- artikel 1
o bevordert primair het optimaal tot zijn recht komen persoon in wisselwerking
met omgeving
- artikel 2
o dient beroep deskundig uit te voeren
- artikel 3
o mw toont ten opzichte aan iedereen gelijke bereidheid tot aangaan professionele
relatie
- artikel 4
o mw vermijdt datgene waardoor vertrouwen in beroep wordt geschaad
- artikel 5
o houding mw tegenover cliënt gebaseerd op respect voor diens persoon en
erkenning diens verantwoordelijkheid eigen keuze handelen
- artikel 6
o mw laat na misbruik te maken van het ui zijn deskundigheid of positie
voortvloeiend overwicht in relatie tot cliënt
- artikel 7
o mw informeert cliënt over wijze waarop en vorm waarin doelstelling en beleid
van de organisatie hulp kan worden geboden
- artikel 8
o indien mw niet kan voldoen aan vraag cliënt bevordert hij dat cliënt elders meest
geëigende hulp krijgt
- artikel 9
o mw handelt in kader professionele relatie. basis van toestemming cliënt de
doelstelling en aard van de professionele relatie en de bij behorende
voorwaarden. verstrekt cliënt alle daartoe benodigde info
- artikel 10
o mw in kader professionaliteit relatie derden benadert ten einde op te treden
voor of namens cliënt, diens toestemming vereist
- artikel 11
o handelen buiten weten en toestemming cliënt alleen gerechtvaardigd als cliënt
niet in staat is te kiezen of in zijn levensbelang ernstig wordt bedreigd
- artikel 12
o als vertrouwenspersoon heeft mw plicht tot geheimhouding
- artikel 13
o geheimhoudingsplicht wordt niet opgegeven tenzij met toestemming van cliënt.
tenzij geheimhouding gevaar is voor cliënt
- artikel 14
o verstrekken gegeven over persoon en omstandigheden cliënt tbv doelstelling,
buiten professionele relatie, toestemming cliënt vereist
- artikel 15
o mw beroept zich jegens rechter op NL wetgeving neergelegde verschoningsrecht
van getuigen, indien afleggen van getuigenis of beantwoording vragen in strijd
brengt met zijn plicht tot geheimhouding
- artikel 16