HC 3 Gezinspedagogiek – invloeden buiten het gezin
Grootouders
Tot jaren ’80: grootmoeders niet interessant
- Patrilocale vestiging -> gezin is gevestigd bij de vader -> oma helpt dochter niet
- Functie van vrouw: bear and rear man’s children
Eind 20e eeuw: besef dat vrouwen niet altijd wegtrokken
- Jagers-verzamelaars flexibel in patronen van migratie
Matrilocaliteit: gezin vestigt zich in gemeenschap van moeder
Patrolocaliteit: gezin vestigt zich in gemeenschap van vader
Neolocaliteit: Gezin vestigt zich op totaal nieuwe plek
Alloparenting door oma
- Moeders hebben hulp nodig
- Vrouwen vroeg in menopauze -> kunnen dan goed helpen met de kinderen
Interesse in oma’s
- 2002: eerste symposium over belang van oma’s
- Nu veel onderzoek naar grootmoeders en hun ‘dedication to kin’
Apen: oma dichterbij is beter
- Ook als ze zelf nog kinderen verzorgd
- Grotere overlevingskans
- Meer vruchtbaarheid
Ook bij mensen
- Oma in de buurt?
Meer kleinkinderen overleven
Groter aantal kleinkinderen
Grootmoeders als alloparents
- Aanwezigheid grootmoeder
hulp voor moeders met weinig ervaring
nuttig bij weinig hulp-kinderen (kinderen die oud genoeg zijn om te helpen)
Levert algemene sociale steun
- Onder jagers-verzamelaars: veel kennis door leeftijd – nut voor zoeken van specifiek voedsel
- Positiever effect van MM (mother’s mother) dan van FM (father’s mother)
The confidence of paternity hypothesis
- Ouders investeren minder in kinderen in de lijn van de zoon dan in de lijn van de dochter
Vaderschap is niet 100% zeker, moederschap wel
MM meest zeker van genetische verwantschap
FF (father’s father) het minst
FM en MF er tussenin
Volgorde van grootouder investering: MM > (FM & MF) > FF
, Koekoeksgraad
- Aantal onechte kinderen per generatie, oftewel kinderen die opgroeien bij niet-biologische
vader, blijft relatief stabiel op 2%
FM: grandmothers form hell?
- FM in the house in duitsland 18 en 19e eeuw:
Meer doodgeboren baby’s
Meer vroege babysterfte
- Komt door streng calvinistisch beleid
- Weg van eigen familie
- Stress van bazige schoonmoeder
Grandmother allonursing
- Grootmoeder voedt de baby aan de borst
Grootmoeders en tienerdochtermoeders
- Lage SES tienermoeder – oma in de buurt?
Kinderen vaker veilig gehecht aan moeder
Betere cognitieve ontwikkeling
Leeftijdsgenoten
Unieke omgeving
Judith Harris (1995/1998) gaat uit van belang van de groep
- Je moet voldoende ouder zijn, maar vriendengroep/peers VEEL belangrijker
- Ouderlijke genetische invloed moeilijk te scheiden van ouderlijke opvoeding
- Niet ouders, maar de leeftijdgenoten bepalen gedrag en persoonlijkheid kind
- Kinderen nemen normen en gedragingen over uit omgeving
- In vroege adolescentie omgeving = leeftijdgenoten
- Identiteit, gedrag en normen ontwikkelen vanuit gebeurtenissen en ervaringen binnen de
vriendengroep
Veel kritiek op haar
Grootouders
Tot jaren ’80: grootmoeders niet interessant
- Patrilocale vestiging -> gezin is gevestigd bij de vader -> oma helpt dochter niet
- Functie van vrouw: bear and rear man’s children
Eind 20e eeuw: besef dat vrouwen niet altijd wegtrokken
- Jagers-verzamelaars flexibel in patronen van migratie
Matrilocaliteit: gezin vestigt zich in gemeenschap van moeder
Patrolocaliteit: gezin vestigt zich in gemeenschap van vader
Neolocaliteit: Gezin vestigt zich op totaal nieuwe plek
Alloparenting door oma
- Moeders hebben hulp nodig
- Vrouwen vroeg in menopauze -> kunnen dan goed helpen met de kinderen
Interesse in oma’s
- 2002: eerste symposium over belang van oma’s
- Nu veel onderzoek naar grootmoeders en hun ‘dedication to kin’
Apen: oma dichterbij is beter
- Ook als ze zelf nog kinderen verzorgd
- Grotere overlevingskans
- Meer vruchtbaarheid
Ook bij mensen
- Oma in de buurt?
Meer kleinkinderen overleven
Groter aantal kleinkinderen
Grootmoeders als alloparents
- Aanwezigheid grootmoeder
hulp voor moeders met weinig ervaring
nuttig bij weinig hulp-kinderen (kinderen die oud genoeg zijn om te helpen)
Levert algemene sociale steun
- Onder jagers-verzamelaars: veel kennis door leeftijd – nut voor zoeken van specifiek voedsel
- Positiever effect van MM (mother’s mother) dan van FM (father’s mother)
The confidence of paternity hypothesis
- Ouders investeren minder in kinderen in de lijn van de zoon dan in de lijn van de dochter
Vaderschap is niet 100% zeker, moederschap wel
MM meest zeker van genetische verwantschap
FF (father’s father) het minst
FM en MF er tussenin
Volgorde van grootouder investering: MM > (FM & MF) > FF
, Koekoeksgraad
- Aantal onechte kinderen per generatie, oftewel kinderen die opgroeien bij niet-biologische
vader, blijft relatief stabiel op 2%
FM: grandmothers form hell?
- FM in the house in duitsland 18 en 19e eeuw:
Meer doodgeboren baby’s
Meer vroege babysterfte
- Komt door streng calvinistisch beleid
- Weg van eigen familie
- Stress van bazige schoonmoeder
Grandmother allonursing
- Grootmoeder voedt de baby aan de borst
Grootmoeders en tienerdochtermoeders
- Lage SES tienermoeder – oma in de buurt?
Kinderen vaker veilig gehecht aan moeder
Betere cognitieve ontwikkeling
Leeftijdsgenoten
Unieke omgeving
Judith Harris (1995/1998) gaat uit van belang van de groep
- Je moet voldoende ouder zijn, maar vriendengroep/peers VEEL belangrijker
- Ouderlijke genetische invloed moeilijk te scheiden van ouderlijke opvoeding
- Niet ouders, maar de leeftijdgenoten bepalen gedrag en persoonlijkheid kind
- Kinderen nemen normen en gedragingen over uit omgeving
- In vroege adolescentie omgeving = leeftijdgenoten
- Identiteit, gedrag en normen ontwikkelen vanuit gebeurtenissen en ervaringen binnen de
vriendengroep
Veel kritiek op haar