Het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg heeft
moeite zich te onderwerpen aan het gezag van het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Het kan
immers de autonomie van het EU-recht raken. Aalt Willem Heringa
overweegt de noodzakelijkheid van toetreding van de EU tot het
EVRM.
Advies van EU Hof
Op 18 december 2014 (2/13) publiceerde het Hof van Justitie het lang
verwachte advies over toetreding van de EU tot het EVRM.[1] Sinds het
Verdrag van Lissabon bepaalt art. 6 lid 2 van het Verdrag betreffende de
EU (VEU) dat de EU toetreedt tot het EVRM (shall accede, zo staat het er
in het Engels). En deze verdragsbepaling was nodig na het advies van het
Hof van justitie van 28 maart 1996 (2/94) dat zonder verdragsbepaling
een toetreding niet mogelijk was.[2] En dus waren na de inwerkingtreding
van het verdrag van Lissabon de onderhandelingen tussen de EU en de
Raad van Europa gestart, en ook succesvol afgesloten met teksten die
deze toetreding mogelijk moesten maken. Voor de goede orde: toetreding
kan denk ik niets anders betekenen dan dat de EU zich onderwerpt aan de
door het EVRM gestelde eisen en aan de rechtspraak van het EHRM dat nu
eenmaal toeziet op naleving van het EVRM. De enige beperking die art. 6
lid 2 stelde was dat toetreding niet de bevoegdheden van de Unie wijzigt.
Autonomie van EU in het geding?
Het regelen van de toetreding was al lastig genoeg zo bleek uit de
verdragstekst die was ontworpen voor de toetreding.
Maar: het Hof van Justitie stak er eind 2014 een stokje voor. Crux van de
overweging is dat de toetreding niet de constitutionele orde van de
verdragen mag ondermijnen. En zo oordeelt het Hof, het
toetredingsverdrag kan de autonomie van het EU recht raken. Ook kan
art. 344 VWEU in het geding zijn. En bewaakt het co-respondent
mechanisme niet voldoende dat de specifieke eigenschappen van het EU-
recht worden bewaard? En is er onvoldoende aandacht voor de samenloop
met de prejudiciële procedure?
Maar was het nu net niet de bedoeling en de essentie van art. 6 lid 2 VEU
om de EU mede te onderwerpen aan het EVRM? Het Hof van Justitie acht
de autonomie van de EU van groter belang, en dusdanig dat de
verplichting van art. 6 VEU daaraan ondergeschikt is gemaakt.
moeite zich te onderwerpen aan het gezag van het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Het kan
immers de autonomie van het EU-recht raken. Aalt Willem Heringa
overweegt de noodzakelijkheid van toetreding van de EU tot het
EVRM.
Advies van EU Hof
Op 18 december 2014 (2/13) publiceerde het Hof van Justitie het lang
verwachte advies over toetreding van de EU tot het EVRM.[1] Sinds het
Verdrag van Lissabon bepaalt art. 6 lid 2 van het Verdrag betreffende de
EU (VEU) dat de EU toetreedt tot het EVRM (shall accede, zo staat het er
in het Engels). En deze verdragsbepaling was nodig na het advies van het
Hof van justitie van 28 maart 1996 (2/94) dat zonder verdragsbepaling
een toetreding niet mogelijk was.[2] En dus waren na de inwerkingtreding
van het verdrag van Lissabon de onderhandelingen tussen de EU en de
Raad van Europa gestart, en ook succesvol afgesloten met teksten die
deze toetreding mogelijk moesten maken. Voor de goede orde: toetreding
kan denk ik niets anders betekenen dan dat de EU zich onderwerpt aan de
door het EVRM gestelde eisen en aan de rechtspraak van het EHRM dat nu
eenmaal toeziet op naleving van het EVRM. De enige beperking die art. 6
lid 2 stelde was dat toetreding niet de bevoegdheden van de Unie wijzigt.
Autonomie van EU in het geding?
Het regelen van de toetreding was al lastig genoeg zo bleek uit de
verdragstekst die was ontworpen voor de toetreding.
Maar: het Hof van Justitie stak er eind 2014 een stokje voor. Crux van de
overweging is dat de toetreding niet de constitutionele orde van de
verdragen mag ondermijnen. En zo oordeelt het Hof, het
toetredingsverdrag kan de autonomie van het EU recht raken. Ook kan
art. 344 VWEU in het geding zijn. En bewaakt het co-respondent
mechanisme niet voldoende dat de specifieke eigenschappen van het EU-
recht worden bewaard? En is er onvoldoende aandacht voor de samenloop
met de prejudiciële procedure?
Maar was het nu net niet de bedoeling en de essentie van art. 6 lid 2 VEU
om de EU mede te onderwerpen aan het EVRM? Het Hof van Justitie acht
de autonomie van de EU van groter belang, en dusdanig dat de
verplichting van art. 6 VEU daaraan ondergeschikt is gemaakt.