Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting sociologie 1.2 met oefenvragen!

Beoordeling
3,0
(2)
Verkocht
1
Pagina's
40
Geüpload op
30-11-2017
Geschreven in
2017/2018

samenvatting van het hele boek 'Praktijkboek Sociologie' van Harrie Hendrix met alle lesdoelen van de periode. Bijgevoegd zitten ong. 60 stellingen met de antwoorden erbij, gegarandeerd voor een dikke voldoende!

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting sociologie.
Hoofdstuk 1: Inleiding. Hoofdstuk 2: Wat is sociologie.
Doelen van het Praktijkboek sociologie: 1. Inzicht in het sociaal
functioneren van onze samenleving2. Sociale bewustwording ofwel inzicht
in de maatschappelijk factoren die jouw gedrag beïnvloeden3. Inzicht in
de maatschappelijke factoren die het gedrag van jouw cliënt beïnvloeden
4. Meer kennis van actuele maatschappelijk vraagstukken.
De student kan sociologie onderscheiden van pedagogiek en psychologie.
Sociologen bestuderen het gedrag van de mens in zijn sociale omgeving,
ze onderzoeken waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. De
omgeving staat centraal binnen de sociologie.
Pedagogiek is de wetenschap die de opvoeding bestudeert. De toegepaste
wetenschap die in kaart brengt hoe het proces verloopt dat zich tussen
kinderen en volwassen (ouders en andere opvoeders) afspeelt. En dat
kinderen helpt en stimuleert om zich te ontwikkelen tot volwassenen die
verantwoordelijkheid kunnen nemen voor zichzelf en voor anderen.
Psychologie is de wetenschap van gedrag en geestelijke processen. De
nadruk ligt meer op het individu en zijn innerlijk leven.
De student kan sociologie als wetenschap plaatsen in de relatie tot het
beroep pedagoog.
Sociologie is de wetenschap die het samenleven van mensen binnen
kleinere en grotere verbanden bestudeert!
De student kan sociologisch onderzoek herkennen en de relevantie
herkennen m.b.t. het beroep pedagoog.
Mensen die met mensen werken richten zich vooral op de individuele
cliënt, maatschappelijke factoren en de invloed die dat heeft op de mens
krijgen weinig aandacht. Naast de biologische en psychologische factoren
zijn de maatschappelijke factoren van grote betekenis voor gezondheid en
welzijn. Ze vragen zich af welke maatschappelijke factoren het denken en
gedrag beïnvloeden.
Kritische wetenschap:
De socioloog is geneigd om steeds weer opnieuw het vanzelfsprekende ter
discussie te stellen. Als we verder kijken dan onze neus lang is, blijkt dat
er weinig vanzelfsprekend is!
Wij kijken door onze eigen bril naar de wereld om ons heen.
Referentiekader: de kennis, waarden en oordelen die we in de loop der
jaren opgedaan hebben, bestaat uit iemands kennis en verklaring van en
oordelen over de sociale werkelijkheid.
Mensen nemen selectief waar en waarderen dezelfde maatschappelijke
verschijnselen verschillend. Vaak presenteren we wat we zien of lezen als
dé waarheid of wetenschap. We kiezen daaruit wat ons goed uitkomt. We
kunnen slecht leven met ongemakkelijke waarheden, twijfels en
onzekerheden.

Halo effect: de meeste mensen denken dat als iemand één positieve
eigenschap heeft, hij verder ook over goede kwaliteiten bezit.

,Sociologen brengen bepaalde kenmerken van de samenleving in verband
met andere om op deze wijze een beeld te krijgen van het geheel.
Sociaal bewustzijn: je hebt zicht op de snijpunten tussen je persoonlijke
levenslot, geschiedenis en sociale omstandigheden.
Zonder sociaal bewustzijn is goede zorgverlening niet mogelijk. Door dat
bewustzijn heb je meer greep op je leven en ben je minder afhankelijk van
wat je overkomt. Inzicht in het eigen sociaal bepaald denken en gedrag
levert vrijheid op. Tegelijkertijd leer je ook het gedrag van anderen, zoals
collega’s en cliënten, beter te begrijpen.
Macro: zeer breed kijken
Micro: details kunnen onderscheiden
Vaak hecht je zo aan het aardse bestaan dat je niet de objectieve theorie,
maar je eigen waarden, normen en belangen gebruikt om te kijken.
Waardevrije wetenschap:
De sociologie heeft zich ontwikkeld tot een empirisch en waardevrije
wetenschap. Dat wil zeggen dat haar theorie voortvloeit uit een
systematische waarneming van feiten. Morele overwegingen mogen geen
rol spelen bij onderzoek en theorievorming.

