende functies:
- Bescherming bijna alle soorten tegen aantasting en tegen het binnendringen van
ziekteverwekkers en tegen uitdroging
- Transport bepaalde soorten zorgen dat stoffen in de omgeving in de organen terecht
komen
- Afscheiding stoffen sommige soorten dat ze sommige stoffen afscheiden
secretiefunctie
Steunweefsel
Steunweefsel is een verzamelnaam voor weefsels die verbindende, steunende of verzorgende functie
hebben. Het geeft steun aan het lichaam, beschermt de organen en bepaald hun vorm en onderlinge
bewegelijkheid.
Steunweefsel bestaat uit gedifferentieerde/gespecialiseerde cellen die los van elkaar liggen of via
dunnen cel uitlopers met elkaar verbonden zijn.
Deze zijn omgeven door een tussencelstof matrix. De samenstelling hiervan bepaald de stevigheid.
- Bindweefsel matrix elastisch
- Kraakbeen matrix rubber
- Bot matrix hard
- Bloed matrix vloeibaar
- Lymfe matrix vloeibaar
Bindweefsel
Je vind bindweefsel op heel veel plaatsen in het lichaam, met diverse
functies. De matrix bevat heldere, geleiachtige substantie met daarin
verschillende vezels:
- Collagene vezels lange, onvertakte, niet-rekbare vezels bestaat uit
collageen en is erg sterk
- Elastine vezels bestaat uit elastine lang, vertakt en erg rekbaar
- Reticulaire vezels bestaat uit collageen
In bindweefsel zitten ook bepaalde witte bloedcellen die ene functie hebben
bij de afweer macrofagen kunnen ziekteverwekkers en dode
weefselcellen opruimen. Er zijn 5 soorten bindweefsel:
- Straf bindweefsel de collagene vezels overheersen. Dit zorgt ervoor
dat het vooral een mechanische functie heeft. Het is er voor het
opvangen van krachten en sturen van trekkrachten.
- Losmazig bindweefsel heeft relatief weinig collagene en elastine
vezels. Dit heeft meer een vulfunctie voor tussen de organen.
- Elastisch bindweefsel bestaat uit elastine vezels en is erg rekbaar.
- Vetweefsel een gespecialiseerde vorm van losmazig bindweefsel. Ze
nemen een goede hoeveelheid vet op. Er is vrijwel geen matrix. Ze
hebben de volgende functies: opslagplaats voor vet, warme en
isolatie, steun en bescherming.
- Reticulair bindweefsel bestaat uit reticulaire vezels. Samen vormen
ze dichte netwerken. Er zitten veel reticulum cellen in. Kunnen
fagocyteren en dienen als stamcellen.
Kraakbeenweefsel