Samenvatting H9
Product: alles wat onder de aandacht van de markt kan worden gebracht of aangeboden voor
aankoop, gebruik of verbruik en wat voorziet in een behoefte of een wens
Diensten: activiteiten, benefits of vormen van behoeftebevrediging die te koop worden aangeboden,
ontastbaar zijn en waarvan de consument geen eigenaar kan worden
Productniveaus:
1. Kernproduct (core product): Wat koopt de afnemer in feite? Het product als invuller voor een
specifieke behoefte van de koper
2. Tastbaar product (tangible product): de componenten van het product die fysiek
waarneembaar zijn → de onderdelen, de stijl, de functies, de verpakking
3. Uitgebreid product (augmented product): de toegevoegde eigenschappen die rond het kern-
en tastbare product worden gecreëerd → extra dienstverlening en benefits
Productindelingen:
- Niet-duurzaam product: consumentenproduct dat een korte levensduur heeft en normaal
gesproken slechts eenmaal of enkele malen wordt gebruikt
- Duurzaam product: consumentenproduct dat normaal gesproken over een langere periode
en/of keer op keer wordt gebruikt
- Consumentenproduct: product dat door de finale afnemers voor persoonlijk gebruik wordt
gekocht
1. Convenience products/goods: consumentengoederen en -diensten waarvoor de
consument zeer weinig koopinspanning wenst te verrichten
2. Shopping products/goods: zijn producten waarvoor de consument waarvoor de
consument bereid is enige moeite te doen voordat hij tot aanschaf overgaat
3. Specialty products/goods: zijn producten met unieke eigenschappen of een speciale
merkidentiteit
4. Unsought products: producten die de consument niet kent, maar waarvoor hij normaal
gesproken niet intrinsiek gemotiveerd voor is om te kopen
Industriële producten: producten die worden gekocht voor verdere verwerking of voor gebruik in een
bedrijf of instelling
1. Materialen en onderdelen: producten die volledig in het product opgaan (grondstoffen)
2. Kapitaalgoederen: goederen die worden aangewend in productiehuishoudingen, waarbij
hetzelfde goed gedurende diverse productieprocessen kan worden gebruikt (installaties,
hulpapparatuur)
3. Hulpmaterialen en ondersteunende diensten: producten die niet in het eindproduct opgaan
Total quality management (TQM): beleid dat is gericht op voortdurende verbetering van algemene
bedrijfsprestaties en een focus legt op het voldoen aan klanteneisen en de bedrijfsstrategie
Merk: ieder teken (naam, symbool, ontwerp) dat in staat is producten of diensten van een bepaalde
aanbieder te onderscheiden en dat een zekere betekenis kan hebben
Merk help te koper:
- Merken zeggen iets over de productiekwaliteit
- Merken verhogen de efficiency van het winkelende publiek
- Merken vestigen de aandacht van de consument op nieuwe producten waarvan zij zouden
kunnen profiteren
, Merk helpt de aanbieder:
- Merk maakt het de aanbieder makkelijker om bestellingen te verwerken en problemen na te
gaan
- Merk en handelsmerk geven de aanbieder juridische bescherming voor unieke
productfuncties die anders kunnen worden geïmiteerd door de concurrentie
- Door een merk kan de aanbieder een loyale winstgevende klantenkring aantrekken
- Door een merk kan de aanbieder segmenteren
Verpakkingsconcept: wat de verpakking voor het product betekent of doet
Productondersteunende dienstverlening: dienstverlening met betrekking tot een bepaald product
waarbij de nadruk ligt op de voor- en nazorg, incl. controle, onderhoud en reparatie
Productgroep: groep producten die nauw verwant zijn (zelfde functioneren, zelfde klantengroepen,
dezelfde soorten verkooppunten, zelfde prijscategorie)
Uittrekken van de productgroep: de productgroep buiten het huidige bereik uitbreiden
- Neerwaarts uitrekken (trading down)
- Opwaarts uitrekken (trading up)
- Uitrekken in 2 richtingen
Opvullen van de productgroep: gaten in de productgroep binnen het huidige bereik opvullen
Assortiment: het totaal van productgroepen en producten dat een bedrijf aan de klant aanbiedt
4 manieren om activiteiten uit te breiden:
1. Nieuwe productgroepen toevoegen
2. Bestaande productgroepen uitrekken
3. Meer versies van elk product uitbrengen
4. Streven naar meer of minder consistentie
Kenmerken van diensten:
1. Ontastbaarheid
2. Onscheidbaarheid
3. Heterogeniteit of variabiliteit
4. Vergankelijkheid
