“Grondrechten”
De ontwikkeling van de grondrechten:
1- Magna Carta uit 215 : een overeenkomst tussen de Engelse adel en hun leenheer.
2- John Locke 17e eeuw: een maatschappelijk verdrag dat tot doel heeft leven, vrijheid en
eigendom van alle burgers te waarborgen. Pre-constitutioneel d.w.z. het zijn rechten die
de mens van nature, los van het staatsverbond toekomen.
3- Bataafse Staatsregeling (1798): in Nederland eerste vastlegging van de grondrechten
4- Grondwet 1814: slechts een zeer beperkte vastlegging zoals justitiële waarborgen als
waarborgen op het terrein van godsdienst.
5- Grondwet 1815: grondrechten werden uitgebreid met gelijkheidswaarborgen, petitierecht,
drukpersvrijheid e.d.
6- Grondwet 1848: het recht van vereniging, briefgeheim, onderwijs, e.d. werden
opgenomen.
7- Grondwet 1917: het kiesrecht en financiële gelijkheidstelling werd opgenomen.
8- Grondwetsherziening 1983: niet alleen de klassieke vrijheidsrechten en het kiesrecht
maar ook het betogingrecht en sociale grondrechten kregen hun plaats.
De uitbreiding van aantal en typen grondrechten:
- De geleidelijke uitbreiding van de grondrechten komt voort uit de structuurverandering
van de staat. In de 19e eeuw was er sprake van een klassiek-liberale staat, waarin het
waarborgen van individuele vrijheidsrechten voorop stond. In begin 20e eeuw was er
sprake door invoering van het algemeen kiesrecht van een democratische rechtstaat. Na
de 2e wereldoorlog was er sprake van een sociale rechtstaat.
Grondrechten op internationaal vlak:
- Dit vindt plaats in mensenrechtenverdragen. Te weten:
a. EVRM : vastlegging van de klassieke vrijheidsrechten op europees niveau;
b. IVBPR : vastlegging van de klassieke vrijheidsrechten op mondiaal niveau;
c. ESH : vastlegging van de sociale grondrechten op europees niveau;
d. IVESCR : vastlegging van de sociale grondrechten op mondiaal niveau.
- Op de naleving van het EVRM wordt toegezien door het Europese Hof voor de Rechten
van de Mens en op naleving van het Unierecht door het Hof van Justitie.
Rechtstatelijk waarborgkarakter van de grondrechten:
1- Grondrechten maken duidelijk, dat rechtsschepping binnen bepaalde grenzen moet
blijven. Die grenzen gelden ook voor de formele wetgever.
2- Grondrechten vormen het complement van de machtsverdeling. Grondrechten leggen de
grenzen vast van een verdeling tussen overheid en burgers. De overheid oefent
specifieke beperkte bevoegdheden uit, die zijn gericht op de behartiging van het
algemeen belang.
Grondrechten en de subjecten , bijzondere rechtsverhoudingen:
- De meeste grondrechten zijn rechten die aan individu als zodanig toekomen. Er zijn ook
grondrechten die alleen aan Nederlanders toekomen en alleen voor vreemdelingen
gelden. Daarnaast kunnen sommige grondrechten ook door collectiviteiten ingeroepen
worden (kerkgenootschap en vrijheid van goddienst).
- Grondrechten kunnen niet door overheidsorganen worden ingeroepen tegen burgers.
- Ambtenaren, militairen en gedetineerden hebben een bijzondere rechtsverhouding. De
grondrechten gelden ook voor deze situaties. Wel kunnen op grondslag van de
grondwettelijke bekeringsclausules voor deze personen meer en andere beperkingen
worden vastgesteld dan voor burgers in het algemeen.
, - Daar waar een persoon primair als ambt , dus als overheid, optreedt komt hem geen
beroep op grondrechten toe (koning, rechter).
Tweedeling grondrechten:
1- Klassieke grondrechten of vrijheidsrechten gericht op overheidsonthouding; en
2- Sociale grondrechten, aanspraken op overheidsprestaties.
- De tweedeling is niet even juist aangezien klassieke grondrechten soms ook aanspraakt
maakt op overheidsprestaties. Tevens kunnen klassieke grondrechten veelal niet tot hun
recht komen zonder dat bepaalde voorzieningen beschikbaar worden gesteld. Daarnaast
zijn er nogal wat grondrechten die niet in dit schema passen.
Grondrechtentypologie:
1- Bodemnormen, die beogen de mens in zijn fysieke en psychische kern te beschermen
tegen aantasting. (doodstrafverbod; verbod op marteling e.d);
2- Klassieke vrijheidsrechten, die verplichten tot overheidsonthouding. (vrijheid van
godsdienst, meningsuiting, vereniging e.d.);
3- Gelijkheidsbeginsel, vaak in verdragen vastgelegd. (verdrag uitbanning
rassendiscriminatie, discriminatie van vrouwen).
4- Politieke participatierechten. (actief en passief kiesrecht).
5- Rechtsbescherming (onafhankelijke rechtspraak).
6- Sociale grondrechten, aanspraak op actief overheidsoptreden.
Beperking van klassieke grondrechten:
- Als een overheidsmaatregel binnen de reikwijdte van een klassiek grondrecht valt en dus
dat grondrecht beperkt moet dit met inachtneming van het legaliteitsbeginsel. Dat wil
zeggen, dat er voor de beperking een basis in de Grondwet zelf aanwezig moet zijn. Dit
is vastgelegd in de beperkingclausules in de betreffende Grondwet.
- Soms is de motiveringsplicht nog nader gespecificeerd doordat de bekeringsclausule
aangeeft dat een wettelijke regeling uitsluitend toelaatbaar is met het oog op de
behartiging van belangen (huisrecht en wet op binnentreden).
Delegatie van de bevoegdheid tot grondrechtbeperking:
- In bepaalde gevallen staat de Grondwet toe dat de wetgever aan lagere regelgevers de
bevoegdheid tot het stellen van grondrechtbeperkingen van niet-inhoudelijke aard
delegeert.
- In de beperkingclausule dient dan de term: regelen, regels, regeling of krachtens te
worden gebruikt.
- Soms eist de Grondwet dat de gedelegeerde bevoegdheid gebonden is aan door
doelcriteria omschreven belangen.
- Als de formele wetgever beperkende bevoegdheid wil delegeren, dan zal uit dat
uitdrukkelijk moeten doen, door een specifieke wet te maken. Voorbeeld is de Wet
openbare manifestaties die beperkingbevoegdheid delegeert aan gemeenten.
Beperkingen van mensenrechten:
- De in de mensenrechtenverdragen vastgelegde mensenrechten, kunnen in het algemeen
ook door de lagere wetgever worden beperkt, waarbij geen eisen worden gesteld wat
betreft formeelwettelijke grondslag en uitdrukkelijkheid van delegatie.
- De meerwaarde van mensenrechtenverdragen zijn:
1- formele wetten kunnen er op grond van de Grondwet aan getoest worden;
2- ze bestrijken soms meer terreinen dan de Grondwet
3- er geldt een strenge proportionaliteitstoets (is de beperking noodzakelijk).