Didactiek + Pedagogiek = fantastische les
De 3 betekenisgebieden:
- Motoriek het vermogen om te bewegen en de uitvoer van bewegen
- Cognitie het vermogen om na te denken (denkvermogen/verstandelijke vermogen)
- Sociaal-emotioneel het gedrag van kinderen, eerlijk zijn, egocentrisme, moeite met de
complexe emotie van winst en verlies
- Motorisch wat kunnen ze ?
2 van de 10 kinderen kunnen een tennisbal homolateraal met een knuppel 15 meter het veld
in slaan waarbij de voeten op schouderbreedte staan, er ingestapt wordt met het rechter
been en tegelijkertijd de val met de linker hand wordt opgegooid, waarmee de knuppel in
een voorwaartse beweging wordt gebracht en de bal wordt geraakt. Hierbij zijn ze in staat om
op het 2e honk te komen, wat op 10m afstand ligt.
- Cognitief wat weten ze
16 van de 20 kinderen weten 3 van 4 spelregels van het spel kwartet namelijk: als je getikt
bent je het materiaal moet laten liggen op de mat, je maar één stuk materiaal tegelijker tijd
mag meenemen en dat ze 4 dezelfde materialen van verschillende matten bij elkaar moeten
verzamelen. Hierbij rennen ze uit zichzelf naar een mat waar het benodigde materiaal is.
- Sociaal-emotioneel wat doen ze?
18 van de 20 kinderen werken samen door eerst met elkaar te overleggen wat de bedoeling is
en bepalen zo een gezamenlijke strategie binnen 3 minuten. 2 van de 20 kinderen vinden het
moeilijk om met de complexe emotie van winst en verlies om te gaan, dit uit zich door naar
de activiteit tegen de mat aan te schoppen en willen hierna niet meer deelnemen aan de les.
SMART
S Specifiek, duidelijk en concreet beschreven
M Meetbaar, je moet je doel kunnen controleren
A Acceptabel, haalbaar en aantrekkelijk
R Realistisch, reëel voor de doelgroep
T Tijdsgebonden, wanneer kunnen ze dit
,Verschijningsvormen:
Verschijningsvorm Dominante betekenis
Avontuur Spanning/uitdaging opzoeken
Gezondheid Gezond worden/blijven
Recreatie Ontspannen
Show Demonstreren
Spel Spelen
Wedstrijd Competitie aangaan
Wat is motorische ontwikkeling?
Wat verandert er eigenlijk aan de motoriek van kinderen bij het ouder worden?
- Mijlpalen van de motorische ontwikkeling
- Motorische vaardigheden
- Motorische ontwikkeling
Motometrie: Kwantiteit van bewegen
- Geeft een indruk van motoriek in relatie tot de kalenderleeftijd
- Wat kan een leerling van 12 jaar oud?
- Beoordeling van hetgeen wat er bereikt is
- Als je een mijlpaal bereikt hebt, kun je niet terug vallen.
- Vb. Fietsen of lopen
- Motorische mijlpalen
Motoscopie: kwaliteit van bewegen
Beoordeling van manier waarop een vaardigheid wordt uitgevoerd.
- Door: observeren, analyseren en beschrijven.
- Vragen: hoe verloopt een beweging? O
- Waarom verloopt een beweging zo?
Verandering van motorisch gedrag
Kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen
- Snelheid, staplengte, hoger sprinten etc.
- Nieuwe bewegingspatronen binnen een motorische vaardigheid aanleren.
, Fasen van verandering van motorisch gedrag:
(1) Regulatie:
- Vergroten van de controle van bewegingshandeling
- Automatiseren
- Vb. bal gooien naar jongleren
(2) Coördinatie:
- Verschillende onderdelen van de beweging worden beter op elkaar afgestemd
- Meerdere fundamentele taken tegelijker tijd kunnen uitvoeren
- Vb. Basketbal of lopen, springen wendsprong of koprol vanuit loop
(3) Modularisatie:
- Routinematig bewegen
- De beweging wordt een routine, een automatisch verlopend geheel
- Vb. fietsen of auto rijden of jongleren op een balance board.
Levensveranderingen in motorisch gedrag:
Officiele sport +/- 12 jaar
vaardigheden
+/- 10 jaar
Voorbereidingsspelen en
sportvaardigheden
Motorische overgangsvaardigheden en spelen met lage organisatiegraad +/- 8 jaar
+/- 6 jaar
Vaardigheidsdrempel
2/6 jaar
Fundamentele motorische taken
0/2 jaar
Rudimentaire bewegingen
Reflexen en reacties
0/4 maand
Indeling motorische vaardigheden:
- Locomotie
- Stabiliteit
- Manipulatie