Economie Samenvatting - Module 1 (4 HAVO)
Praktische economie
§1,1 kiezen is kostbaar:
Wensen zijn behoeften: deze behoeften zijn onbegrensd (meer is altijd beter).
Om in je behoeften te voorzien, heb je middelen nodig. Er is één probleem: middelen zijn
niet onbeperkt beschikbaar. Hierdoor ontstaat er schaarste (tijd, bezit en geld). Het betekent
alleen dat er te weinig middelen zijn om in alle behoeften van iedereen te voorzien.
Middelen hebben een belangrijke eigenschap: ze zijn alternatief aanwendbaar (: dat je met
hetzelfde middel in verschillende behoeften kunt voorzien. De manier waarop een middel
gebruikt wordt, is de aanwendingsrichting.
De keuzes die gemaakt worden met betrekking tot behoeftes, verschillen van persoon tot
persoon.
Wat is de beste aanwendingsrichting van een middel?
1. Bepaal eerst alle mogelijke aanwendingsrichtingen van een middel.
2. Bereken vervolgens voor elke aanwendingsrichting de kosten en opbrengsten, ook
wel baten genoemd.
3. Ten slotte kies de aanwendingsrichting waarbij de opbrengsten het meest uitstijgen
boven de kosten.
Deze aanwendingsrichting heeft de hoogste nettobaten: baten – kosten.
§1,2 kiezen of delen:
Optelsom van alle middelen die iemand heeft, is zijn budget. Er zijn twee soorten middelen:
Tastbare middelen
Tijd
Het budget beperkt de keuzes die iemand kan maken. Er ontstaan combinaties van middelen
waar je het budget aan uitgeeft productcombinaties.
Budgetlijn: deze lijn geeft alle mogelijke productcombinaties die je maximaal kunt kopen
met een bepaald budget. De budgetlijn laat zo zien welke productcombinaties binnen een
budget passen en welke niet.
Alle product combinaties op en onder de budgetlijn kunnen worden aangeschaft.
Budget = (prijs goed 1 x aantal goed 1) + (prijs goed 2 x aantal goed 2)
, Met verschuiving va de budgetlijn kan twee oorzaken hebben:
1. Budget veranderd
2. Prijs veranderd
Door een stijging van het budget verschuift de budgetlijn van de oorsprong af, terwijl de
helling van de budgetlijn gelijk blijft.
In het algemeen geldt het volgende als de prijs van een product verandert, dan verandert de
helling van de budgetlijn.
(een budget lijn verschuift niet omhoog/omlaag maar naar rechts/links)
§2.1 wederzijds voordeel:
Een ruil komt tot stand wanneer er beide partijen er baat bij hebben. Zo ontstaat er
wederzijds voordeel.
Bij een ruil zijn twee middelen betrokken: de middelen die geruild worden.
Middel aanbiedt aanbieder
Middel vraagt vrager
Zonder ruil maakt iedereen alleen gebruik van de middelen die hij al heeft; iedereen is
zelfvoorzienend. In dat geval is er sprake van een economie in autarkie.
Om te kunnen ruilen moet de ruilverhouding bekend zijn.
De ruilverhouding = de waarde van het ene middel uitgedrukt in het aantal eenheden van
het andere middel.
§2,2 eigendomsrechten, transactiekosten en instituties:
De wettige eigenaar van een middel is vastgelegd in het eigendomsrecht. Een ruil is dan niets
anders dan de overdracht van eigendomsrechten. Deze rechten zijn terug te vinden in
officiële documenten (bijv. kassabon).
In dat geval is het eigendomsrecht vastgelegd in een patent, ook wel octrooi genoemd.
Patent staat vast wie de rechtmatige eigenaar is van een nieuw ontwikkeld middel.
Patenten vormen zodoende een bescherming tegen het kosteloos kopiëren van een vinding.
Schaduwzijde van patent ontstaat monopolie: situatie waarbij het nieuwe middel maar
door een partij wordt aangeboden (monopolist kan hoge prijzen vragen).