Hoofdstuk 3: De mens als sociaal wezen.
De mens als sociaal wezen betekent in ‘’interactie met anderen’’. Mensen
gedragen zich voor een groot gedeelte zoals van hen verwacht wordt.
Interactie: veel van ons gedrag is sociaal bepaald. Naarmate mensen
dichter bij elkaar staan of meer bij elkaar betrokken zijn, is de kans op
interactie groter.
De roltheorie: de rollen leren we van kinds af aan en bestaan uit gedrag
dat de omgeving van ons verwacht.
Positie: iedere positie geeft een plaats aan in de samenleving/groep.
Een positie zit niet vast aan één bepaald persoon. Je hebt toegewezen
posities (niets voor hoeven doen) en verworven posities (actie voor
moeten ondernemen). Toegewezen posities: zus, broer, nicht. Verworven
posities: student. LOS VAN DE PERSOON.
Sociale status: de waardering die de samenleving aan een positie hecht
in relatie tot andere posities. De waardering is gekoppeld aan de positie,
niet aan de persoon. De samenleving bepaalt de sociale status van een
positie. LOS VAN DE PERSOON.
Sociaal aanzien: dit is de mate van waardering die men heeft voor de
wijze waarop iemand een positie bekleed. Dit is dus wel gekoppeld aan
een persoon. GEKOPPELD AAN DE PERSOON.
Sociale structuur: de wijze waarop de posities in een samenleving of
groep op elkaar betrokken zijn. Sommige samenlevingen en groeperingen
zijn strakker gestructureerd dan andere. Dit heeft te maken met de
cultuur. Dit kan ook te maken hebben met het doel van de groepering.
Elke positie die je inneemt heeft een bijbehorende rol: van een
positiebekleder verwachte gedrag, hoe je je moet gedragen in die positie.
Door de positie en de rol worden individu en samenleving met elkaar
verboden. Rollen spelen is niet lastig, we leren die rollen vaak al van kinds
af aan en internaliseren ze alsof het natuurlijk gedrag is.

,Niet alleen aan het gedrag van positiebekleders worden bepaalde eisen
gesteld, soms ook aan hun uiterlijk, sociologen onderscheiden daarbij:
-  Rolattributen: uiterlijkheden die nuttig zijn of dienen als
herkenningsmiddel van een rol. Bijvoorbeeld het uniform van een
agent als herkenning van de politie.
-  Statussymbolen: uiterlijkheden die verwijzen naar prestige,
rijkdom, macht, invloed, gezag en dergelijke.
Dezelfde uiterlijkheden kunnen zowel rolattribuut als statussymbool zijn.
Door middel van rolattributen en statussymbolen onderscheiden mensen
zich van anderen. Statussymbolen hebben de functie om anderen te laten
zien wie je bent, waar je bij hoort, waar je voor staat en dat je ‘meedoet’.
Statussymbolen vertellen ons iets over de bezitter ervan en zijn te
verwachten gedrag. Ze beïnvloeden ook het zelfbeeld en het gevoel van
eigenwaarde van de bezitter.
Wanneer verwachten ten aanzien van één positie met elkaar botsen,
spreken we van een rolconflict.
Intern rolconflict: wanneer een persoon geconfronteerd wordt met niet
of moeilijk te combineren verwachtingen ten aanzien van één positie die
hij bekleedt.
- Voorbeeld: Rol: student. Verwachtingen: docenten
vs. medestudenten.
Extern rolconflict: wanneer een persoon geconfronteerd wordt met niet
of moeilijk te combineren verwachtingen ten aanzien van meerdere
posities die hij bekleedt.
- Voorbeeld: Rollen: stagiaire en student. Verwachtingen:
stagebegeleidster vs. docent.
Bij rolconflicten spelen niet alleen de werkelijke verwachtingen een rol.
Vaak gaat het ook om een persoonlijke inschatting van die verwachtingen.
Het oplossen van rolconflicten:1. Tegenstrijdige verwachtingen zoveel
mogelijk gescheiden houden.2. Een compromis zoeken.3. Eén van de
rollen prioriteit geven.4. Bepaalde gedragingen voor anderen verborgen
houden.5. De omgeving duidelijk maken dat er tegenstrijdige
verwachtingen zijn.
De student kan de verschillende indelingen van socialisatie herkennen en
deze plaatsen in de juiste context.
Elke groepering leert nieuwkomers hoe zich te gedragen  Socialisatie:
het leren spelen van rollen.
Het doel van socialisatie is dat we ons gaan gedragen in overeenstemming
met de verwachtingen van de omgeving. Definitie: een leerproces waarbij
mensen zich in directe omgang met andere mensen een cultuur en
subcultuur zich eigen maken.
Indelingen in soorten socialisatie
Naar het soort rol:
Primaire socialisatie: aanleren van algemene rollen: jongen, meisje, broer,
zus.
Secundaire socialisatie: aanleren van specifieke rollen: student, teamlid,
werknemer, baas.
Naar de socialisatie plaats:
Primair: gezin

