1.1 de Nederlandse staat
Staat: gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied waarover een organisatie het
hoogste gezag uitoefent
Hoo
gte
geza
g
Gemeenschap van
mensen
Grondgebied
De drie elementen van een staat zijn:
1. Grondgebied: kent grenzen. En het luchtruim boven het land behoord hierbij. De
staat heeft exclusieve zeggenschap op en over zijn gehele grondgebied
2. Gemeenschap: gevormd door mensen die daartoe behoren vanwege hun
afstamming of die op eigen verzoek de nationaliteit van de staat hebben verkregen.
Bevat taal, godsdienst, cultuur en geschiedenis
3. Gezag: gericht op het scheppen en handhaven van orde en recht
4. Erkenning van de staat door andere staten
Soeverein: De staat kan worden beschouwd als zelfstandige en ondeelbare eenheid.
Soevereine staat hoef geen macht van buitenaf te accepteren, tenzij hij dat zelf in vrijheid
verkiest.
- De Nederlandse staat is een rechtspersoon naar burgerlijk recht. Zelfstandig drager van
rechten en plichten.
Staat kan als 2 dingen worden beschouwd:
- Grondgebied met gemeenschap
- Gezag; overheid, uitoefenen geweld over iedereen, ook vreemdelingen
Publiekrecht: Rechtsgebied dat de verhouding tussen de overheid en de burger regelt
Bestaat uit:
- Staatsrecht; regelt de inrichting van de staat en het optreden van de overheid
- Bestuursrecht; regelt de manier waarop de staat wordt bestuurd
- Strafrecht; regelt de vervolging en bestraffing van (rechts)personen
,1.1.2 Het koninkrijk der Nederlanden
De 17e eeuw was de basis
Bevat de landen:
- Nederland (sinds 10-10-2010)
Aruba (zelfstandige staat)
Bonaire (openbare lichaam)
Curaçao (zelfstandige staat)
Saba (openbare lichaam)
Sint Eustatius(openbare lichaam )( art. 134 grondwet)
Sint Maarten (zelfstandige staat)
- Staatrechtelijk samenwerkingsverband
Het statuut: een staatsregeling waarin afspraken zijn vastgelegd over de onderlinge verhoudingen in
het Koninkrijk en de samenwerking
Constitutie: rechtsregels die het staatsgezag en organisatie van de staat vastleggen
Algemeen belang: datgene wat in het belang is van de meeste burgers en van de staat als geheel
Koninkrijk der Nederlanden: staatsrechtelijk samenwerkingsverband tussen Nederland, de BES-
eilanden als openbare lichamen en de drie staten Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
- De BES- landen vallen onder het gezag van de Nederlandse staat, maar liggen buiten het
grondgebied van Nederland.
Vormen een statenbond
Rijkswet: wetten die van toepassing zijn in het gehele koninkrijk
1.3 Bronnen staatsrecht
1. Het statuut: regeling m.b.t. de organisatie van het koninkrijk en de verhouding van de landen
die daartoe behoren
2. De grondwet: regelt de inrichting en functioneren van de Nederlandse staat en de
staatsorganen en de verdeling van de staatsmacht. Staatsdocument. Nationale wet
- De grondwet vult het statuut aan m.b.t. zaken die het gehele koninkrijk betreffen
3. Organieke wetten en besluiten, reglementen: als de grondwet bepaalt dat iets (nader)
geregeld moet worden in een wet in formele zin, dan spreek je hiervan
4. Gewoonterecht: het recht dat er sprake is als een bepaald gebruik waarvan men vindt dat
het juridisch gezien zo hoort, een zekere tijd voortduurt. Bijv. vertrouwensregel.
