4.5 Omgaan met bijzonder gedrag.
(Jansen-Vermeulen, 2020)
Student: Suzanne de Koning
Student nummer: 666392
Docent: Bea Schadé
,Inleiding
Ik ben Suzanne de Koning en werkzaam bij SEIN (Stichting Epilepsie Instellingen Nederland).
SEIN is een stichting die zich richt op mensen met epilepsie en andere beperkingen zowel
cognitief, emotioneel, als gedragsmatig. Daarbij hebben al onze cliënten één
gemeenschappelijke factor en dat is epilepsie. Ik ben werkzaam als APT (Agressie Preventie
Trainer) voor iedereen die direct en indirect contact heeft met onze cliënten. Tijdens deze
training leren wij de collega’s op tijd gedragsveranderingen signaleren bij een cliënt en deze
te herkennen en erkennen en daarbij de juiste interventies toe te passen. Het hoofddoel van
onze training is de-escalerend werken. Naast het training geven ben ik ook flexibel
werkzaam binnen langverblijf wonen. Dit houdt in dat ik op alle woningen inzetbaar ben. Dit
maakt dat mijn werk zeer divers en afwisselend is. Binnen de instelling wonen er cliënten in
de leeftijd van 5 tot 99 jaar met verschillende hulpvragen zoals: zorg intensieve begeleiding,
begeleiding op afstand, het bieden van dagbesteding, gedragsproblematiek. Ik ondersteun
de cliënten in hun dagelijkse bezigheden en geef hun een zo waardig mogelijk leven.
Alle namen die gebruikt zijn in de casussen zijn fictief. De verhalen berusten op waarheid
Omgaan met bijzonder gedrag. Wat is bijzonder gedrag? Ik neem vier verschillende casussen om
verschillende gedragingen uit te leggen. Er bestaat geen vast lijstjes met eisen om iemand te labelen
naar bijzonder gedrag, wel zijn er richtlijnen. Deze zijn vast gelegd in de DSM-V.
2
, Inhoudsopgave
Casus: stoornissen in het gebruik van alcohol en drugs. ........................................................................ 4
DSM-V criteria. .................................................................................................................................... 5
Omgaan met specifiek gedrag. ........................................................................................................... 6
Behandeling. ....................................................................................................................................... 6
Casus: Depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen. ..................................................................... 8
DSM-V criteria. .................................................................................................................................... 9
Omgaan met specifiek gedrag. ......................................................................................................... 10
Behandeling. ..................................................................................................................................... 10
Casus: neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. ............................................................................ 12
DSM-V criteria. .................................................................................................................................. 14
Omgaan met specifiek gedrag. ......................................................................................................... 14
Behandeling. ..................................................................................................................................... 15
Casus: persoonlijkheidsstoornissen ...................................................................................................... 16
DSM-V criteria. .................................................................................................................................. 17
Omgaan met specifiek gedrag. ......................................................................................................... 17
Behandeling. ..................................................................................................................................... 18
Visie ....................................................................................................................................................... 19
Wisselwerking samenleving en individu. .......................................................................................... 19
Cijfers en feiten. ................................................................................................................................ 19
Stigma’s ten aanzien van het gebruik van cocaïne. .......................................................................... 20
Stigma’s ten aanzien van depressie. ................................................................................................. 20
Uitgangspunten beleid. ......................................................................................................................... 21
Geschiedenis van de psychiatrie. ...................................................................................................... 21
Kort overzicht van alle zorgwetten. .................................................................................................. 21
Huidige psychiatrie. .......................................................................................................................... 21
Geestelijke gezondheidszorg kent drie werkgebieden. .................................................................... 22
Dilemma. ........................................................................................................................................... 22
Rol van de sociaal werker bij bevorderen van kwaliteit van leven. .................................................. 23
Bronvermelding .................................................................................................................................... 24
Bijlage 1: Het G-schema ........................................................................................................................ 26
Bijlage 2: Interview met Mathieu ......................................................................................................... 28
Bijlage 3: interview met Saskia ............................................................................................................. 29
3
(Jansen-Vermeulen, 2020)
Student: Suzanne de Koning
Student nummer: 666392
Docent: Bea Schadé
,Inleiding
Ik ben Suzanne de Koning en werkzaam bij SEIN (Stichting Epilepsie Instellingen Nederland).