Product: alles wat onder de aandacht van de markt kan worden gebracht of aangeboden voor
aankoop, gebruik of verbruik en wat voorziet in een behoefte of een wens
Diensten: activiteiten, benefits of vormen van behoeftebevrediging die te koop worden aangeboden,
ontastbaar zijn en waarvan de consument geen eigenaar kan worden
Productniveaus:
1. Kernproduct (core product): Wat koopt de afnemer in feite? Het product als invuller voor een
specifieke behoefte van de koper
2. Tastbaar product (tangible product): de componenten van het product die fysiek
waarneembaar zijn → de onderdelen, de stijl, de functies, de verpakking
3. Uitgebreid product (augmented product): de toegevoegde eigenschappen die rond het kern-
en tastbare product worden gecreëerd → extra dienstverlening en benefits
Productindelingen:
- Niet-duurzaam product: consumentenproduct dat een korte levensduur heeft en normaal
gesproken slechts eenmaal of enkele malen wordt gebruikt
- Duurzaam product: consumentenproduct dat normaal gesproken over een langere periode
en/of keer op keer wordt gebruikt
- Consumentenproduct: product dat door de finale afnemers voor persoonlijk gebruik wordt
gekocht
1. Convenience products/goods: consumentengoederen en -diensten waarvoor de
consument zeer weinig koopinspanning wenst te verrichten
2. Shopping products/goods: zijn producten waarvoor de consument waarvoor de
consument bereid is enige moeite te doen voordat hij tot aanschaf overgaat
3. Specialty products/goods: zijn producten met unieke eigenschappen of een speciale
merkidentiteit
4. Unsought products: producten die de consument niet kent, maar waarvoor hij normaal
gesproken niet intrinsiek gemotiveerd voor is om te kopen
Industriële producten: producten die worden gekocht voor verdere verwerking of voor gebruik in een
bedrijf of instelling
1. Materialen en onderdelen: producten die volledig in het product opgaan (grondstoffen)
2. Kapitaalgoederen: goederen die worden aangewend in productiehuishoudingen, waarbij
hetzelfde goed gedurende diverse productieprocessen kan worden gebruikt (installaties,
hulpapparatuur)
3. Hulpmaterialen en ondersteunende diensten: producten die niet in het eindproduct opgaan
Total quality management (TQM): beleid dat is gericht op voortdurende verbetering van algemene
bedrijfsprestaties en een focus legt op het voldoen aan klanteneisen en de bedrijfsstrategie
Merk: ieder teken (naam, symbool, ontwerp) dat in staat is producten of diensten van een bepaalde
aanbieder te onderscheiden en dat een zekere betekenis kan hebben
Merk help te koper:
- Merken zeggen iets over de productiekwaliteit
- Merken verhogen de efficiency van het winkelende publiek
- Merken vestigen de aandacht van de consument op nieuwe producten waarvan zij zouden
kunnen profiteren
, Merk helpt de aanbieder:
- Merk maakt het de aanbieder makkelijker om bestellingen te verwerken en problemen na te
gaan
- Merk en handelsmerk geven de aanbieder juridische bescherming voor unieke
productfuncties die anders kunnen worden geïmiteerd door de concurrentie
- Door een merk kan de aanbieder een loyale winstgevende klantenkring aantrekken
- Door een merk kan de aanbieder segmenteren
Verpakkingsconcept: wat de verpakking voor het product betekent of doet
Productondersteunende dienstverlening: dienstverlening met betrekking tot een bepaald product
waarbij de nadruk ligt op de voor- en nazorg, incl. controle, onderhoud en reparatie
Productgroep: groep producten die nauw verwant zijn (zelfde functioneren, zelfde klantengroepen,
dezelfde soorten verkooppunten, zelfde prijscategorie)
Uittrekken van de productgroep: de productgroep buiten het huidige bereik uitbreiden
- Neerwaarts uitrekken (trading down)
- Opwaarts uitrekken (trading up)
- Uitrekken in 2 richtingen
Opvullen van de productgroep: gaten in de productgroep binnen het huidige bereik opvullen
Assortiment: het totaal van productgroepen en producten dat een bedrijf aan de klant aanbiedt
4 manieren om activiteiten uit te breiden:
1. Nieuwe productgroepen toevoegen
2. Bestaande productgroepen uitrekken
3. Meer versies van elk product uitbrengen
4. Streven naar meer of minder consistentie
Kenmerken van diensten:
1. Ontastbaarheid
2. Onscheidbaarheid
3. Heterogeniteit of variabiliteit
4. Vergankelijkheid