1.1 De geschiedenis maatschappelijk werk
Voor de 16de eeuw
Gasthuizen: vanaf de 12e eeuw zijn gasthuizen ontstaan deze boden opvang aan vondeling,
weeskinderen, ouderen en mensen met de pest of pokken. (geen professionele zorg)
Vanaf de 16de eeuw
lokale overheden namen vanaf de 16de eeuw meer verantwoordelijkheid met het invoeren van sociale
wetgeving. Denk hierbij aan dat er betere zorg, onderwijs en fondsen voor arme mensen. Voor
psychische problemen was er overigens nog geen zorg die werden opgesloten in een cel.
Vanaf de 17e en 18e eeuw
in deze periode nam Nederland een toppositie in wat betreft charitas (rijken die geven aan armen)
deze herverdeling is overgenomen door de overheid rijken betalen nu meer belasting en daaruit
krijgen de armen betaald
Begin 19de eeuw
de zorg van kwetsbare mensen blijft nog in handen van middenklasse, kerken en sociale bewegingen.
De armenwet zorgt ervoor dat dat de overheid niet direct verantwoordelijk was en werd het vooral
overgelaten aan lokale burgers
Eind 19de eeuw
Hier begon de zorg voor kwetsbare mensen beter te worden, men lag de nadruk op onderzoek en
persoonlijke begeleiding. Zoals opvang en onderwijs voor doven en blinden, ook rond deze tijd
kwamen er opleidingen die de basis gaven voor sociale werk.
Begin 20e eeuw
Het sociale werk word veder geprofessionaliseerd volks, buurt en clubhuizen worden opgezet. Het
sociaal casework ontstaat waarin zelfstandigheid van mensen centraal komt te staan
1945 tot 1965
Nederland werd een verzorgingsstaat waarin de overheid verantwoordelijk is over de welzijn van de
burgers. In 1965 wordt de AOW ingevoerd het staatspensioen
1965 tot 1980
In 1966 en 1968 voert de overheid de WAO in, wet arbeid ongeschiktheid in en de AWBZ algemeen
wet bijzondere bijstand. In 1970 blijkt dat een verzorgingsstaat onbetaalbaar is. Burgers moeten meer
betrokken worden voor zorg door elkaar. Organisaties worden samengevoegd en sociaal werkers
moeten burgers minder afhankelijk maken van ondersteuning
Eind 20e eeuw