5. Verdragen en Europese maatregelen: de regels in dergelijke verdragen die rechtstreeks van
toepassing zijn in Nederland
6. Jurisprudentie: het rechtersrecht. Uitspraken van rechters waarin bestaande rechtsregels
worden verduidelijkt en toegepast in een concreet geval
,Hoofdstuk 2: Grondrechten in Nederland
2.1
2.1.1 ontwikkeling grondrechten
Mensenrechten: rechten die ieder mens heft en die horen bij het mens-zijn (voor
geschiedenis zie blz.34)
Zijn onvervreemdbaar: kunnen niet aan een ander worden overgedragen
Grondrechten zijn globaal in 2 groepen verdeeld:
1. Klassieke grondrechten
2. Sociale grondrechten
Klassieke grondrechten: waarborgen in zekere zin de vrijheden van burgers die de overheid
(zo veel mogelijk) moet respecteren, waardoor voor burgers een staatsvrije sfeer wordt
gewaarborgd
- Dergelijke grondrechten zijn waarborgnormen en worden ook wel vrijheidsrechten
genoemd
Zie blz. 35 voor een lijst van grondrechten
Sociale grondrechten: vormen als het ware een opdracht voor de overheid om ervoor te
zorgen dat er sociale gerechtigheid heerst in de samenleving en dat iedere burger kan
beschikken over voldoende gezondheidszorg, onderwijs en inkomen zodat hij zichzelf kan
ontplooien
- Zijn instructienormen
Zie blz. 36 voor voorbeelden sociale grondrechten
Verdragen:
- EVRM: Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
fundamentele vrijheden (1950)
Bevat vooral vrijheidsrechten
- Het Europees Sociaal Handvest (ESH)
Bevatten bijvoorbeeld de rechten van blz. 36 en het recht voor werknemers om
te staken
Bij het EVRM horen diverse protocollen waarin nadere afspraken zijn vastgelegd tussen de
lidstaten van de Raad van Europa.
Op mondiaal niveau heeft de Algemene vergadering van de VN de grondrechten uit de
Universele verklaring van de Rechten van de Mens verwerkt in het Internationaal verdrag
inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR, 1966), ook wel BUPO, en in het
Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR of ECOSOC,
1966).
BUPO bevat:
- Mensenrechten
- Het verbod op foltering en wrede
- Onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing
- Het verbod op slavernij en dwangarbeid en
- Het recht op gezinsleven
, 2.1 werking van grondrechten
Grondrechten hebben 2 soorten werkingen:
1. Verticaal
2. Horizontaal
1. De grondrechten werken verticaal tussen de overheid en burger, omdat de overheid zich rus tig
moet houden en ook weer moet ingrijpen
- Het gaat hier tenslotte bij de klassieke grondrechten om onthouding van bemoeienis
door de overheid en bij sociale grondrechten erom dat de overheid actief moet
ingrijpen
2. De horizontale werking is de relatie/ houding tussen burgers onderling en bestaat hieruit
dat burgers elkaars grondrechten moeten respecteren, maar dat de mate waarin een
grondrecht doorwerkt per situatie ka verschillen. ‘’ik ben met alles wat u zegt oneens, maar
verdedig uw recht om het te mogen zeggen’’
- Grondrechten zijn algemeen geformuleerd
De vrijheidsrechten in het EVRM en het BUPO zijn self-executing
Self- executing: deze grondrechten hebben i.t.t. sociale grondrechten rechtstreekse werking.
Burgers die in de staten die partij zijn bij het verdrag, kunnen bij inbreuk op hun
vrijheidsrechten direct een beroep doen op deze bepalingen, ook als de lidstaat ze zelf (nog)
niet heeft vastgelegd in een (grond)wet
2.1.3. Beperking en botsing van grondrechten
- Bij een botsing van grondrechten gaat het erom dat 2 soorten grondrechten botsen
tegenover elkaar in hun werking
Voorbeeld: als iemand zich discriminerend uitlaat over een ander met een beroep op zijn
eigen vrijheid van meningsuiting, dan maakt hij een inbreuk op het grondrecht van de ander
om niet gediscrimineerd te worden
- bij de beperking van grondrechten gaat het erom dat een grondrecht wordt beperkt door
een overeenkomst die partijen maken
Voorbeeld: in een contract staat dat de werknemer geen bedrijfsgevoelige informatie naar
buiten brengt, waardoor zijn vrijheid in meningsuiting enigszins beperkt wordt
Burgerschapsrechten: Grondrechten die verbonden zijn aan de nationaliteit van een
persoon
Voorbeeld: elke Nederlander krijgt een bijstand als die niet voor zichzelf kan zorgen