Leerdoelen:
1- De betekenis van de begrippen decentralisatie en deconcentratie kunnen omschrijven;
2- De verschillende staatsvormen kennen;
3- Onderscheid kunnen maken tussen de begrippen regeringsvorm en staatsvorm;
4- Het verschil kunnen aangeven tussen autonomie en medebewind;
5- De organen van het gemeentelijk bestuur en het provinciaal bestuur kennen;
6- Kunnen aangeven op welke wijze verkiezingen van gemeenteraden en provinciale staten
plaatsvindt;
7- De herkomst en samenstelling van de colleges van B&W en GS kennen;
8- De wijze van benoeming van de burgemeester en de commissaris van de Koning
kennen;
9- De werking van de verantwoordingsplicht en de vertrouwensregel op provinciaal en
gemeentelijk niveau kennen;
10- De bevoegdheden van provinciale en gemeentelijke besturen kennen;
11- De overige vormen van gedecentraliseerd bestuur kennen.
Decentralisatie en het begrip rechtstaat:
- Decentralisatie is niet een eis die rechtstreeks voortvloeit uit de rechtsstatelijke eisen.
Echter het toerusten van gedecentraliseerde overheidsinstanties met bevoegdheden past
wel in een rechtsstatelijk concept: absolute bevoegdheidsuitoefening wordt zo
voorkomen door de macht te verdelen over verschillende overheidsorganen. Door de
verdeling van de uitvoering van centrale overheidstaken over decentrale
overheidsorganen ontstaat er over en weer een controle waardoor ze elkaar in evenwicht
houden. Op de uitoefening van bevoegdheden door decentrale overheden zijn de
rechtstatelijke eisen onverkort van toepassing.
Vormen van decentralisatie:
1- horizontale machtenscheiding / decentralisatie: de spreiding van bevoegdheden binnen
het centrale overheidsniveau.
2- Verticale machtenscheiding / decentralisatie: de spreiding van bevoegdheden buiten het
centrale niveau.
Verschillende staatsvormen zijn:
1- De statenbond of confederatie:
- Dit is een samenwerkingsverband waarbij staten gezamenlijk een verdrag sluiten en
daarbij taken aan een gezamenlijk gezagsorgaan toedelen, maar hun zelfstandigheid
behouden.
- Het centrale gezag houdt zich slechts bezig met een beperkt aantal taken en kan geen
besluiten nemen welke de burgers binden.
2- De bondsstaat of federatie:
- Er is een soevereine staat die bestaat uit deelstaten en een centraal gezag.
- Er bestaat een regeling voor de verdeling van de bevoegdheden tussen de organen van
het centrale federale gezag en de deelstaten. De bevoegdheden worden onafhankelijk
van elkaar uitgeoefend.
- Voorbeelden zijn: de VS, Canada, Duitsland (wel verschil in verdeling van bevoegdheden
tussen deze staten).
1