, Secundair: school
Tertiair: maatschappij
Socialisatie is een proces dat zich over een bepaalde tijd afspeelt. Het
begint al bij de kennismaking met een nieuwe positie. Wanneer iemand al
eerder bezig is met zijn nieuwe rol, spreken we van:
 Anticiperende socialisatie: in het gedrag en houding vooruitlopen
op een toekomstige rol.
Collectieve rituelen zijn activiteiten die de functie hebben om de
groepssolidariteit te versterken, de waarden en normen van de groep aan
te scherpen en aldus het conformisme te vergroten.
Internalisatie: je hebt het je helemaal eigen gemaakt, je staat zelf achter
het resultaat van het socialisatieproces.
Sociale controle: het geheel van positieve en negatieve sancties dat
dient om het sociaal gedrag van mensen te beheersen en in
overeenstemming te brengen met de heersende waarden, normen en
verwachtingen.
Groepsdenken: de mens is een groepsdier en laat zich soms meer dan
hem lief is beïnvloeden door de druk van de groep, omdat afwijken van het
standpunt van de groep angst oproept. Om dit gevoel te vermijden,
conformeren de meeste zich aan het groepsstandpunt.
Samenlevingen hebben vaak de neiging storend gedrag te elimineren. Ook
wanneer dat gedrag verwijst naar het falen van de samenleving. Sociale
oorzaken van de problematiek worden ontkend en het individu krijgt de
schuld. Sociologen noemen dit ook wel ‘individualisering van problemen’
of ‘blaming the victim’. Voorbeeld: ‘pesten is uitgelokt door de gepeste
persoon zelf’.
Hoe hoger de sociale status van iemand die sanctioneert, des te groter is
de invloed. De roltheorie zal sterker opgaan in een homogene uniforme
samenleving en groep dan in heterogeen en complex
samenlevingsverband. In deze tijd en binnen onze samenleving vinden we
individualiteit, persoonlijke ontplooiing en creativiteit belangrijk. Die
waarden botsen vaak met de eis om te voldoen aan de verwachtingen van
anderen. Rollen beperken ons niet alleen in onze vrijheid. Ze leveren ons
ook voordelen op. Via rollen worden sociale gedragingen gereguleerd en
zonder regulering is samenleven onmogelijk  voorbeeld van het verkeer,
zonder verkeersregels is het gevaarlijk op de weg.
De student kan onderscheid maken tussen waarden en normen in de
opvoeding.
Waarden zijn: collectieve voorstellingen binnen een maatschappij of een
groepering omtrent wat
goed, juist en daarom (in het algemeen belang) nastrevenswaardig zijn.
Dingen we belangrijk vinden (waar we waarde aan hechten).
Voorbeelden: eerlijkheid, gelijkheid, vrijheid.
Normen zijn: collectieve ‘bindende’ verwachtingen ten aanzien van het
handelen of niet handelen onder bepaalde omstandigheden. De daarbij
horende gedragsregels.
Voorbeelden: niet liegen, vrouwen en mannen krijgen hetzelfde salaris.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
30 november 2017
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€8,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
7 jaar geleden

8 jaar geleden

3,0

2 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
1
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
renskevalks Fontys Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
31
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
26
Documenten
25
Laatst verkocht
5 jaar geleden

3,6

13 beoordelingen

5
2
4
7
3
2
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen