Glazuur is hard, maar het is wel dood.
Hypomineralisatie = het zacht en poreus worden van het glazuur; je kijkt direct op het
dentine
Fluorose = te veel fluoride gebruik vroeger; kunnen gaten voorkomen
Verkleuring door tetracycline = door roken, rode wijn, koffie. Dit kan ook gebeuren door
antibiotica (tetracycline) voor een bepaalde ziekte. De tetracycline trekt dan in het glazuur.
Kleur gebitselement;
- normaal: glazuur is doorschijnend en dentine is geel
- Bij verkleuring door;
- ouder worden (dikker dentine)
- Reparatief (=herstellend) dentine na beschadiging
- dun glazuur (genetisch bepaald of door erosie)
- Ontwikkelingsstoornissen (zoals fluoride, medicijnen)
- Na doorbraak door roken, drinken (thee/koffie/wijn)
Pitting = amelogenese inperfecta; putjes in de tanden krijg je door een slechte ontwikkeling
van de tandontwikkeling. Dit gebeurt echt door de ontwikkeling, niet door slechte
eetgewoonten/medicatie. Als een kind bij de nierdialyse zit, kan dit ook voorkomen; een
eiwit zorgt voor het terugwinnen van bepaalde zuren, wat niet meer werkt. Daardoor krijgt je
glazuur laag te veel zuur waardoor pitting ontstaat.
Glazuurafwijkingen;
- Hypoplastisch glazuur = te dun
- Hypomaturalisatie/hypomineralisatie = slecht verkalkt glazuur
Ontwikkelingsstoornissen;
Waarschuwing; dit is dus TIJDENS de ontwikkeling
- Medicijnen, antibiotica (tetracyclines),
- Tekort aan: vit A, vit D, eiwit of calcium
- Te veel aan: vit A, vit D en fluoride;
- Langdurige koorts, infecties, Nier-darm- en hormonale problemen
Kalkgehalte van glazuur, dentine en bot; bij dentine en bot blijft dit ongeveer gelijk, bij
glazuur gaat dit van heel weinig, naar een grote hoeveelheid in een paar dagen.
De hardheid van glazuur kan vergeleken worden met de tussenstand van apatiet en titanium.
Dentine meer met apatiet. Waarom is het zo hard?
- Veel kalkzouten (95 procent van het glazuur bevat kalkzout), bij dentine is dit 70 procent
- Vorm kristallen; bij glazuur is dit heel lang en bij dentine is dit klein; dus hoe groter, hoe
harder. Hierdoor heb je bij het totale volume, een groter oppervlak aan kristallen.
Dit leidt tot een groter vermogen tot oplossen van het dentine dan dat van glazuur.