SEIN is een stichting die zich richt op mensen met epilepsie en andere beperkingen zowel
cognitief, emotioneel, als gedragsmatig. Daarbij hebben al onze cliënten één
gemeenschappelijke factor en dat is epilepsie. Ik ben werkzaam als APT (Agressie Preventie
Trainer) voor iedereen die direct en indirect contact heeft met onze cliënten. Tijdens deze
training leren wij de collega’s op tijd gedragsveranderingen signaleren bij een cliënt en deze
te herkennen en erkennen en daarbij de juiste interventies toe te passen. Het hoofddoel van
onze training is de-escalerend werken. Naast het training geven ben ik ook flexibel
werkzaam binnen langverblijf wonen. Dit houdt in dat ik op alle woningen inzetbaar ben. Dit
maakt dat mijn werk zeer divers en afwisselend is. Binnen de instelling wonen er cliënten in
de leeftijd van 5 tot 99 jaar met verschillende hulpvragen zoals: zorg intensieve begeleiding,
begeleiding op afstand, het bieden van dagbesteding, gedragsproblematiek. Ik ondersteun
de cliënten in hun dagelijkse bezigheden en geef hun een zo waardig mogelijk leven.
Alle namen die gebruikt zijn in de casussen zijn fictief. De verhalen berusten op waarheid
Omgaan met bijzonder gedrag. Wat is bijzonder gedrag? Ik neem vier verschillende casussen om
verschillende gedragingen uit te leggen. Er bestaat geen vast lijstjes met eisen om iemand te labelen
naar bijzonder gedrag, wel zijn er richtlijnen. Deze zijn vast gelegd in de DSM-V.
2
, Inhoudsopgave
Casus: stoornissen in het gebruik van alcohol en drugs. ........................................................................ 4
DSM-V criteria. .................................................................................................................................... 5
Omgaan met specifiek gedrag. ........................................................................................................... 6
Behandeling. ....................................................................................................................................... 6
Casus: Depressieve- en bipolaire-stemmingsstoornissen. ..................................................................... 8
DSM-V criteria. .................................................................................................................................... 9
Omgaan met specifiek gedrag. ......................................................................................................... 10
Behandeling. ..................................................................................................................................... 10
Casus: neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. ............................................................................ 12
DSM-V criteria. .................................................................................................................................. 14
Omgaan met specifiek gedrag. ......................................................................................................... 14
Behandeling. ..................................................................................................................................... 15
Casus: persoonlijkheidsstoornissen ...................................................................................................... 16
DSM-V criteria. .................................................................................................................................. 17
Omgaan met specifiek gedrag. ......................................................................................................... 17
Behandeling. ..................................................................................................................................... 18
Visie ....................................................................................................................................................... 19
Wisselwerking samenleving en individu. .......................................................................................... 19
Cijfers en feiten. ................................................................................................................................ 19
Stigma’s ten aanzien van het gebruik van cocaïne. .......................................................................... 20
Stigma’s ten aanzien van depressie. ................................................................................................. 20
Uitgangspunten beleid. ......................................................................................................................... 21
Geschiedenis van de psychiatrie. ...................................................................................................... 21
Kort overzicht van alle zorgwetten. .................................................................................................. 21
Huidige psychiatrie. .......................................................................................................................... 21
Geestelijke gezondheidszorg kent drie werkgebieden. .................................................................... 22
Dilemma. ........................................................................................................................................... 22
Rol van de sociaal werker bij bevorderen van kwaliteit van leven. .................................................. 23
Bronvermelding .................................................................................................................................... 24
Bijlage 1: Het G-schema ........................................................................................................................ 26
Bijlage 2: Interview met Mathieu ......................................................................................................... 28
Bijlage 3: interview met Saskia ............................................................................................................. 29
3