Stijlfiguren:
- Repetitio of herhaling
- Enumeratio of opsomming
- Opsomming in drieën, een opsomming van 3 woorden, zinsdelen, zinnen.
- Drieslag, een vaste combinatie van een opsomming in drieën.
- Climax, een steeds sterker wordende reeks.
- Omgekeerde climax, een steeds zwakker wordende reeks.
- Hyperbool, als je overdrijft gebruik je een hyperbool.
- Understatement, als je iets afzwakt, gebruik je een understatement.
- Litotes, je ontkent het tegenovergestelde.
- Eufemisme, als je een eufemisme gebruikt, zeg je iets zo dat het als minder erg of
hard overkomt.
Beeldspraak:
- Asyndetische vergelijking: dit is een vergelijking waarbij het verbindingswoord tussen
beeld en object is weggelaten (bv. Magere lat).
- Homerische vergelijking: dit is een vergelijking waarbij het beeld breed is uitgewerkt.
- Synesthesie: dit is een combinatie van 2 zintuiglijke indrukken (bv. Warme klanken).
Stijlfouten:
- Contaminatie: ontstaat als je 2 woorden of uitdrukkingen verkeerd combineert. Vaak
hebben die dezelfde betekenis. Ook uitdrukkingen worden vaak verhaspeld.
- Pleonasme: een deel van wat je zegt, komt ook al naar voren in de betekenis van een
ander woord (woordgroep).
- Tautologie: je zegt 2x hetzelfde, met verschillende woorden (synoniemen).
Let op: soms is een tautologie een versierende stijlfiguur, vaak in vaste combinatie (bv. Met
angst en beven). Ook een pleonasme kan versierend zijn (bv. Bloeiende bloesem).