Praktische economie
§1,1 kiezen is kostbaar:
Wensen zijn behoeften: deze behoeften zijn onbegrensd (meer is altijd beter).
Om in je behoeften te voorzien, heb je middelen nodig. Er is één probleem: middelen zijn
niet onbeperkt beschikbaar. Hierdoor ontstaat er schaarste (tijd, bezit en geld). Het betekent
alleen dat er te weinig middelen zijn om in alle behoeften van iedereen te voorzien.
Middelen hebben een belangrijke eigenschap: ze zijn alternatief aanwendbaar (: dat je met
hetzelfde middel in verschillende behoeften kunt voorzien. De manier waarop een middel
gebruikt wordt, is de aanwendingsrichting.
De keuzes die gemaakt worden met betrekking tot behoeftes, verschillen van persoon tot
persoon.
Wat is de beste aanwendingsrichting van een middel?
1. Bepaal eerst alle mogelijke aanwendingsrichtingen van een middel.
2. Bereken vervolgens voor elke aanwendingsrichting de kosten en opbrengsten, ook
wel baten genoemd.
3. Ten slotte kies de aanwendingsrichting waarbij de opbrengsten het meest uitstijgen
boven de kosten.
Deze aanwendingsrichting heeft de hoogste nettobaten: baten – kosten.
§1,2 kiezen of delen:
Optelsom van alle middelen die iemand heeft, is zijn budget. Er zijn twee soorten middelen:
Tastbare middelen
Tijd
Het budget beperkt de keuzes die iemand kan maken. Er ontstaan combinaties van middelen
waar je het budget aan uitgeeft productcombinaties.
Budgetlijn: deze lijn geeft alle mogelijke productcombinaties die je maximaal kunt kopen
met een bepaald budget. De budgetlijn laat zo zien welke productcombinaties binnen een
budget passen en welke niet.
Alle product combinaties op en onder de budgetlijn kunnen worden aangeschaft.
Budget = (prijs goed 1 x aantal goed 1) + (prijs goed 2 x aantal goed 2)
, Met verschuiving va de budgetlijn kan twee oorzaken hebben:
1. Budget veranderd
2. Prijs veranderd
Door een stijging van het budget verschuift de budgetlijn van de oorsprong af, terwijl de
helling van de budgetlijn gelijk blijft.
In het algemeen geldt het volgende als de prijs van een product verandert, dan verandert de
helling van de budgetlijn.
(een budget lijn verschuift niet omhoog/omlaag maar naar rechts/links)
§2.1 wederzijds voordeel:
Een ruil komt tot stand wanneer er beide partijen er baat bij hebben. Zo ontstaat er
wederzijds voordeel.
Bij een ruil zijn twee middelen betrokken: de middelen die geruild worden.
Middel aanbiedt aanbieder
Middel vraagt vrager
Zonder ruil maakt iedereen alleen gebruik van de middelen die hij al heeft; iedereen is
zelfvoorzienend. In dat geval is er sprake van een economie in autarkie.
Om te kunnen ruilen moet de ruilverhouding bekend zijn.
De ruilverhouding = de waarde van het ene middel uitgedrukt in het aantal eenheden van
het andere middel.
§2,2 eigendomsrechten, transactiekosten en instituties:
De wettige eigenaar van een middel is vastgelegd in het eigendomsrecht. Een ruil is dan niets
anders dan de overdracht van eigendomsrechten. Deze rechten zijn terug te vinden in
officiële documenten (bijv. kassabon).
In dat geval is het eigendomsrecht vastgelegd in een patent, ook wel octrooi genoemd.
Patent staat vast wie de rechtmatige eigenaar is van een nieuw ontwikkeld middel.
Patenten vormen zodoende een bescherming tegen het kosteloos kopiëren van een vinding.
Schaduwzijde van patent ontstaat monopolie: situatie waarbij het nieuwe middel maar
door een partij wordt aangeboden (monopolist kan hoge prijzen vragen).