Inkoopwaarde van de omzet = inkoopprijs x afzet
Opbrengsten uit gewonde bedrijfsvoering = omzet = (gem) prijs x afzet
Omzet
Inkoopwaarde (het bolletje moet een – zijn)
Brutowinst
Kosten (het bolletje moet een – zijn)
Bedrijfsresultaat
+ Buitengewone baten/opbrengsten
Lasten (het bolletje moet een – zijn)
Nettowinst voor belasting
Liquide middelen= kas + bank
Saldo= ontvangsten – uitgaven
Ontvangen BTW, gestart op de rest door de afnemers
Betaalde BTW, over inkoop, bij kosten
Af te dragen BTW af te dragen aan de fiscus.
Liquide middelen beginbalans
- Ontvangsten/uitgaven saldo
Liquide middelen eindbalans
Beginbalans
+ Mutaties
Eindbalans
Voorraad goederen + inkoop goederen - inkoopwaarde van de omzet = eindbalans voorraad
Alle formules voor het opstellen van ratioanalyse
Current ratio = vlottende activa / kort vreemd vermogen
Vlottende activa: voorraad goederen + debiteuren + liquide middelen (kas + bank)
Kort vreemd vermogen (vlottende passiva)
Is goed wanneer 1 < CR > 2
Quick ratio = (vlottende activa - voorraden) / kort vreemd vermogen
Is goed wanneer QR > 1
1ste formule solvabiliteit: eigen vermogen / totaal vermogen X 100%
2de formule solvabiliteit: eigen vermogen / vreemd vermogen X 100%
Hoe hoger het %, hoe gezonder het bedrijf.
Debt ratio = vreemd vermogen / totaal vermogen