Deel 1, De strategische plaats van inkoop in het universum
Hoofdstuk 1, Inkoop, spin in het web
Hiernaast is de waardeketen
van Porter te zien. Onder
operaties (operationeel
management) vallen de
activiteiten die erop gericht
zijn eindproducten te maken.
De verwerving (inkoop) verzorgt de
inkoop en beschikbaarstelling van alle
goederen en diensten voor de primaire
en de secundaire activiteiten.
Uitgaande van de DuPond-analyse kunnen inkoopbeslissingen twee richtingen uitgaan:
1. Marges kunnen vergroot worden door besparingen
2. Verbeteren van de omloopsnelheid van het netto geïnvesteerde vermogen door vermindering
van het werkkapitaal.
Het beste is als je deze combineert. Maatregelen daarvoor lijken voor de hand te liggen:
3. De betalingstermijn met de leveranciers verlengen
4. Extra aandacht besteden aan de kwaliteit van de levering
5. Laat de leveranciers vaker leveren, waardoor de organisatie in staat is de voorraden omlaag te
brengen
6. Besteed de kernactiviteiten die de organisatie in eigen beheer doet niet uit aan een derde.
De Purchasing Managers Index (ook wel "inkopersindex") is een indexcijfer dat een indruk geeft van
het vertrouwen dat inkoopmanagers op dat moment in de economie hebben. Een waarde boven de
50 wordt doorgaans gezien als een teken van vertrouwen/groei, bij een getal onder de 50 wordt een
afname van activiteiten verwacht.
Hoofdgroepen bij een spend-analyse (meting van inkoopgebonden kosten, per productgroep) zijn:
1. Investeringsgoederen: worden niet in één keer afgeschreven, het gaat om forse bedragen.
2. Grondstoffen: worden uit de natuur gehaald om vervolgens tot een product te maken.
3. Hulpstoffen: worden gebruikt of verbruikt tijdens het productieproces.
4. Halffabricaten: producten die wel fysiek onderdeel uitmaken van het eindproduct.
5. Componenten: producten die geen fysieke verandering meer ondergaan, maar wel onderdeel
uitmaken van een ander product.
6. Gereed product: fysieke eindproducten.
7. Maintenance, Repair and Operating supplies (MRO): indirecte of verbruiksgoederen. Inkopen om
ze vervolgens weer te verkopen.
8. Diensten.
Inkoop = alles waar een externe factuur tegenover staat. Het inkoopaandeel is dat deel van de kosten
dat betrekking heeft op de inkoopgebonden activiteiten.
1
, Inkoopsegmenten zijn samenhangende groepen van kostensoorten: gelijksoortige producten en
diensten die men bij dezelfde leverancier zou kunnen inkopen.
Het proces van kosten clusteren (onderverdelen in groepen) gaat in de volgende stappen: leverancier
factuur factuurregel kostensoort inkoopsegment cluster.
De drie belangrijkste parameters in een spendanalyse zijn het inkoopvolume, het aantal leveranciers
en het aantal facturen. Dit wordt ook wel een ABC-analyse genoemd. In de A-klasse komen dan de
leveranciers met het meeste inkoopvolume. De ABC-analyse geeft inzicht, maar verschaf nog geen
inzicht over hoe er bespaard kan worden. Daarvoor is de portfolioanalyse.
Als men het inkoopvolume tot op inkoopsegment bepaalt, kan men aan de hand van de inkooporders
en inkoopcontracten bepalen hoeveel van dit volume de inkoopafdeling afhandelt. Is dat percentage
laag (minder dan 25%), dan heeft de inkoopafdeling haar bestaansrecht binnen de organisatie niet
voldoende aangetoond. Komt dit hoger uit (boven de 75%), dan mag je zeggen dat de organisatie op
de goede weg is richting Purchasing Excellence. De positie van de inkoopfunctie kan gemeten worden
in het Purchasing Excellence-programma (hierin zit een MSU-model). Het doel van deze is via
verbeterde inkoopprocessen de inkoopfunctie professionaliseren en aantoonbare kosten besparingen
realiseren. Benchmarking (het vergelijken met de besten) is hiervan een belangrijk onderdeel. De
volwassenheidsmeting wordt uitgevoerd op de volgende acht strategische processen:
1. Nemen van een besluit over inbestenden (intern) of uitbestenden;
2. Ontwikkelen van een strategisch inkooppakket;
3. Optimaliseren van het leveranciersbestand;
4. Ontwikkelen en managen van de leveranciersrelatie;
5. Optimaliseren van product-/procesinnovatie en –ontwikkeling;
6. Integreren van leveranciers in het orderproces;
7. Verbeteren van leveranciersprestaties en het bewaken en vergroten van kwaliteit;
8. Uitvoeren van strategisch kostenmanagement.
De zes ondersteunende processen zijn:
1. Vaststellen van plannen en beleid voor inkoop;
2. Inrichten van inkooporganisaties;
3. Ontwikkelen van inkoopprocedures;
4. Ontwikkelen van prestatie-indicatoren voor inkoop;
5. Ontwikkelen van informatietechnologie voor inkoop;
6. Ontwikkelen van HRM voor inkoop.
Het bedrijf moet zelf beslissen in welke mate het volwassenheidsniveau voldoende is.
Onderwerpen die in een inkoopactieplan terugkomen zijn→
Het vaste stramien voor het opstellen van een
inkoopactieplan ziet er als volgt uit↓
Het management moet de analyse periodiek herhalen om te
kijken of de verbeteringen ook effect hebben gehad.
Tot stand komen inkoopplan:
- Analyseer de huidige situatie
De uitkomst van de SWOT-analyse is een risico-inschatting
van de uitvoering en een eerste prioriteitenstelling op hoofdpunten.
- Stel het gewenste inkoopbeleid vast
Het inkoopbeleid geeft het strategische kader van de inkoopfunctie.
2