MTH D Samenvatting
Taak 1:
5.22
Het is goed de patiënt duidelijk te maken dat hij geen stroomstootjes krijgt maar, dat het ecg
alleen stroompjes meet die in het hart lopen.
Vertel voorafgaand aan het onderzoek wanneer en van wie de patiënt de uitslag krijgt.
Vastleggen van de elektrische activiteit van de hartspier.
De elektrische activiteit van het hart wordt voort geleid door weefsel en
lichaamsvloeistoffen en kan zo via op de huid bevestigde elektroden gemeten worden.
6 borstelektrodes en 4 extremiteitselectrodes.
Plaatsen van de elektrodes is internationaal afgesproken.
Extremiteitselektroden plaatsen ledematen:
Zwart – rechter enkel.
Rood – rechter pols.
Geel – linker pols.
Groen – linker enkel.
C1 = tussen de 4e en 5e rib direct rechts naast het borstbeen.
C2 = tussen de 4e en 5e rib direct links naast het borstbeen.
C3 = precies midden tussen c2 en c4.
C4 = tussen de 5e en 6e rib op de lijn die vanuit het midden van het sleutelbeen recht
naar beneden loopt.
C5 = zelfde hoogte als c4 – 1e okselplooi – naar beneden.
C6 = zelfde hoogte als c4 – midden van de oksel naar beneden.
, Beoordeling ECG & meedelen van de uitslag -> Door de arts.
Met een ECG in rust kunnen niet zoveel afwijkingen aangetoond worden.
Alleen ritmestoornissen/doorgemaakte hartinfarct zijn goed met een ECG vast te stellen.
Ritmestoornis > alleen mogelijk als dit tijdens het maken van ECG aanwezig is.
Normaal rust-ECG > helpen diagnose hartfalen uit te sluiten.
Holter: klein draagbaar ECG-apparaat, gedurende 24 uur elektrische hartactiviteit
opneemt & opslaat in digitaal geheugen. > voor hartritmestoornissen (een of enkele
malen per dag).
De on-eventrecorder: klein draagbaar ECG-apparaat, dat het ECG-signaal continu
vastlegt. Dit signaal wordt kort vastgehouden en weer gewist voor het volgende signaal.
Taak 2:
5.23
Inspannings-ECG à ergometrie
Er moet maximale inspanning op een hometrainer/loopband geleverd worden en tegelijkertijd wordt
er een ECG gemaakt en worden de bloeddruk en hartslag gecontroleerd. Er wordt onderzocht of
zuurstoftekort in de hartspier ontstaan. Hoe zwaar het apparaat moet hangt af van de lengte,
geslacht en leeftijd van de patiënt.
De patiënt moet één tot twee uur voor het onderzoek goed hebben gegeten en makkelijk zittende
kleding aanhebben. Na het onderzoek kan de patiënt zich opfrissen en tot rust komen. Het
onderzoek duurt ongeveer 30 min.
Tijdens het onderzoekmoet er een defibrillator, beademingsballong, zuurstoftoediening en
medicijnen voor acute hartklachten aanwezig zijn. Als de patiënt aangeeft dat hij klachten heeft
wordt het onderzoek gelijk gestopt. Na afloop van het onderzoek wordt er nog een ECG gemaakt in
rust.
Taak 3:
Taak 1:
5.22
Het is goed de patiënt duidelijk te maken dat hij geen stroomstootjes krijgt maar, dat het ecg
alleen stroompjes meet die in het hart lopen.
Vertel voorafgaand aan het onderzoek wanneer en van wie de patiënt de uitslag krijgt.
Vastleggen van de elektrische activiteit van de hartspier.
De elektrische activiteit van het hart wordt voort geleid door weefsel en
lichaamsvloeistoffen en kan zo via op de huid bevestigde elektroden gemeten worden.
6 borstelektrodes en 4 extremiteitselectrodes.
Plaatsen van de elektrodes is internationaal afgesproken.
Extremiteitselektroden plaatsen ledematen:
Zwart – rechter enkel.
Rood – rechter pols.
Geel – linker pols.
Groen – linker enkel.
C1 = tussen de 4e en 5e rib direct rechts naast het borstbeen.
C2 = tussen de 4e en 5e rib direct links naast het borstbeen.
C3 = precies midden tussen c2 en c4.
C4 = tussen de 5e en 6e rib op de lijn die vanuit het midden van het sleutelbeen recht
naar beneden loopt.
C5 = zelfde hoogte als c4 – 1e okselplooi – naar beneden.
C6 = zelfde hoogte als c4 – midden van de oksel naar beneden.
, Beoordeling ECG & meedelen van de uitslag -> Door de arts.
Met een ECG in rust kunnen niet zoveel afwijkingen aangetoond worden.
Alleen ritmestoornissen/doorgemaakte hartinfarct zijn goed met een ECG vast te stellen.
Ritmestoornis > alleen mogelijk als dit tijdens het maken van ECG aanwezig is.
Normaal rust-ECG > helpen diagnose hartfalen uit te sluiten.
Holter: klein draagbaar ECG-apparaat, gedurende 24 uur elektrische hartactiviteit
opneemt & opslaat in digitaal geheugen. > voor hartritmestoornissen (een of enkele
malen per dag).
De on-eventrecorder: klein draagbaar ECG-apparaat, dat het ECG-signaal continu
vastlegt. Dit signaal wordt kort vastgehouden en weer gewist voor het volgende signaal.
Taak 2:
5.23
Inspannings-ECG à ergometrie
Er moet maximale inspanning op een hometrainer/loopband geleverd worden en tegelijkertijd wordt
er een ECG gemaakt en worden de bloeddruk en hartslag gecontroleerd. Er wordt onderzocht of
zuurstoftekort in de hartspier ontstaan. Hoe zwaar het apparaat moet hangt af van de lengte,
geslacht en leeftijd van de patiënt.
De patiënt moet één tot twee uur voor het onderzoek goed hebben gegeten en makkelijk zittende
kleding aanhebben. Na het onderzoek kan de patiënt zich opfrissen en tot rust komen. Het
onderzoek duurt ongeveer 30 min.
Tijdens het onderzoekmoet er een defibrillator, beademingsballong, zuurstoftoediening en
medicijnen voor acute hartklachten aanwezig zijn. Als de patiënt aangeeft dat hij klachten heeft
wordt het onderzoek gelijk gestopt. Na afloop van het onderzoek wordt er nog een ECG gemaakt in
rust.
Taak 3: